Doos na doos verdwijnt de wagen in 

Doos na doos verdwijnt de wagen in 

De verhuiswagen staat voor het huis

De vrouw des huizes gluurt door het raam van haar slaapkamer naar buiten. Haar blik is gefocust op de ingang van de straat. Met haar wijsvinger tikt ze in een vlug tempo op het raamkozijn. 

 Als stilte voor de storm worden beneden, in de keuken, de laatste broodjes naar binnen geschoven. Een jongvolwassen meisje staart naar de klok: acht uur. Ze ijsbeert door de keuken en verdwijnt dan naar boven. “Mama”, zegt ze aarzelend. “De verhuizers komen pas over een half uur. Kunnen we niet beter nog wat gaan inpakken”.

“Heb je mijn make-up gezien?”, roept de andere dochter naar haar moeder, die nog steeds her raam uit tuurt. “Ja”, zegt ze. “Die zit in een roze tas maar ik weet niet waar die heen is, waarschijnlijk zit die al in een doos”. Zo’n vijftien verhuisdozen worden opengemaakt in de zoektocht naar de make-up.

Dan verschijnt er een grote blauwe verhuiswagen vanuit de hoek van de straat. Achteruit wordt de wagen ingeparkeerd in de voortuin van het huis. “Je ziet wel dat er verhuisd wordt”, zegt de ‘hoofd’ verhuizer, kijkend naar alle dozen en meubels die hij straks met zijn collega’s naar buiten moet sjouwen.

De vrouw leidt de mannen even rond door het huis. “Dit moet mee, maar dit niet. Deze kast blijft hier, maar de kleding in de kast moet wel mee”. Als het rondje is gemaakt nemen de mannen nog even pauze voor de werkdag echt begint. “Vier koffie. Breng jij het even naar buiten”, vraagt de vrouw des huizes aan haar man. Terwijl hij buiten kletst met de mannen rent een van de dochters achter hem aan met de melk en suiker. Achteraf blijken die niet nodig te zijn en de dochter druipt af.

“Lekker bakkie mevrouw, we gaan aan het werk hoor”, roept een van de verhuizers. Al fluitend verplaatst de ‘hoofd’ verhuizer de dozen naar de voorste slaapkamer. Door het raam, waar de vrouw eerder door naar buiten keek, moeten namelijk de spullen naar buiten. “Dat is weer andere kaas”, zingt dezelfde verhuizer als hij de trap af huppelt.

Na een half uur is de gehele benedenverdieping leeggehaald. Alleen de piano en “die vervelende Lundia kasten”, aldus de jongste verhuizer van het stel, staan er nog. Maar na een tijdje blijkt dat de piano nog veel vervelender is dan de kasten. “Hoe hebben wij die piano ooit naar binnen gekregen?”, zegt een van de dochters lachend. Er wordt gesjord en geduwd maar zelfs met de kracht en expertise van vier verhuizers wil de piano er niet uit. Dan maar de deur eruit. Een kwartier later is het eindelijk gelukt. Hup, daar gaat ook de piano de, nu al goed gevulde, verhuiswagen in.

“Ik vind het best bijzonder, hoe snel het allemaal gaat”, zegt een van de dochters. Een traan valt op haar wang. “Ik wil eigenlijk helemaal niet weg.” Snel veegt ze haar tranen weg als een van de verhuizers langs haar loopt. Een voor een vliegen de verhuisdozen de wagen in totdat hij vol zit. De ene wagen wordt ingeruild voor de andere en de mannen vertrekken allemaal naar boven. Vanaf de bovenste verdieping wordt er een ‘treintjes tactiek’ ingezet. De mannen geven alle dozen aan elkaar door en geven aan hoe zwaar de doos is. Zwaar, licht, kapot. Alle termen komen voorbij. Als alle dozen door het raam de auto in zijn gezet, sluit de klep. ‘Tot morgen, mevrouw”, roept een van de verhuizers. – “Tot morgen, bedankt.” 


Het gezin loopt nog een rondje door het huis. “Ik ga het hier missen”, zegt een van de dochters snikkend. “Ik ook meis, ik ook”, fluistert de moeder terug.
 

 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *