Het poppodium gaat open bij Khabbaz Unlocked

Het poppodium gaat open bij Khabbaz Unlocked

Foto: Dennis van Brouwershaven

Bij Khabbaz Unlocked kregen lokale muzikanten de kans om weer als vanouds te jammen in het Boskoopse theater Flora. Zonder publiek, maar wel voor de camera. Deze optredens zijn gebundeld in de live-uitzending van Unlocked. 

Hoewel het concert plaatsvond in een lege theaterzaal in Boskoop werden luisteraars (en kijkers) meegenomen in onder andere punk, europop en indiemuziek. Mike Mourits opende de avond met een inleiding waarin hij meent dat de coronacrisis voor een tijd met weinig muziek heeft gezorgd. Bijzonder: record sales spiked. 

Het Franse chanson door Tess Merlot brengt een vrolijk tempo naar de zaal. Een roodzwarte jurk siert zangeres Tess van der Zwet, die met haar handen op haar heup de cue van de accordeon afwacht. Vrij snel begint het eerbetoon aan Edith Piaf, dat het onlinepubliek meeneemt naar de cobblestonestraten van Parijs. Een moderne twist: de gitarist kijkt de akkoorden af op een iPad die niet thuishoort bij het anders ouderwetse ensemble, compleet met blazers en chinos. Door middel van ononderbroken oogcontact neemt Merlot zelfs de kijkers thuis mee. Voor het tweede nummer vindt de accordeonspeler zijn plek achter de piano. L’histoire de Notre Amour is een origineel nummer van Tess Merlot en vertelt over de liefde tussen de zanger en haar minnaar, ondersteund door zowel een gitaarsolo als een ragtime pianosolo.

De muziek wordt minder vrolijk en diepgaander: The Leo’s treden op. Onder leiding van Wisse Vertegaal beginnen de leeuwen aan het nummer Time van Pink Floyd. Driekwart van The Leo’s onderscheidt zich met lange haren, afgezien van de drummer en keyboardist. Deze drummer leidt samen met de blonde krullen achter de gitaar en de nerveuze keyboardist het nummer in, terwijl de zanger, met een shirt onder een vest geduldig achter de microfoon staat te wachten. De gitaar en drums nemen in de stijl van Pink Floyd de overhand, met zo nu en dan een couplet van de zanger, die grotendeels met de bassist bezig is oeh en ah te roepen. In de zaal is de basgitaar haast niet te horen en het lijkt alsof de bassist het ook door heeft: zijn gezicht toont geen enkele emotie.

De hartslag van zowel de muzikanten gaat omhoog als ze de overgang maken naar het nummer waar de band zijn naam aan ontleent: Maybe I’m a Leo van Deep Purple. De witblauwe lichten flitsen iedereen wakker en de drummer blijkt groot fan van de high hat te worden. De gitarist trekt een bass face naar zijn gitaar tijdens de solo

De bassist lijkt zich af te vragen wat hij daar doet; hij krijgt in tegenstelling tot de drummer, gitarist en keyboardist geen/weinig belangstelling in het nummer. Hij vormt weliswaar de ruggengraat van het nummer, maar zo wordt hij niet behandeld. 

Ongeveer halverwege het concert wordt het tijd voor de Grateful Gents. De band bestaat voor drie kwart uit inmiddels bekende gezichten: Wisse Vertegaal begeleidt de nummers dit keer met zijn gitaar en de eigenlijk toch wel belangrijke bassist herpakt zijn rol, net als de drummer van the Leo’s. De drie heren treden ditmaal op onder leiding van Mojo Madness, ook wel bekend als Mo Messaoudi. De nette kledingstijl van The Leo’s sluit aan bij die van Mojo Madness: hij draagt een grijze blouse onder donkerroze bretels met daaronder een zilveren broek en een paar Oxford schoenen. Zilveren armbaden en ringen, gecombineerd met een dunne bril voor lang gekruld haar zwaaien mee op de beat van het nummer over de reis naar een onbekende bestemming. Het is duidelijk dat de Madness is geïnspireerd door Jim Croce, met de lage stem en harde gitaarplucks. Mo tovert tijdens de bridge een harmonica tevoorschijn en trakteert de toeschouwer op een harmonicasolo van de bovenste plank. Na een paar keer het refrein gezongen te hebben maken de heren een overgang naar de inspiratiebron: het nummer You Don’t Mess Around With Jim van Jim Croce. Het aantal beats per minuut gaat omhoog terwijl Mojo Madness namens Jim Croce het publiek waarschuwt over het klooien met Big Jim. De spotlights achter de band flitsen felle waarschuwingen voordat de harmonica de luisteraar meeneemt naar een muzikale rabbit hole, die onder begeleiding van de akoestische gitaar weer uitkomt bij het refrein.

De funk brengt het muziekfestival ten einde. Alexander de Grote vertelt in het nummer Jeweethoewerollen hoezerollen. De synthesizer is bij dit ensemble als het ware een tijdmachine naar vier a vijf decennia geleden, with half of the song in English. Nou ja, frontman Alex switcht voortdurend tussen English en Dutch. Alex vertelt onder begeleiding van een beat straight from a 70’s disco over zijn sublieme kledingstijl en zijn vrouwelijk gezelschap. Aanvankelijk dacht men “dit is nu al de zoveelste gitaarsolo,” maar toen de synthesizer de grondnoten speelden konden toeschouwers niet meer stil blijven zitten. 

Gestreepte shirts? Je weet hoe we rollen!

Een ode aan Mac Miller? Je weet hoe we rollen!

Paarse basgitaar? Je weet hoe we rollen!

Een optreden dat de vibe van de rest van de avond vaststelt? Je weet hoe we rollen!

Over de auteur

Dennis van Brouwershaven

Ik ben student journalistiek.... grandioos.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *