Chef-kok Miranda (50) viel een week voor de horeca-heropening van de trap: ‘Baalde enorm’

Chef-kok Miranda (50) viel een week voor de horeca-heropening van de trap: ‘Baalde enorm’

Het leek voor Miranda Wessink (50) uit Vlaardingen zo mooi: na een half jaar thuiszitten door het coronavirus éindelijk weer aan de slag gaan als kok in een pannenkoekenrestaurant. Anderhalve week voor de heropening van de terrassen op woensdag 28 april brak zij echter haar arm door een val. Daardoor zit zij de komende weken alsnog noodgedwongen op de bank. “Het is lang geleden dat ik zó erg baalde.” 

“Shit!”, schreeuwt chef-kok Miranda Wessink (50) uit Vlaardingen als zij merkt dat de trap waarop zij staat om de ramen te zemen ineens wegschuift en daardoor opzij valt. Met een klap komt ze neer op de grond. Haar broek zit onder de aarde en haar knie doet zeer. Haar hand en pols doen echter nog het meeste pijn. Ze vreest daar, op de grond voor pannenkoekenboerderij De Zoete Suykerbol in Vlaardingen, direct voor een botbreuk. “Ik voelde al dat er iets mis was in mijn hand. Die werd gelijk dik en blauw. Meteen spookte het ergste scenario door mijn hoofd: over een week niet kunnen werken als de terrassen na maanden weer open mogen.”

Eenmaal in het ziekenhuis komt die “nachtmerrie”, zoals ze het zelf noemt, uit. Wessink, die sinds eind vorig jaar in het nieuwe pannenkoekenhuis in Vlaardingen-Hoogstad werkt, heeft niet één maar twee breuken in haar linkerhand. “Toen ik dat hoorde, dacht ik maar één ding: dit gaat mijn baas niet leuk vinden. We zitten met een personeelstekort, omdat hij, net als veel andere horecazaken, mensen moest ontslaan. Hij kon simpelweg niet alle salarissen ophoesten, omdat er door de sluiting geen geld binnenkwam. Echter besloot hij mij te houden. Daardoor baalde ik eigenlijk nog meer. Een half jaar zat ik doorbetaald thuis en nu is eindelijk alles een beetje open en dan gebeurt dit.”

Televisie

Met lede ogen zag zij de afgelopen dagen de volle terrassen op televisie. “Als ik heel eerlijk ben dan had die horecasluiting van mij nog wel even mogen duren, zodat ik er vanaf het begin weer bij kan zijn”, zegt Wessink. “Maar ik besef mij natuurlijk ook dat dat een heel egoïstische gedachte is. Bijna iedere horecaondernemer heeft het zwaar in deze tijd, dus ik gun iedereen dat hij of zij weer open mag. Maar ik had ook zó graag willen werken.”

De realiteit is echter dat Wessink met haar arm in het gips op haar eigen, grijze driezitsbank in een hoekhuis in Vlaardingen zit. Ze vult haar dagen met het kijken naar televisie. Af en toe wandelt ze naar het winkelcentrum voor een kleine boodschap, want met één hand is het volgens haar onmogelijk om een zware boodschappentas te tillen. “Ik lijk op dit moment wel een oude vrouw”, zegt ze lachend. “Zo voel ik mij af en toe ook. Ik heb niet heel veel pijn, maar het dragen van gips is gewoon onhandig. Het is zwaar en je kunt geen fatsoenlijke trui aan. Nee, het zit allemaal nog niet echt mee.”

Beetje hoop

Hoewel haar arm naar alle waarschijnlijkheid nog een ruime maand in het gips zit, gloort er ook een klein beetje hoop. “Volgende week heb ik een afspraak met de dokters in het ziekenhuis. Als de breuk goed heelt en de zwelling op mijn arm een flink stuk is verminderd, krijg ik waarschijnlijk ander, minder zwaar gips en het advies om mijn hand meer te bewegen. Dat voorkomt dat mijn spierkracht afneemt. Als ik dat andere gips krijg, kan ik in het restaurant misschien wel lunchbroodjes of salades maken. Ik wil gewoon na maanden weer eens onderdeel zijn van het team. Zeven maanden doorbetaald thuiszitten klinkt misschien lekker, maar dat is het allerminst.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *