Eenzaamheid binnen verzorgingstehuizen toegenomen

Eenzaamheid binnen verzorgingstehuizen toegenomen

Allard Blom, 48 jaar is verzorgende IG (individuele gezondheidszorg) in de ouderenzorg. Hij werkt als ZZP-er bij veel Rotterdamse instellingen en in de thuiszorg. Daardoor komt hij veel verschillende mensen tegen. Allard heeft in het afgelopen jaar veel gevolgen van corona gezien. Zo benoemt hij als eerste de eenzaamheid doordat veel mensen letterlijk veel alleen waren tijdens de lockdown. ‘Als iemand maar enig symptoom van het coronavirus vertoont, een keer niest bijvoorbeeld, dan wordt diegene opgesloten in zijn kamer’ vertelt Allard. Daar komt bij dat het verzorgend personeel onherkenbaar in witte pakken en met mondmaskers op binnenkomen. Mensen zitten dus opgesloten, krijgen wat te eten en het personeel wil eigenlijk zo weinig mogelijk naar binnen. En de familie mag ook niet op bezoek komen, dus de mensen raken in het verpleeghuis in een isolement.

Eenzaamheid verdubbeld

Dat de eenzaamheidscijfers onder ouderen zijn verdubbeld van 17% naar 35% gelooft Allard direct. Het hele persoonlijke contact met familie is weg, de extra boodschapjes die familie komt brengen worden afgeleverd bij de deur. Sommige ouderen kunnen nog wel met een laptop of telefoon overweg en zij onderhouden nog wel wat contact. Maar mensen die dementerend zijn, die dus niet met digitale middelen overweg kunnen, die hebben helemaal geen contact meer. De ontmoetingsmomenten zijn veelal weggevallen. Nu gaat het iets beter, vertelt Allard. Totdat iemand symptomen heeft, want dan wordt gelijk de hele afdeling gesloten en dat betekent dat er geen bezoek meer mag komen. Nu mag er weer onbeperkt bezoek komen, maar daarvoor mocht er maar één persoon tegelijk. Dat betekent dat sommige mensen bijvoorbeeld hun kleinkinderen van bijna twee jaar nog nooit gezien hebben. ‘Ja, een fotootje hebben ze gekregen met de post’.

Veelvuldig testen

Voor ouderen betekenen positieve symptomen direct in isolatie en direct testen. Vaak moeten ze drie of vier dagen op een testuitslag wachten. ‘Terwijl wij onze testuitslag toch meestal binnen 24 uur krijgen’. Verder moeten ze vijf dagen in isolatie en de afdeling gaat op slot wat betekent dat mensen niet van de afdeling af mogen. Degene die corona heeft wordt zwaar geïsoleerd en de negatief geteste mensen moeten na deze testuitslag nog vijf dagen in isolatie. Allard heeft zich altijd afgevraagd wat daar de reden van is.

Mentaal welbevinden

Allard denkt dat er veel tijd voor nodig is voordat mensen zich mentaal wat sterker gaan voelen. Het is een psychisch kwetsbare doelgroep. ‘Anderhalf jaar isolatie moet je zien als een soort conditionering en dat moet ook weer geherconditioneerd worden’. Allard noemt het ‘ze zijn een beetje wereldvreemd geworden’ en de omschakeling naar normaal is lastig voor ze. Als voorbeeld noemt hij de heropening van de restaurants in de instellingen en het feit dat mensen daar niet heen willen. Mensen zijn allang vergeten dat ze anderhalf jaar geleden in het restaurant gingen eten. En niet te vergeten: de angst bij mensen. Ze zijn bang dat ze het krijgen en weer in isolatie moeten. Allard ziet zelfs dat sommigen huiverig zijn voor familiebezoek vanwege de angst dat zij misschien corona meebrengen.

Dagactiviteiten

De mensen mogen weer naar de brasserie en de dagactiviteiten worden langzaam weer opgepakt. Maar Allard ziet dat het niet vanzelf gaat. Vanwege anderhalve meter afstand mogen er minder mensen naar de brasserie. Bovendien mag je niet zomaar naast iedereen gaan zitten. Mensen moeten bij de eigen afdelingsgenoten gaan zitten. Maar ook het personeel is ondertussen gewend geraakt aan een minder drukbezochte brasserie. Allard noemt het voorbeeld van een nieuwe bewoner die zich eenzaam voelt. Maar zij mag niet in de brasserie eten omdat ‘ze vol zitten’. Allard is het daar niet mee eens omdat ze 60 mensen in de brasserie aankunnen en die zitten er nog lang niet. ‘Ik ga dan op alle deuren rammelen die ik kan vinden net zolang totdat ik de hoogste manager heb en uitleg dat iemand niet hoort te vereenzamen in een verpleeghuis’. Hij heeft er twee weken over gedaan, maar uiteindelijk is het hem gelukt om deze mevrouw in de brasserie te laten eten. ‘De vrouw van de brasserie kijkt me nu niet meer aan, maar ach, het is haar werk om eten te verzorgen voor deze mensen’. Allard vindt dat je hart bij de klant moet liggen en dat mist de zorg vaak. ‘Mensen willen niet meer zo hard lopen’.

Bezuinigingen

Allard ziet dat veel problemen in de zorg te maken hebben met bezuinigingen in de zorg. ‘Er is veel onderbezetting, waardoor de werkdruk te hoog is en mensen niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben’. Allard vindt dat je dan een ‘tandje harder moet lopen’. Maar beter is dat er wat handjes bij komen om het werk goed te kunnen doen. ‘Ik ben ZZP-er, dus ik kom en ik ga. Maar als je vast in de zorg werkt dan is het niet te doen om je werk elke dag weer met volle overtuiging te doen’. Allard oppert dat inspraak hebben in een rooster nog zou kunnen helpen of nog beter ‘wat extra salaris’. Maar dat zit er niet in, dus het enige dat overblijft is ‘met je hart werken’. Maar dat houden mensen niet vol. Hij ziet collega’s die weinig energie hebben en er zijn veel langdurig zieken vanwege overbelasting. En de zorg wordt er niet mooier of beter van. De ‘snelwasjes’ noemt Allard. Met een washand uit een pakje iemand even snel wassen, terwijl iemand recht heeft op een douchebeurt.

Toekomst

Allard hoopt dat mensen hard willen blijven lopen. Maar het personeelsgebrek dat blijft of wordt nog erger. Allard vreest dat de extra overheidsuitgaven tijdens de coronaperiode ergens weer vandaan gehaald moeten worden. En vaak staan zorg en cultuur dan op de agenda voor bezuinigingsrondes. En het is wachten op de volgende lockdown en het is afwachten of de vaccinaties voldoende effect zullen hebben. Vooralsnog ziet Allard het niet rooskleurig in. ‘Eens een keer met zijn allen om de tafel gaan zitten om je te herinneren waar je het allemaal voor doet’. Misschien komt daar de bereidwilligheid mee terug die zo hard nodig is voor de ouderen. De vele ZZP-ers en uitzendkrachten leveren niet direct een positieve bijdrage aan dit geheel. ‘Het zal wel, ik sta morgen weer ergens anders’ is dan een gemakkelijke gedachte geeft Allard aan. ‘Collega’s zitten als ze tijd over hebben liever op hun telefoon, dan dat ze een praatje maken met de mensen’. Hijzelf prefereert langere termijnopdrachten om juist wel een band op te bouwen met een instelling en de mensen. Op dit moment is hij ook ingehuurd voor langere tijd, ook om te kijken waar de verbeterpunten zitten in de zorg binnen deze instelling. Want hij werkt met zijn hart en voor de mensen. En al maakt hij maar een paar mensen blij op een dag, dan weet hij weer waar hij voor werkt.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *