De start van het Jeugdjournaal met Arno Wamsteeker als eerste eindredacteur

De start van het Jeugdjournaal met Arno Wamsteeker als eerste eindredacteur

Arno Wamsteeker kijkend naar de eerste aflevering van het Jeugdjournaal. Foto: Giorgia Albai

Het jeugdjournaal bestond dit jaar 40 jaar. Op 5 januari 1981 werd de eerste aflevering uitgezonden. Arno Wamsteeker was de eerste eindredacteur. Hij heeft samen met zijn collega’s het eerste dagelijkse nieuwsprogramma voor kinderen van 10 tot 12 jaar opgezet. En nu, al die jaren later, is het Jeugdjournaal nog steeds razend populair.

Samen bekijken wij de eerste aflevering. Opvallend is dat de onderwerpen nog regelmatig hetzelfde zijn: milieu en oorlog in het Midden-Oosten. Ook laat Arno alle draaiboeken van de uitzendingen aan mij zien. “Ik ben een beetje een ‘freak’ in dit soort dingen, ik heb alles bewaard.” Op de studeerkamer, gevestigd in Huizen, waar wij in gesprek zijn, hangen aan de muren foto’s van de eerste redactie en heeft hij het eerste nieuwsartikel over het Jeugdjournaal ingelijst.

Voordat je bij het Jeugdjournaal ging werken was je leraar. Hoe ben je eigenlijk zonder journalistieke ervaring in de media terecht gekomen?

“Ik was hoofd van de school in Leidschendam. Dit was eigenlijk een beetje een ‘gekke’ school. De school stimuleerde de kinderen om heel erg zelfstandig te werken en ze kregen ook vakken als multimedia. We hadden daar zelfs een videorecorder, de eerste van heel Leidschendam. De KRO-schoolradio maakte een rubriek ‘echo-junior’, dit was een soort samenvatting van het nieuws van de week. Één van die reporters woonde in Voorburg en die had kennelijk in de krant gelezen over onze school. Hij is toen elke twee weken opnames bij ons komen maken. Op een gegeven moment kwam bij de schoolradio een vacature vrij en ben door de KRO toen opgebeld en zodoende ben ik daar begonnen.”

 Gelijk ja gezegd?

“Nee, eigenlijk niet. We hadden een fantastisch team onderwijzers en onderwijzeressen, niemand wilde weg. Maar radio maken leek mij zo’n leuke uitdaging en dat trok mij wel aan. Dat kwam natuurlijk ook omdat wij op school ook al veel bezig waren met multimedia.” 

 Op een gegeven moment kwam er dus een journaal voor kinderen. En jij bent toen gevraagd om eindredacteur te worden?

“Toen in de krant stond dat er een jeugdjournaal kwam, waren er meer dan 700 sollicitanten voor alle functies. Een heleboel van mijn medewerkers bij de radio vroegen toen: ‘Mag ik jou als referentie opgeven?’. Dat heb ik een aantal keer gedaan, maar er zelf eigenlijk helemaal niet over nagedacht. Ik zat namelijk helemaal op mijn plek bij de radio. Toen is er vanuit het journaal aan mij gevraagd of ik wilde komen solliciteren. Ik moest een soort draaiboek maken over wat je nou graag in een uitzending zou willen doen daar. Ik vertelde een verhaal over de aanslag op de Engelse ambassade op het Westeinde in Den Haag die net was gebeurd. Op die avond van de aanslag keek ik namelijk met mijn twee dochters en vrouw naar het journaal en ik weet nog heel goed dat een van mijn dochters die avond niet kon slapen, omdat ze de bloedvlekken op de muur die tijdens de uitzending te zien waren maar niet kon vergeten. Ik zei hierover, als wij dit soort onderwerpen maken, en dat gaan we moeten maken want dat is belangrijk, dan moeten we het zo maken dat we de kinderen met een gerust hart naar bed kunnen sturen.”

 In 1956 was de eerste aflevering van het NOS-journaal en pas in 1981 was de eerste aflevering van het Jeugdjournaal. Waarom duurde het zo lang voordat er ook een journaal voor kinderen kwam?

“In 1979, het jaar van het kind, hebben ze geprobeerd het Jeugdjournaal op te zetten maar met name de TROS en de EO vonden dat helemaal niks. Ze waren bang dat dan alle kinderen links geïndoctrineerd worden. De baas van het journaal Ed van Westerloo die was daar zo ontdaan over, dat hij zei: ‘weet je wat ik doe: ik heb elke dag rond 19.00 uur twee dezelfde journaals van 5 minuten, samen 10 minuten zendtijd. Hiervan geef ik 6 minuten aan het jeugdjournaal en maak een 4 minuten journaal op Nederland 2.’ Dus we hebben gewoon in tijd van het Journaal, het Jeugdjournaal kunnen maken. Ik vraag mij ook af als Van Westerloo niet zo had doorgedrukt er überhaupt een Jeugdjournaal was gekomen.”

Het Jeugdjournaal is onderdeel van het journaal. Zes minuten kregen Arno en zijn team, om aan kinderen het nieuws van de dag te vertellen. Elke dag om tien voor zeven werd het uitgezonden. De onderwerpen werden op film opgenomen. Dat betekent dat Marga van Praag, de verslaggeefster, altijd rond vijf uur ’s middags weer terug moest zijn van haar opnames, om de beelden te ontwikkelen en te monteren.

Hoe hebben jullie laten zien dat het helemaal geen linkse televisie is maar gewoon nieuws?

“Er werd in het begin ontzettend kritisch naar ons gekeken. Pas toen wij prijzen gingen winnen, ‘de beste uitzending over de verkiezingen’, werd iedereen enthousiast. Ik heb toen een briefje gekregen van de voorzitter van de TROS over hoe verbazingwekkend goed het Jeugdjournaal is en dat waar hij bang voor was, die indoctrinatie van kinderen, helemaal niet zo bleek te zijn. Ik vind dat een van de mooiste complimenten die ik ooit over het jeugdjournaal heb gekregen.”

 Wat vond jij als eindredacteur het belangrijkst om aan kinderen te laten zien?

“Het is ontzettend belangrijk om kinderen serieus te nemen. In het begin probeerden wij heel erg te zoeken naar kinderonderwerpen. Dat is ook bijna onze ondergang geweest, want kinderen vinden dat niet zo leuk, ze vinden dat geen nieuws. Toen er werd geschoten op president Reagan, willen kinderen dat in het jeugdjournaal zien. Als redactie hebben we afgesproken dat het eerste onderwerp in het Jeugdjournaal meestal hetzelfde moet zijn als het eerste onderwerp van het journaal.”

 Op welk item ben je het meest trots?

“We hebben een keer een onderwerp moeten maken, en ik kan me dat nog zo goed herinneren, over dat er in een Palestijns kamp mensen waren doodgeschoten. De hele wereld had het erover. Op de beelden die in Hilversum binnenkwamen, zag je overal lijken liggen. Als redactie dachten we echt: ‘jeetje wat moeten we daar nou mee?’. Je moet het voor kinderen niet verbergen. We hebben uitgelegd dat Israël die enclaves inneemt ondanks de internationale verdragen. We hebben niet benadrukt dat Israël fout zit, maar zeggen dat ze het doen, dat was het belangrijkst. Maar wat moesten we doen met die beelden? Nou, we hebben toen een shot met een muur en daaronder allemaal lijken genomen. Wij hebben wel dat hele beeld laten zien, maar het enige wat we erover zeiden was dat er heel veel mensen zijn doodgeschoten en je in de muur de inslagen van schoten zag. We hebben achteraf nagevraagd wat de kinderen hebben gezien en bijna niemand heeft de lijken zien liggen: ze hebben het alleen maar gehad over de kogelgaten. Je merkt dat tekst je kan leiden naar het beeld dat je moet zien. Dus we hebben het zo objectief mogelijk weergegeven.”

 

 

 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *