Ouders steeds meer in problemen doordat kinderen niet naar buitenschoolse opvang kunnen

Ouders steeds meer in problemen doordat kinderen niet naar buitenschoolse opvang kunnen

Foto: Nick Steenhuis

De buitenschoolse opvang (bso) is nog altijd alleen geopend voor de noodopvang. Dat betekent dat kinderen waarvan de ouders geen cruciaal beroep uitoefenen niet naar de bso kunnen. Deze ouders moeten vaak gewoon heel de dag beschikbaar zijn voor hun werk, maar moeten nu dus ook tegelijkertijd op hun kinderen passen. Daarom roepen ouders, kinderopvangorganisaties en brancheorganisatie Kinderopvang op om de bso’s weer open te gooien.

Waar de basisscholen, kinderdagverblijven en gastouderopvang sinds 8 februari alweer open zijn, adviseerde het Outbreak Management Team (OMT) steeds om de bso’s gesloten te houden. Dit adviseerde het OMT, omdat op de bso’s kinderen van verschillende scholen samen komen, wat dus tot extra contacten en mogelijk meer besmettingen zou leiden.

Brancheorganisatie Kinderopvang zegt dat die contacten er toch wel zijn. “Kinderen gaan naar school, sporten samen, spelen bij vriendjes en vriendinnetjes en worden door vrienden van ouders, buren en opa’s en oma’s opgevangen. Ze mogen alleen niet naar de bso”, zo laat directeur Emmeline Bijlsma weten aan RTL.

De brancheorganisatie maakt zich daarnaast ook zorgen om de welbevinden van de kinderen. “Kinderen die normaal naar de bso gaan, zitten nu thuis voor een beeldscherm of hangen buiten rond. Terwijl hun ouders aan het werk zijn”, zo laat Emmeline Bijlsma weten aan RTL.

Ook bso To Be Kind wil dat de bso’s weer volledig open gaan, zo laat leidinggevende Marleen Penninga weten. “Tijdens de eerste lockdown hadden we acht kinderen en die kinderen kwamen maar van twee scholen. Nu maken de ouders met cruciale beroepen meer gebruik van de noodopvang en hebben we zo’n twintig kinderen op een dag en die komen van vier verschillende scholen. Als we de kinderen van de ouders die geen cruciaal beroep uitoefenen ook ophalen zijn het maar tien tot 15 kinderen meer en die komen ook van die vier zelfde scholen. Dus die kinderen komen toch al met elkaar in contact”, zo laat Penninga weten.

Ook kunnen de pedagogisch medewerkers veel minder werken, omdat er minder kinderen zijn tijdens de noodopvang. Penninga: “Bij onze bso is het zo dat we één pedagogisch medewerker op een groep van elf kinderen zetten. Doordat we nu alleen open zijn voor de noodopvang kunnen niet alle pedagogisch medewerkers, op onze locatie, hun uren draaien.”

Daarnaast wil bso To Be Kind ook de ouders en de kinderen helpen. Penninga: ” Ouders moeten zich ook thuis vaak hele dagen focussen op hun werk en hebben niet altijd tijd om op hun kinderen te passen. Als de bso’s weer open gaan wordt er dus veel stress en onrust binnen gezinnen weggenomen. Daarnaast zorgt het naar de bso gaan ook voor structuur en rust, wat goed is voor de ontwikkeling van de kinderen.”

Elise, moeder van een zoon en een dochter 5 en 8 jaar, hoopt ook dat de bso’s snel weer open gaan. De kinderen gingen normaal drie keer per week naar de bso, maar nu moet Elise de kinderen om twee uur van school halen. “Ik werk thuis en de kinderen moeten zich vooral zelf vermaken, waar ze op de bso alle aandacht krijgen. Ook zitten ze langer voor de televisie of achter de IPad dan dat ik eigenlijk zou willen. Vaak heb ik tussendoor ook afspraken, maar dan schreeuwen de kinderen er soms doorheen en dat is niet heel erg prettig”, zo laat Elise weten.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *