Nog eenzamer in de verlaten straten

Nog eenzamer in de verlaten straten

‘Ook in onze gemeente nam het aantal toe: in maart ontvingen 11.772 mensen uit Rotterdam een WW-uitwerking. In februari waren dit er nog 10.966’ meldt in de buurt Rotterdam. Het CBS maakt bekend dat er aan het begin van de coronacrisis een toename in uitkeringen heeft plaatsgevonden van 42.3%. Veel mensen verliezen in deze tijd hun baan, maar er zijn ook mensen die helemaal geen dak boven hun hoofd hebben.

De harde ruis van auto’s op de snelweg. De koude wind snijdt de linkerhelft van mijn gezicht terwijl ik strompel in de verlaten straten van Rotterdam. Ik kom langs de Rozenbrug waar ik Boris tref. Ik vraag hoe het met hem gaat en of hij toevallig een sigaret van me wil. Na een onwennig gesprek ga ik naast Boris op de grond zitten. Boris is 59 jaar oud en dakloos. Hij weet niet zo goed waar hij moet beginnen nadat ik hem heb gevraagd hoe hij hier terecht is gekomen. Kuchend steekt hij een sigaret op en begint hij wat te stamelen. ‘Ik ben nu al ruim 19 jaar dakloos eigenlijk, het is allemaal heel snel gegaan. Ik werkte als bouwvakker en werd na een incident ontslagen bij het bedrijf en voor ik het wist moest ik mijn huis uit.’ Hij blaast in zijn handen en kuchend probeert hij verder te vertellen. ‘Al mijn spullen waren in één keer weg. Ik kon ook nergens anders heen. Ik heb altijd een goede band met mijn moeder gehad, maar toen ik begon met cocaïne toen ik in de twintig was, heeft ze me de deur toegewezen. Ik heb haar na al die tijd niet meer gezien.’

Boris oogt voor mij als een lieve, bescheiden man met een ruw uiterlijk. Hij heeft een voorhoofd voorzien van fronsrimpels, een onrustige huid en een grote rossige baard. Hij zit gewikkeld in een deken op een kleedje en heeft een tas vol spullen naast hem staan. Hij trilt en leunt ver naar voren.

Ik vraag aan Boris of hij het nieuws volgt. ‘Nee, ik heb ook geen telefoontje of iets. Ik vroeg altijd hoe het met de wereld ging als ik naar de Pauluskerk ging, trekt me eigenlijk allemaal niet zo erg.’ Hij staat op en geeft aan dat hij een stuk wil gaan lopen, omdat hij toch al vaak de hele dag zit. Ik loop achter hem aan en bied hem nog een sigaret aan. Hij haalt heel diep adem en trekt zijn neus op, daarna steek hij in één handeling de sigaret in zijn mond en steekt hij hem aan. ‘Ik weet nog dat het bijzonder rustig was en dat ik niet begreep waarom er zo weinig mensen in de stad waren. Het was lekker weer en normaal gaan alle mensen toch op zaterdag naar de stad. Maar toen ben ik maar gaan vragen bij Pomms op de Coolsingel waarom er nou niemand op de straat was. Zo’n klein meisje achter de toonbank begon over het virus en ik had geen flauw benul waar ze het over had. Vast, dacht ik. Was er ook eigenlijk niet heel erg mee bezig, ik doe per dag toch wel mijn eigen dingen.’

Ik vraag Boris wat er voor hem veranderd is in het jaar dat het coronavirus aanwezig is. En of hij er last van heeft. ‘Naja veranderd. Normaal ging ik wel is naar de Pauluskerk, daar kreeg ik dan wekelijks een bakje en kon ik me opfrissen.’ Ik onderbreek hem: ‘Bakje, of een bakkie?’ Hij grinnikt een beetje ‘Nee, een bakje met eten. Zo’n plastic ding met broccoli en soep af en toe. Maar je kon ook wel koffie krijgen hoor, maar dat deed ik nooit want die dingen krijg ik niet naar achter gewerkt. Zijn zo waterig als wat.’ Hij haalt zijn neus een paar keer achter elkaar op, blaast warmte in zijn handen en hij geeft me een korte lach. Hij is erg onrustig maar wil wel met me praten. Ik ga verder over de Pauluskerk en vraag Boris wanneer hij daar voor het laatst is geweest. Hier weet hij erg moeilijk antwoord op te geven, ik vertel hem dat het nu maart is. ‘Ja dan denk ik een jaar geleden, ik ging er heen op een woensdag ochtend en toen was t allemaal al dicht.’

We komen langs een bankje en ik stel voor hier even te gaan zitten. Boris leunt naar voren over zijn knieën wat het moeilijk maakt om goede interactie met hem te hebben. Zijn voeten tikken op de grond en hij kijkt me nauwelijks in de ogen aan. Toch vraag ik door: ‘En waren er dan veel andere daklozen bij de Pauluskerk?’ ‘Ja joh, iedereen uit Rotterdam kwam daar. Waren ook altijd dezelfde mensen die daar werkten enzo. Ik mis dat wel, ondanks slechte bak pleur.’

Ik geef aan dat ik bijna klaar ben met vragen stellen, ik vraag hem wat voor hem als dakloze in de coronatijd nou de grootste impact heeft gehad. Hij haalt zijn neus weer op en begint zijn zin geïrriteerd: ‘Nou dat ik niet meer naar de Pauluskerk kan, daar zitten we toch de hele tijd over te praten zowat.’ Hij kijkt me nu wel in de ogen aan. Ik geef hem helemaal gelijk en ik bedank hem voor het gesprek. Als ik opsta wenst hij me nog een fijne dag, ik geef de rest van mijn pakje sigaretten aan hem. Als ik wegloop hoor ik hem in mijn rug nog een paar keer zijn neus ophalen.

Over de auteur

Claire Daemen

Mijn naam is Claire Daemen. Ik ben van origine een Rotterdamse en woon nu in Utrecht. Neem een kijkje in mijn producties, als je tips of kritiek hebt is dat ook helemaal goed. E-mail: clairedaemen.daemen@student.nl Telefoon: 0641825907 Groetjes Claire

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *