Hanna (18) wordt zeer religieus opgevoed “Er is zo’n grote kloof ontstaan tussen mij en mijn ouders”

Hanna (18) wordt zeer religieus opgevoed “Er is zo’n grote kloof ontstaan tussen mij en mijn ouders”

Hanna (18)  woont samen met haar gezin in Stichtse Vecht, en komt vaak niet overeen met haar streng gelovige ouders. Haar ouders verplichten haar elke zondag twee keer de Hervormd-Protestantse kerk te bezoeken terwijl Hanna liever afspreekt met vriendinnen. 

Hanna is zelf meer bezig met haar eigen invulling van het geloof. Naar de kerk gaan, bidden en zondagschool is niet iets waar zij zelf voor kiest. Zij gelooft meer in de immateriele zaken: goed zijn voor een ander, niet oordelen en mensen helpen waar dat kan. Dat hun visies van religie zo ver uit elkaar lopen, zorgt voor veel conflict. Hanna start volgend schooljaar een deeltijd verpleegkunde opleiding en hoopt financieel zelfstandig te worden. Zodra ze alleen woont, of met haar vriend, kan ze volledig de controle nemen over haar eigen leven. Geen kerk meer, en bovenal geen oordelen meer over haar relatie.

Wegens het gevoelige onderwerp, houdt Hanna graag haar achternaam verborgen. 

Wat betekent geloof voor jou?

Voor mij eigenlijk niet heel erg veel, omdat het voor mij voelt als een verplichting. Ik voel me niet vrij: ik kan mezelf niet zijn. Ik geloof wel dat je normaal moeten leven, niet perse volgens de tien geboden, maar dat jij gewoon goed bent voor anderen. Met het Christendom en de kerk in het algemeen, heb ik niet zoveel mee.

Betekende geloof  vroeger dan wat anders voor jou?

Als je jong bent, laten je ouders jou een beeld zien van wat hoort. Alles wat je ouders doen is ‘goed’. Omdat je nog jong bent kan je niet je eigen mening vormen.  Mijn ouders waren veel met het geloof bezig en gingen elke zondag naar de kerk, daarom deed ik dat vanzelfsprekend ook.  Totdat je op een gegeven moment je eigen mening gaat vormen, bij mij was dat op mijn veertiende ongeveer, toen sloeg het om. Op die leeftijd ging ik mijn situatie vergelijken met die van anderen. Ik vond het oneerlijk dat ik altijd moest doen wat mijn ouders opdroegen, zonder dat er aan mij werd gevraagd wat ik wilde.

Welke invloed heeft de religie op jouw dagelijks leven qua activiteiten, verplichtingen of regels?

Opvallende regels zijn er niet echt bij mij thuis, het zijn gewoon de algemene regels die iedere puber heeft: bijvoorbeeld over roken en optijd thuis komen . Maar op het gebied van verplichtingen moet ik naar de kerk gaan, catechisatie (godsdienstles) volgen, naar zondagschool, en nu op deze leeftijd is dat reflector. Dit is een extra dienst die je op zondagavond volgt, naast de twee kerkdiensten die je op die dag gehad hebt, heb je in de avond nog een nabespreking van de kerkdienst. Dan ga je een nieuw hoofdstuk behandelen uit de Bijbel en doe je een spelletje.

Wat zijn dingen die je niet mag doen, door de verschillen tussen jou en jouw ouders?

Een goed voorbeeld is dat ik op zondag thuis moet blijven, dus ik kan niet met mijn vriend of met vriendinnen afspreken. Werken op zondagen en feestdagen mag ik alleen maar omdat ik in de zorg werk, dat is de uitzondering. Ik merk ook dat als je een relatie hebt en je zou elkaar bijvoorbeeld op zaterdag niet zien, dat je elkaar ook niet op zondag kan zien. Mijn hele weekend draait eigenlijk om het geloof. Mijn vrije tijd moet ik dus echt halen uit doordeweekse dagen , en op zaterdag als ik vrij ben van werk. Dat is wel iets waar ik tegenaan loop.

Merk je veel conflict binnen het gezin doordat religie zo’n grote rol speelt?

Mijn ouders zitten er echt bovenop. Ze vinden dat omdat ze mij gedoopt hebben, dat ze verplicht zijn mij mijn hele leven lang naar God toe te wijzen. Daarom verplichten ze mij, zolang ik onder hun dak woon, allerlei dingen.  Ik wil dat niet, omdat ik mijn eigen mening heb over het geloof. Toch blijven ze heel erg pushen waardoor ik veel meer afstand neem van mijn ouders. Er is zo’n grote kloof ontstaan tussen mij en mijn ouders, omdat je elkaar niet zoveel meer kan vertellen. Ik heb hele andere normen en waarden en dat willen mijn ouders niet van mij horen. Ze staan daar gewoon niet voor open. Het is erg lastig dat ze mijn vriend niet accepteren. Ik mag hem wel zien, maar ondanks dat ik meerderjarig ben, mag ik niet met hem slapen. Hij is ook niet welkom bij ons thuis: ze hoeven hem niet eens ontmoeten.  Het voelt alsof ze het mij niet gunnen om gelukkig te zijn.

Hoe zal jij geloof beoefenen als jij niet meer thuis woont, bijvoorbeeld over 5 jaar?

Ik zou gewoon netjes leven, goed zijn voor een ander en jezelf, je naasten lief hebben, niet oordelen, geen jaloezie, dat soort dingen vind ik juist belangrijk. Zo zou ik het geloof beoefenen. Mensen helpen waarbij je kan helpen. Ik zou het zelf niet per sé zoeken in een kerk. Als ik het voor mezelf goed doe en gewoon een goed leven leid, wat zou naar de kerk toe gaan daar nog aan veranderen?

Hoe zullen die ouders daar reageren als je de kerk achter je laat?

Hoe ik er in sta, vinden mijn ouders eigenlijk grote onzin. Voor hen is naar de kerk gaan, bidden en de bijbel lezen erg belangrijk. Maar als je kijkt naar de 10 geboden, dan hechten ze daar minder waarde aan. Mijn ouders drinken, gaan naar feestjes en oordelen over mijn vriend. Zij accepteren hem niet en nemen mij het kwalijk dat ik verliefd ben op iemand die niet van de kerk is. Dan klopt er eigenlijk iets niet. Dat vind ik ook het schijnheilige eraan. Ze zijn zo gefocust op naar de kerk gaan, zingen en bidden. Terwijl ik bij mezelf denk, in de kern draait het eigenlijk om de 10 geboden. Daar houden zij zich niet aan. Kortom, we hebben allebei een hele andere kijk op het geloof. Daarom zouden ze het me ook kwalijk nemen als ik de kerk achter me laat.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *