{"id":312,"date":"2020-03-24T14:23:10","date_gmt":"2020-03-24T13:23:10","guid":{"rendered":"https:\/\/svjmedia.nl\/samvanopbergen\/?page_id=312"},"modified":"2025-08-11T15:24:52","modified_gmt":"2025-08-11T13:24:52","slug":"onderzoek","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/svjmedia.nl\/samvanopbergen\/afstuderen\/onderzoek\/","title":{"rendered":"Onderzoek"},"content":{"rendered":"\n
Onderzoeksverslag Sam van Opbergen (1735914)<\/p>\n\n\n\n
Haarlems Dagblad en het parkeerreferendum in 2024<\/p>\n\n\n\n
Inhoudsopgave<\/p>\n\n\n\n
Inleiding\/Aanleiding en probleemstelling. 3<\/a><\/p>\n\n\n\n Onderzoeksvragen. 5<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 1: Wat is de rol van lokale journalistiek in het dekken van politieke betrokkenheid zoals referenda?. 6<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 2: Wat zeggen eerdere studies over framing of het stellen van de toon in de verslaggeving met betrekking tot lokale democratie en burgerinitiatieven?. 7<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 3: Welke thema\u2019s en verhalen komen naar voren in de verslaggeving van Haarlems Dagblad over het parkeerreferendum?. 8<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 4: Hoe worden verschillende actoren, zoals de gemeente, burgers en bedrijven, weergegeven in de verslaggeving?. 10<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 5: Welke frames en woordkeuzes gebruikt Haarlems Dagblad in de berichtgeving over het parkeerreferendum?. 13<\/a><\/p>\n\n\n\n Deelvraag 6: Is er een waarneembare verschuiving in de toon of nadruk tijdens de verslaggeving voorafgaand aan, tijdens en na het referendum?. 15<\/a><\/p>\n\n\n\n Methode. 16<\/a><\/p>\n\n\n\n Resultaten\/Data-analyse. 19<\/a><\/p>\n\n\n\n Conclusie en discussie<\/strong>. 22<\/a><\/p>\n\n\n\n Nieuwsartikel over conclusie. 24<\/a><\/p>\n\n\n\n Bronnenlijst: 25<\/a><\/p>\n\n\n\n Bijlagen: 27<\/a><\/p>\n\n\n\n Gebruik AI: 30<\/a><\/p>\n\n\n\n Haarlem is in 2024 het strijdtoneel van een intens debat. De discussie over het wel of niet uitbreiden van betaald parkeren in de stad leidt tot een raadgevend referendum (Parkeerreferendum op 6 Maart<\/em>, 2024). Het idee van de gemeente is om in maar liefst elf wijken het betaald parkeren in te voeren.<\/p>\n\n\n\n Als Haarlemmer heb ik deze discussie van dichtbij meegemaakt. Ondanks de hevige voor- en tegenreacties over het referendum, was de uiteindelijke opkomst net genoeg om de drempel te halen. 37,71 procent van de Haarlemmers stemde in totaal, daarvan stemde 81,61 procent tegen uitbreiding van betaald parkeren.<\/p>\n\n\n\n Hoewel deze uitslag duidelijk maakte dat Haarlem grotendeels tegen uitbreiding was, hoefde de gemeente in principe hun plan niet van tafel te vegen. Wel werd toezegging gedaan om in gesprek te gaan met bewoners om nieuwe plannen te schetsen (In Gesprek met de Stad Over Parkeren in Haarlem | Gemeente Haarlem<\/em>).<\/p>\n\n\n\n De discussie komt dit jaar opnieuw op gang. Het stadsbestuur presenteert in mei een \u2018sterk afgeslankt parkeerplan\u2019 (Plannen Maken Voor Parkeren | Gemeente Haarlem<\/em>). In plaats van uitbreiding in \u00e9\u00e9n klap, wordt betaald parkeren geleidelijk ingevoerd in zeven wijken over een periode van vijf jaar. Wederom leidt dit voorstel tot verontwaardiging in Haarlem (Haarlem 105<\/em>, 2025). Haarlemmers voelen zich ongelijk en geschaad om het feit dat de democratische stem niet voldoende meegenomen wordt in het bestuursbesluit.<\/p>\n\n\n\n Als inwoner van Haarlem en journalistiekstudent viel het mij op dat Haarlems Dagblad duidelijk aanwezig was tijdens de berichtgeving over het parkeerreferendum. De krant schreef vaak over het onderwerp en volgde alle belangrijke ontwikkelingen nauwgezet. Dit kan ertoe hebben geleid dat sommige lezers zich afvragen hoe de toon en inhoud van de berichtgeving bepaalde perspectieven vormen. Sommige inwoners gaven bijvoorbeeld aan dat ze zich niet volledig konden identificeren met de vertegenwoordiging van de tegenstanders van het parkeerplan en dat er relatief weinig aandacht was voor alternatieve opvattingen en kritische experts. Hoe de media lokale beleidsbeslissingen verslaat, kan invloed hebben op hoe het publiek zich betrokken voelt bij het debat en hoe zij zich verhouden tot het gemeentelijk beleid (The War On Cars: Hoe Haarlem Al Jarenlang (Tevergeefs) Probeert de Auto Uit de Stad te Jagen<\/em>, 2022).<\/p>\n\n\n\n Probleemstelling<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het debat over betaald parkeren in Haarlem beperkte zich niet alleen tot de raadszaal of lokale bijeenkomsten, maar vond ook plaats in de regionale media. Dit gold vooral voor Haarlems Dagblad, dat het onderwerp uitgebreid behandelde. Vanaf de herfst van 2023 worden er stukken geschreven over de voortzetting van het parkeerbeleid van de stad, samen met publieke reacties, acties van lobbygroepen en andere politieke veranderingen voorafgaand aan het referendum op 6 maart 2024. De nasleep van de uitslag, waarbij een groot deel van de deelnemers die hun stem uitbrachten, afwijkende meningen over het plan uitte, kreeg ook aanzienlijke aandacht.<\/p>\n\n\n\n Haarlems Dagblad berichtte vanaf het moment dat het referendum werd voorgesteld tot en met de eerste maanden na de uitslag, over het onderwerp vrijwel dagelijks in het nieuws. Van complete nieuwsartikelen tot ingezonden brieven kwamen er van zowel voor- als tegenstanders. Deze intensieve berichtgeving laat zien dat Haarlems Dagblad het onderwerp serieus nam, maar riep ook andere vragen op: hoe gebalanceerd was de berichtgeving eigenlijk?<\/strong> <\/p>\n\n\n\n In de buurt, op sociale media en tijdens lokale debatten wordt het meest besproken hoe mensen zich niet altijd vertegenwoordigd voelen in de perceptie die het medium hen voorschotelt. Het is voorstelbaar dat tegenstanders van het parkeerplan in een aantal artikelen worden genoemd als boze burgers, terwijl voorstanders op andere plaatsen worden geschetst als vriendelijk en professioneel.<\/p>\n\n\n\n Als student journalistiek roept dit voor mij de vraag op hoe Haarlems Dagblad het parkeerreferendum en de debatten die daarmee gepaard gingen, heeft behandeld. Hoe werd het probleem vanuit de krant benaderd? Welke verhoudingen in stemmen werden gepresenteerd en welke niet? Welke woorden, beelden of invalshoeken waren repetitief in de berichtgeving?<\/p>\n\n\n\n Voor dit onderzoek ga ik uit van de periode van november 2023 tot en met 28 maart 2024, waarin de plannen van de gemeente, de tegencampagne, het referendum en de parkeerplannen elkaar in rap tempo opvolgden. Hoewel het parkeerreferendum op 6 maart plaatsvond, is het belangrijk om ook de nasleep te betrekken in het onderzoek. Om deze reden is gekozen om tot de periode 28 maart aan te houden. Op die dag plaatste Haarlems Dagblad een afsluitend en terugblikkend artikel.<\/p>\n\n\n\n Aangezien dit een kwestie betreft die direct de inwoners raakt en zelfs heeft geleid tot een raadgevend referendum, is het van belang om kritisch na te denken over de rol van media en hoe zij hun rol vervullen. In dat opzicht is de journalistiek zeer belangrijk, omdat zij in een democratisch proces voorziet in het informeren, duiden en het cre\u00ebren van de mogelijkheid tot publiek debat (Bijleveld, 2024). Haarlems Dagblad is als medium het meest bekend binnen de regio en zij nemen als eerste waar wat de burgers begrijpen, beleven en spreken over het beleid.<\/p>\n\n\n\n Door de verslaggeving van het parkeervraagstuk door Haarlems Dagblad te analyseren, ben ik van plan bij te dragen aan het begrip van hoe lokale media de perceptie van democratische processen kunnen be\u00efnvloeden. Aan de andere kant biedt dit werk mij als student journalistiek de mogelijkheid om het medialandschap te verkennen. Wat is de verantwoordelijkheid van een lokaal medium wanneer een beleidskwestie voor zoveel lokale verdeeldheid zorgt? Wat is de balans tussen zorgvuldige verslaggeving en het maatschappelijke doel van de journalistiek?<\/p>\n\n\n\n Het werken aan deze antwoorden vergroot niet alleen mijn begrip van het medialandschap, maar stelt me ook in staat om kritisch de impact van journalistiek in mijn stad te bevragen. Met de hoop zo\u2019n analyse te kunnen uitvoeren, hoop ik een sterkere positie in te nemen met betrekking tot een van de verschillende elementen van het lokale medialandschap dat me het meest bezighoudt.<\/p>\n\n\n\n Hoofdvraag:<\/em><\/p>\n\n\n\n Hoe heeft Haarlems Dagblad het parkeerreferendum in Haarlem behandeld en wat viel op qua journalistieke keuzes?<\/strong><\/p>\n\n\n\n Deelvragen<\/em>:<\/p>\n\n\n\n Lokale journalistiek is de ruggengraat van de plaatselijke democratie, met name wanneer de kiezer zich over een referendum moet buigen. Tijdens zulke momenten fungeren lokale verslaggevers als informateurs, fact-checkers, wakers, bemiddelaars en agendastellers in \u00e9\u00e9n.<\/p>\n\n\n\n Informatievoorziening en duiding<\/strong><\/p>\n\n\n\n Toegankelijke verslaggeving over de referendumkwestie, bijvoorbeeld het parkeerbeleid in Haarlem, stelt inwoners in staat de essentie van de stemming te doorgronden. Veel bewoners verkiezen hun vertrouwde krant of omroep boven landelijke outlets, omdat de vertrouwde lokale toon de motieven en mogelijke gevolgen directer aan hen uitlegt. Een recent rapport van het Commissariaat voor de Media (2022) bevestigt die voorkeur: regiokranten en plaatselijke zenders staan als meest betrouwbare bron genoteerd. Goed ingelichte kiezers kunnen uiteindelijk gerichter en bewuster hun stem uitbrengen.<\/p>\n\n\n\n Vanuit de journalistieke traditie rust er een duidelijke opdracht op de lokale verslaggeving: zij moet onderwerpen de noodzakelijke aandacht geven en het openbare gesprek, in al zijn ruwheid, in goede banen leiden. Wanneer verslaggevers zowel voor- als tegenstanders, alsook experts, lobbyisten en de gewone voorbijganger in hun stukken laten klinken, ontstaan er meerdere vensters naar hetzelfde probleem. De handreiking Lokale Referenda benadrukt dat kiezers op die manier alle relevante, en soms tegenstrijdige, argumenten kunnen horen en dus w\u00e9l in staat zijn een doordachte keuze te maken (Krieken, 2021). Dezelfde handreiking adviseert gemeenten en redacties te samenwerken aan tijdige, evenwichtige uitgaven, of het nu gaat om een referendumkrant, een online dossier of een reeks openbare debatten.<\/p>\n\n\n\n Waakhondfunctie en kritische reflectie<\/strong><\/p>\n\n\n\n Lokale media treden op als waakhond wanneer zij het college, de referendumorganisatie en de uitvoering van beleidsplannen nauwlettend in het oog houden. Ook signaleert de verslaggever ondeugdelijke cijfers, schimmige aanbestedingen of gewoon onheldere taal en vraagt daarover door namens de inwoners. Die rol is zwaarder geworden nu krantendekkingen krimpen en de journalistieke financi\u00eble ruimte krimpt (Kreijveld & Aalberts, 2015). Verwacht wordt dan toch nog dat verslaggevers ongebonden blijven en de politiek met dezelfde scepsis blijven volgen.<\/p>\n\n\n\n Verbinden en representeren<\/strong><\/p>\n\n\n\n Een vierde, soms impliciete taak is het bijeenbrengen van uiteenlopende groepen en het laten horen van hun stemmen. Wanneer een zender berichten uit lokaal cultureel leven of uit een wijkfestival meeneemt-en wanneer hij tegenstrijdige meningen de ruimte geeft-groeit er al snel een zekere gemeenschapsband. Kreijveld en Aalberts schrijven dat die verbinding cruciaal is voor een lokale democratie waarin burgers het gevoel hebben dat ze degelijk meedoen en gehoord worden (2015).<\/p>\n\n\n\n Specifiek bij referenda<\/strong><\/p>\n\n\n\n Tijdens een plaatselijk referendum komt de nieuwsjournalist in de eerste plaats tot leven. In zo\u2019n volksraadpleging zijn kiezers plotseling de baas, maar zonder een evenwichtige stroom van feiten kunnen zij weinig beslissingen nemen. Onderzoekers aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (TSPB) geven aan dat buurtkranten en regionale omroepen de participatievlam aanwakkeren en het democratische zelfbeeld omhoog stuwen (TSPB & Van Der Krieken, 2005). Studies wijzen bovendien uit dat gemeenteraden vrijwel altijd de uitslag volgen, mits de opkomstcijfers niet in het honderd lopen. Dit laat zien hoe doorslaggevend een goed ingelicht en actief electoraat is, en bevestigt dat diezelfde lokale media vaak de enige betrouwbare kompasnaald voor de kiezers vormen.<\/p>\n\n\n\n Eerdere studies wijzen er herhaaldelijk op dat de frame-keuze en de toon van een nieuwsitem de manier waarop mensen praten over lokale democratie flink kunnen kleuren. Framing in deze context houdt in dat redacties selectief bepalen welke feiten, beelden of citaten in de schijnwerpers komen en welke in de schaduw verdwijnen (Lecheler en De Vreese, 2019).<\/p>\n\n\n\n Framing en publieke opinie<\/strong><\/p>\n\n\n\n Lecheler en De Vreese (2015) tonen bovendien aan dat herhaaldelijke blootstelling aan hetzelfde kader de attitudes van het publiek verstevigt – of, als de nadruk verschuift, zelfs fundamenteel omkeert. Dit gebeurt vooral bij kiezers met gemiddelde politieke kennis die nog niet met hun eigen referentiekader tegen de verslaggeving kunnen opboksen.<\/p>\n\n\n\n Selectie van bronnen en perspectieven<\/strong><\/p>\n\n\n\n De keuze van bronnen beslist in zekere zin hoe een nieuwsverhaal uitpakt. Op een redactie worden vaak bronnen binnen gehaald die met de lijn van het medium strookt. Hierdoor kunnen tegenstanders van een maatregel afgedaan worden als boze burgers, terwijl de deskundigen argumenten prachtig in beeld brengen (Project for Excellence in Journalism et al., 2009). Dit eenzijdige beeld kan lezers het gevoel geven dat hun eigen positie niet in de krant mocht komen, met als gevolg dat ze zich minder betrokken voelen bij het lokaal bestuur.<\/p>\n\n\n\n Effect op betrokkenheid en vertrouwen<\/strong><\/p>\n\n\n\n Hoe verhalen letterlijk worden aangekleed, heeft niet alleen met imago te maken, maar raakt ook het vertrouwen dat inwoners in hun gemeente houden. Uitgebreide aandacht voor uiteenlopende meningen werkt vaak opbeurend; mensen voelen dat ze worden gehoord en stappen eerder het publieke debat in (Breaking News: Local Journalism Is Alive, 2025). Is de verslaggeving daarentegen gekleurd of schreeuwend, dan groeide bij sommige lezers cynisme en daalt de neiging om bijvoorbeeld een raadsbijeenkomst bij te wonen (Jangdal & Department of Media and Communication Science, Mid Sweden University, Sweden, 2019).<\/p>\n\n\n\n Wetenschappelijke consensus<\/strong><\/p>\n\n\n\n Recente studies onderstrepen dat de framing en toonzetting van nieuws niet willekeurig zijn; ze berusten op bewuste, soms zelfs strategische beslissingen van redacties. Redacteuren die de nadruk leggen op conflict of consensus vormgeven het publieke gesprek en kunnen zo, wellicht zonder het zelf in de gaten te hebben, de geloofwaardigheid van plaatselijke democratische instituties wantrouwiger of steviger maken. Daarom is het voor journalisten cruciaal om voortdurend te reflecteren op hun eigen standaarden en te streven naar een verslaggeving die verschillende stemmen eerlijk ruimte biedt.<\/p>\n\n\n\n Samenvatting<\/strong><\/p>\n\n\n\n Kort samengevat blijven de empirische bevindingen van wetenschappers eenduidig: het kwaad of goed dat in lokale nieuwsberichten verborgen zit, merkt het publiek onmiddellijk op. Als verslaggeving veelzijdig en transparant is, daagt ze inwoners uit om actief deel te nemen aan de democratie en versterkt ze in wezen het wederzijdse vertrouwen. Maar wanneer hetzelfde nieuwssegment steevast \u00e9\u00e9n kant blootlegt, kan dat bewoners langzaam uitsluiten en de kloof tussen groepen juist verbreden.<\/p>\n\n\n\n Haarlems Dagblad bericht in de periode van november 2023 tot 28 maart 2024 uitgebreid over het in de stad levendige parkeerreferendum. In de bijlagen zijn alle 27 artikelen chronologisch bijeen gebracht, zodat de ontwikkeling van het debat in \u00e9\u00e9n oogopslag te lezen is. Iedere vermelding in de lopende tekst verwijst naar de bijlagen.<\/p>\n\n\n\n De verhalen die het meest opvallen, gaan vrijwel altijd over politieke spelletjes achter de schermen. Meermaals terugkerende vragen over de definitieve stemdatum en wie juridisch aan het stuur zit, domineren de koppen (Haarlems Dagblad, 16 en 25 november 2023). Publicaties over de gemeenteraad, de referendumcommissie en het stadsbestuur laten even openhartig de scheuren tussen coalitie en oppositie zien (Haarlems Dagblad, 1 december 2023).<\/p>\n\n\n\n Tegelijkertijd vult de krant de achterliggende beleidscontext met zijn eigen reeks toelichtingen. Een artikel onder de titel \u2018Tien vragen over het parkeerreferendum\u2019 legt bijvoorbeeld de beweegredenen van het college naast de mogelijke gevolgen voor de bewoners, zonder jargon en recht door zee (Haarlems Dagblad, 2 maart 2024). Dergelijke informatieve stukken zijn vooral waardevol voor lezers die de materie nog niet van binnen en van buiten kennen.<\/p>\n\n\n\n Vanuit de wijken mobiliseerde een mini-beweging haar eigen campagne. Flyer na flyer belandde in brievenbus of schooltassen, en de stad werd volgehangen met posters. Twee kanten van het debat maakten even hard lawaai. Haarlems Dagblad legde de stunt van de tegenstanders vast: nep-boetes op voorruiten van auto\u2019s. Zelfbenoemde wijkraden, piepkleine buurtgroepen en individuele roepende bewoners werden steevast bij naam genoemd, als toevoeging aan de talloze e-mails en reactiesites (Haarlems Dagblad, 25 januari 2024; 29 februari 2024).<\/p>\n\n\n\n Betrokkenheid en het gevoel echt gehoord te worden<\/strong><\/p>\n\n\n\n Gehouden interviews vertellen over een gevoel dat niemand zal luisteren als de dingen eenmaal zijn beslist. Bewoners herhalen: we zijn bang straks onderop te raken, omdat niemand ons meer meeneemt in besluitvorming. De verslaggevers schrijven trouwens hetzelfde, en altijd weer komt die opmerking dat de wethouder blijkbaar al een afweging had gemaakt voordat hij de zaal binnenstapte (Haarlems Dagblad, 26 februari 2024).<\/p>\n\n\n\n De krantpagina\u2019s staan vol met beschrijvingen die niet om vervelende woorden heen draaien. In ingezonden brieven licht men toe waarom de baas het volk niet hoort, en woorden als boze burgers en onvoldoende gehoord springen uit het papier. Het lijkt wel een wedstrijd wie zijn frustratie het grootst kan opschrijven (Haarlems Dagblad, 14 december 2023).<\/p>\n\n\n\n Onmiddellijk na de uitslag vroeg men zich hardop af of de raad deze niet-bindende keuze zomaar kon negeren. Juristen citeerden de kleine lettertjes over de burgerdrempel en dat hielp de discussie vooruit (Haarlems Dagblad, 6 maart 2024; idem, 18 januari 2024).<\/p>\n\n\n\n Vergelijking met eerdere referenda<\/strong><\/p>\n\n\n\n De krant plaatste het parkeerreferendum steeds naast het referendum over parkeerbeleid uit 2017. Journalisten schreven over of de verschillen in opkomst en voorkeur opnieuw iets konden vertellen over het komende referendum (Haarlems Dagblad, 12 januari 2024). De vraag of de lessen van 2017 nog hielpen, dook in bijna elk artikel opnieuw op.<\/p>\n\n\n\n Lezersreacties en ingezonden brieven<\/strong><\/p>\n\n\n\n Een handvol ingezonden brieven kwam bij de redactie binnen en werd zonder veel uitstel gepubliceerd. In deze persoonlijke teksten kwam klagen, steunen en twijfelen breder aan bod dan in de offici\u00eble enqu\u00eate (Haarlems Dagblad, 14 december 2023; 16 januari 2024). De brieven voegden dus, naast de kale cijfers, een belangrijke kleur toe aan het beeld van de stemming onder de bevolking.<\/p>\n\n\n\n Zie resultaten\/data-analyse voor data<\/a><\/p>\n\n\n\n Onderzoek naar de 27 stukken die het Haarlems Dagblad tussen november 2023 en maart 2024 over het parkeerreferendum publiceerde, onthult een opvallend terugkerend beeld. De manier waarop politiek, bewoners en ondernemers worden neergezet kan de publieke verwachting en het debat onmiskenbaar kleur geven.<\/p>\n\n\n\n Gemeente<\/strong><\/p>\n\n\n\n In de verslaggeving komt de gemeente Haarlem vrijwel altijd naar voren als de directe aanvoerder in het parkeerdossier. Van de 27 gelezen stukken beschrijft 20 keer de raad of het stadsbestuur het planmatig, als iemand die de touwtjes in handen heeft. Kernzinnen die blijven hangen zijn: \u2018het college wil\u2019 en \u2018het stadsbestuur heeft nu een datum vastgesteld\u2019.<\/p>\n\n\n\n Dominante frames:<\/p>\n\n\n\n Toon en rol<\/p>\n\n\n\n De gemeente valt in het codeboek meestal neutraal-welwillend uit, met een accent op juridische correctheid (Van Gorp et al., 2018). Slechts drie artikelen twijfelen, en die kritiek concentreert zich rond de ruzie over de datum van het referendum.<\/p>\n\n\n\n Burgers<\/strong><\/p>\n\n\n\n Representatie volgens het codeboek: burgers worden het meest gevarieerd weergegeven, met een duidelijke nadruk op emotie en activisme. Het codeboek identificeert vijf hoofdcategorie\u00ebn:<\/p>\n\n\n\n Dominante frames:<\/p>\n\n\n\n Specifieke woordkeuzes<\/p>\n\n\n\n Het codeboek toont herhaaldelijk gebruik van termen als \u2018boze burgers\u2019, \u2018gefrustreerde inwoners\u2019, \u2018bezorgde bewoners\u2019 en \u2018onvoldoende gehoord\u2019. Deze frames komen vooral voor in de fase voorafgaand aan het referendum en in de nasleep.<\/p>\n\n\n\n Emotionele dimensie<\/p>\n\n\n\n In tegenstelling tot de rationele presentatie van de gemeente, worden burgers vaak geassocieerd met emoties: \u2018zorgen\u2019, \u2018frustratie\u2019, \u2018teleurstelling\u2019 en \u2018verontwaardiging\u2019 verschijnen regelmatig in de berichtgeving.<\/p>\n\n\n\n Bedrijven<\/strong><\/p>\n\n\n\n Voor bedrijven, zegt het codeboek, is het normaal gesproken geen drama: hun naam verschijnt alleen als het moet, zoals een technisch detail. De rol is dus meer functioneel dan spectaculair, en dat leest bijna alsof de bedrijven er voor de zekerheid bij zijn gezet.<\/p>\n\n\n\n Hoofdframes<\/strong><\/p>\n\n\n\n Beperkte zichtbaarheid<\/p>\n\n\n\n Uit de krant blijkt dat bedrijven maar in zes van de zevenentwintig stukken zelf ter sprake komen, meestal alleen m.b.t. subsidieaanvragen of als voorbeeld van het nieuwe parkeerbeleid.<\/p>\n\n\n\n Politieke actoren<\/strong><\/p>\n\n\n\n Volgens het codeboek worden politieke figuren vooral in conflicttermen gepresenteerd.<\/p>\n\n\n\n Dominante patronen<\/p>\n\n\n\n Polarisatie<\/p>\n\n\n\n Het signaal is simpel: partijen staan in pro- en antikampen, echt grijze gebieden zijn er nauwelijks (Chong & Druckman, 2007).<\/p>\n\n\n\n Wijkraden en maatschappelijke organisaties<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het codeboek geeft deze groepen een dubbel gezicht.<\/p>\n\n\n\n Frames<\/strong><\/p>\n\n\n\n Analyse van representatiepatronen<\/strong><\/p>\n\n\n\n Hi\u00ebrarchie in berichtgeving: Toon per actor:<\/p>\n\n\n\n Frame-diversiteit: Deze analyse laat zien aan dat Haarlems Dagblad verschillende actoren systematisch anders presenteert.<\/p>\n\n\n\n Zie resultaten\/data-analye voor data<\/p>\n\n\n\n Er zijn verschillende frames en woordkeuzes te identificeren die de perceptie van lezers kunnen be\u00efnvloeden in de berichtgeving van Haarlems Dagblad. De periode november 2023 tot maart 2024 legt enkele dominante frames naar voren. Dit is geconcludeerd op basis van een analyse van de artikelen (te vinden bij Resultaten\/data-analyse).<\/p>\n\n\n\n De verschillende frames zijn op basis van de literatuur over framing samengesteld.<\/p>\n\n\n\n Conflict- en polarisatieframe<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het conflict- en polarisatieframe komt het meest voor in de berichtgeving, waarbij met name de nadruk ligt op tegenstellingen tussen verschillende groepen en actoren. Dit frame laat zich zien in woordkeuzes als \u2018coalitie schiet stembusgang af\u2019 (Haarlems Dagblad, 1 december 2023) en \u2018toch weer mist over datum parkeerreferendum\u2019 (Haarlems Dagblad, 25 november 2023). Het debat wordt vaak afgebeeld als een strijd tussen twee duidelijke kampen. Coalitie tegen oppositie, en voor- versus tegenstanders.<\/p>\n\n\n\n Door het gebruik van emotioneel geladen taal wordt dit frame versterkt. Denk aan zinnen als \u2018gas geven in de campagne\u2019 en \u2018dag van de waarheid voor betaald parkeren\u2019. De nadruk op conflict kan volgens framing-theorie leiden tot een gepolariseerde perceptie van het debat bij het publiek. Daarbij verdwijnen nuances en gedeelde belangen naar de achtergrond (Van Gorp et al., 2018).<\/p>\n\n\n\n Democratisch legitimiteitsframe<\/strong><\/p>\n\n\n\n Een tweede belangrijk frame betreft de democratische legitimiteit van het referendum en de besluitvorming. Dit frame komt naar voren in artikelen die de juridische aspecten, de opkomstdrempel en de bindende of niet-bindende status van het referendum benadrukken. Woordkeuzes als \u2018zwaarwegend advies\u2019, \u2018democratische stem\u2019 en \u2018representatie\u2019 plaatsen het referendum in een breder kader van democratische waarden en burgerparticipatie.<\/p>\n\n\n\n Het democratisch legitimiteitsframe wordt vaak gekoppeld aan vragen over de mate waarin de gemeente luistert naar haar inwoners. Zo wordt in meerdere artikelen de vraag gesteld of de gemeenteraad de uitslag van het referendum zal respecteren, ondanks het niet-bindende karakter ervan. Dit frame resoneert met wat Van Gorp beschrijft als een cultureel-ingebed frame dat een beroep doet op gedeelde waarden over democratie en burgerschap.<\/p>\n\n\n\n Procedureel frame<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het procedurele frame richt zich op de organisatorische en technische aspecten van het referendum. Dit frame domineert vooral in de vroege berichtgeving, met nadruk op datumkeuze, kosten, stemprocedures en juridische kaders. Woordkeuzes als \u2018opkomstdrempel\u2019, \u2018stembureaus\u2019 en \u2018subsidieaanvragen\u2019 plaatsen het referendum in een bureaucratisch en administratief kader.<\/p>\n\n\n\n Dit frame heeft een neutraliserende werking doordat het de aandacht verschuift van inhoudelijke discussies over parkeerbeleid naar procedurele kwesties. Volgens theorie\u00ebn over framing kan deze focus op procedure leiden tot een depolitisering van het debat, waarbij fundamentele meningsverschillen over beleid worden gereduceerd tot technische vraagstukken (Lecheler & De Vreese, 2019).<\/p>\n\n\n\n Economisch frame<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het economische frame gaat over de financi\u00eble aspecten van zowel het referendum als het parkeerbeleid. Dit frame komt naar voren in artikelen die de kosten van het referendum (650.000 euro) benadrukken of die ingaan op de financi\u00eble gevolgen van betaald parkeren voor bewoners en ondernemers. Woordkeuzes als \u2018kosten\u2019, \u2018parkeertarieven\u2019 en \u2018subsidies\u2019 plaatsen het debat in een economische context.<\/p>\n\n\n\n Dit frame haalt zorgen aan over persoonlijke financi\u00eble belangen en gemeentelijke uitgaven. Door de nadruk te leggen op de kosten van het referendum (650.000 euro versus 150.000 euro bij combinatie met Europese verkiezingen) wordt een soort waardeoordeel gegeven over de effici\u00ebntie van de besluitvorming.<\/p>\n\n\n\n Emotioneel frame<\/strong><\/p>\n\n\n\n Een opvallend aspect in de berichtgeving is het emotionele frame, waarbij gevoelens van burgers centraal staan. Dit frame komt vooral naar voren in artikelen over burgerinitiatieven en ingezonden brieven. Woorden als \u2018boze burgers\u2019, \u2018verontwaardiging\u2019, \u2018frustratie\u2019 en \u2018teleurstelling\u2019 cre\u00ebren een narratief van emotionele betrokkenheid en conflict.<\/p>\n\n\n\n Het emotionele frame wordt vaak gekoppeld aan het perspectief van tegenstanders van het parkeerbeleid, terwijl voorstanders vaker worden geassocieerd met rationele en beleidsmatige argumenten. Deze asymmetrische framing kan volgens Lecheler en De Vreese (2019) leiden tot een ongelijke representatie van verschillende standpunten in het publieke debat.<\/p>\n\n\n\n Leefbaarheidsframe<\/strong><\/p>\n\n\n\n Het leefbaarheidsframe plaatst het parkeerbeleid in de context van stedelijke kwaliteit en leefbaarheid. Dit frame komt naar voren in artikelen die de motivatie van het college voor het parkeerbeleid toelichten, met woordkeuzes als \u2018leefbaarheid verbeteren\u2019, \u2018vergroening\u2019 en \u2018ruimte voor voetgangers en fietsers\u2019.<\/p>\n\n\n\n Dit frame resoneert met bredere maatschappelijke discussies over duurzaamheid en stedelijke ontwikkeling.<\/p>\n\n\n\n De toon en nadruk in de berichtgeving van Haarlems Dagblad over het parkeerreferendum in Haarlem zijn gedurende de onderzoeksperiode (november 2023 \u2013 maart 2024) aantoonbaar veranderd. Op basis van de analyse van 27 artikelen en het codeboek zijn er drie fasen te onderscheiden: voorafgaand aan, tijdens en na het referendum.<\/p>\n\n\n\n Voorafgaand aan het referendum<\/strong><\/p>\n\n\n\n Vlak voor het referendum blijft de berichtgeving van Haarlems Dagblad vooral feitelijk en procedureel. De stukken concentreren zich op de politieke besluitvorming, de logistische kant van het referendum, de subsidiebijdragen voor campagnes en de uitleg over het nieuwe parkeerbeleid. Gedurende deze periode komt de gemeente over als een objectieve en leidende speler, waarbij beleidsredenen en het pad dat de besluitvorming volgde centraal staan. Natuurlijk worden ook bewoners en actievoerders genoemd, maar hun stem klinkt in de tekst meestal neutraal en beschrijvend. Een mooi voorbeeld is het artikel \u2018Parkeerreferendum op 6 maart\u2019, dat onder meer de praktische datum van de stemming uit de doeken doet. Ook de kop \u2018Toch weer mist over datum parkeerreferendum\u2019 richt zich juist op procedure en de gemeenteraad. Ook stukken met de titel \u2018Tien vragen over het parkeerreferendum\u2019 blijven heel feitelijk, zonder oprechte emotie te tonen.<\/p>\n\n\n\n Tijdens het referendum<\/strong><\/p>\n\n\n\n Tijdens het referendum houden journalisten de boodschap vrijwel de hele tijd zakelijk en helder. De aandacht gaat vooral naar de stemdag zelf: wat zijn de opkomstcijfers, hoe verloopt het in de lokalen en welke reacties komen er al snel binnen? Het draait hier minder om kleur en meer om feiten. Kiezers willen gewoon weten wanneer ze terecht kunnen, waar ze precies op stemmen en hoe de procedure stap voor stap gaat. In deze fase is er nauwelijks ruimte voor emotie of persoonlijke mening; het informeren van de stemmer is echt het belangrijkste. Titels als \u2018Dag van de waarheid voor betaald parkeren\u2019 en \u2018Eindelijk: stemmen over parkeren\u2019 passen perfect in dit beeld: ze zijn nuchter en louter gericht op praktische inhoud.<\/p>\n\n\n\n Na het referendum<\/strong><\/p>\n\n\n\n Na het referendum is een duidelijke verschuiving zichtbaar naar een meer emotionele, kritische en opini\u00ebrende toon. De nadruk in de berichtgeving verschuift van de procedure naar de maatschappelijke reacties op de uitslag. Er is veel aandacht voor gevoelens van teleurstelling, verontwaardiging en het idee van onvoldoende gehoord worden door de overheid. De frames \u2018boze burgers\u2019, \u2018onvoldoende gehoord\u2019 en \u2018teleurstelling\u2019 keren veelvuldig terug in de berichtgeving. Bovendien worden zowel de gemeente als de politiek kritischer benaderd, vooral in relatie tot hoe zij omgaan met de uitslag en het vervolgtraject. In ingezonden brieven en interviews is de toon uitgesproken emotioneel, en soms zelfs polariserend. Artikelen zoals \u2018Teleurstelling bij tegenstanders\u2019 en \u2018Wederom verontwaardiging\u2019, evenals lezersreacties als \u2018Niet gehoord\u2019, zijn exemplarisch voor deze fase. Waar eerder de nadruk lag op beleid en proces, ligt deze nu op maatschappelijke impact, representatie en de legitimiteit van het democratische proces.<\/p>\n\n\n\n Probleemanalyse en aanleiding <\/strong><\/p>\n\n\n\n Dit onderzoek is ontstaan uit de discussie over het parkeerreferendum in Haarlem. Tijdens die debatten viel op hoeveel invloed de lokale kranten, en vooral Haarlems Dagblad, hadden op de stemming van burgers. Daarom wilde ik in detail bekijken hoe die krant het referendum heeft gevolgd: welke nieuwskoppen domineerden, wie kwamen er aan het woord en welke ondertoon hoorde je terug in de artikelen? <\/p>\n\n\n\n Onderzoeksvraag en deelvragen <\/strong><\/p>\n\n\n\n De kernvraag die we stelden is simpel: Hoe heeft het Haarlems Dagblad van november 2023 tot maart 2024 over het parkeerreferendum bericht, en welke toon, thema\u2019s en perspectieven waren daarbij zichtbaar? <\/p>\n\n\n\n Om die vraag te beantwoorden hebben we een reeks deelvragen opgesteld die ons moeten helpen bij het ontrafelen van de gebruikte frames, de betrokken actoren en zelfs de eventuele verschuiving in berichtgeving door de tijd heen. <\/p>\n\n\n\n Literatuuranalyse en theoretisch kader <\/strong><\/p>\n\n\n\n Voor het samenstellen van ons codeboek hebben we ons laten leiden door bestaande wetenschappelijke literatuur over framing en lokale journalistiek. Onder andere het werk van Lecheler en De Vreese, Van Gorp en Koetsenruijter en Van Hout bood ons de nodige bouwstenen. Hierdoor konden we kritische nieuwsframes \u2013 van conflict en legitimiteit tot procedure, economie en emotie \u2013 specifiek identificeren in de artikelen van de krant.<\/p>\n\n\n\n Afbakening van het corpus en selectiecriteria <\/strong><\/p>\n\n\n\n Voor deze studie is een corpus samengesteld dat bestaat uit 27 artikelen van het Haarlems Dagblad. De selectie vond plaats via LexisNexis met de zoekterm \u2018parkeerreferendum\u2019 over de periode van november 2023 tot en met maart 2024. Enkel die stukken die uitgebreid op het referendum ingingen, zijn behouden; korte vermeldingen of niet-relevante berichten zijn buiten beschouwing gelaten. <\/p>\n\n\n\n Operationalisatie van variabelen en codeboek <\/strong><\/p>\n\n\n\n Abstracte begrippen als \u2018frame\u2019, \u2018thema\u2019 en \u2018toon\u2019 zijn omgezet in praktische codes die in een codeboek zijn vastgelegd (zie bijlage). Voorbeelden van zulke codes zijn \u2018conflictframe\u2019, \u2018democratische legitimiteitsframe, \u2018gemeente (sturend)\u2019, \u2018burgers (bezorgd\u2019 en \u2018emotioneel\u2019). Het codeboek heeft zich in de loop van het onderzoek telkens verder ontwikkeld: na elke coderingsronde zijn de definities aangescherpt op basis van nieuwe inzichten uit de artikelen en de literatuur. <\/p>\n\n\n\n Codeerprocedure en betrouwbaarheid <\/strong><\/p>\n\n\n\n Alle stukken zijn handmatig gecodeerd door de mijzelf, met ondersteuning van AI (waarover later meer). In twijfelgevallen is het codeboek daarop aangepast, steunt zowel op de literatuur als op hetgeen de artikelen werkelijk aanreikten. Het proces verliep dus met terugkerende rondes: na de eerste coderingsronde zijn de codes op sommige punten nog verder verfijnd.<\/p>\n\n\n\n Data-analyse <\/strong><\/p>\n\n\n\n Dit onderzoek is uitgevoerd als een kwalitatieve inhoudsanalyse van de berichtgeving in Haarlems Dagblad over het parkeerreferendum in Haarlem (november 2023 \u2013 28 maart 2024). Het doel was om thema\u2019s, frames, actoren en toon in de verslaggeving te identificeren en te analyseren, met aandacht voor verschuivingen tijdens verschillende fasen van het referendumproces. De empirische analyse is gebaseerd op een corpus van 27 artikelen, verzameld via de LexisNexis-database met zoekterm \u2018parkeerreferendum\u2019.<\/p>\n\n\n\n Validiteit en betrouwbaarheid <\/strong><\/p>\n\n\n\n Om de validiteit te beschermen, is het codeboek opgebouwd vanuit goed onderbouwde theorie\u00ebn, en reflecteren we regelmatig op hoe we die theorie\u00ebn in de praktijk vertalen. De betrouwbaarheid is versterkt door het coderingsproces zo open mogelijk te maken en het codeboek telkens bij te stellen wanneer dat nodig bleek. Natuurlijk zijn er grenzen: we werken met een relatief klein aantal artikelen, en elke keer dat ik frames duid, kruipt er onvermijdelijk een beetje subjectiviteit in de interpretatie.<\/p>\n\n\n\n AI<\/strong><\/p>\n\n\n\n Gedurende het traject nam AI een ondersteunende rol aan op drie belangrijke momenten. <\/p>\n\n\n\n Codering en de daaropvolgende data-analyse verliepen volgens een strak schema. Er is gewerkt met een uitgebreid codeboek \u2013 dat je in de bijlage kunt terugvinden \u2013 waarin elk thema, elk frame, elke actor en elke toon tot in detail werd gedefinieerd. Het proces was tweestaps: eerst door mij per individueel artikel, daarna AI \u2013 vooral bij artikelen waar de taal dubbelzinnig was. De betrouwbaarheid van de hele aanpak zat in die combinatie. Ik testte de consistentie van de AI en daarna controleerde ik of die uitkomsten klopten.<\/p>\n\n\n\n Het is ook belangrijk om te zeggen dat de rol van AI slechts ondersteunend was. Elke interpretatie en conclusie kwam van mij. Er waren zeker grenzen: de software miste vaak de fijnere nuances van de tekst, zoals ironische zinnen in ingezonden brieven. Dergelijke passages bleven dus onder mijn hoede. Om openheid te bewaren heb ik alles precies vastgelegd in het verslag, inclusief screenshots, en die informatie vind je terug in de bijlage over de verantwoording van AI.<\/p>\n\n\n\nInleiding\/Aanleiding en probleemstelling<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Onderzoeksvragen<\/a><\/h1>\n\n\n\n
\n
Deelvraag 1: Wat is de rol van lokale journalistiek in het dekken van politieke betrokkenheid zoals referenda?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Deelvraag 2: Wat zeggen eerdere studies over framing of het stellen van de toon in de verslaggeving met betrekking tot lokale democratie en burgerinitiatieven?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Deelvraag 3: Welke thema\u2019s en verhalen komen naar voren in de verslaggeving van Haarlems Dagblad over het parkeerreferendum?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Deelvraag 4: Hoe worden verschillende actoren, zoals de gemeente, burgers en bedrijven, weergegeven in de verslaggeving?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
\n
\n
\n
\n
\n
Het codeboek toont een duidelijke hi\u00ebrarchie: gemeente (rationeel\/sturend) \u2192 burgers (emotioneel\/reactief) \u2192 bedrijven (functioneel\/secundair). Deze verdeling kan de publieke perceptie be\u00efnvloeden over wie \u2018serieuze\u2019 argumenten heeft en wie \u2018alleen maar klaagt\u2019.<\/p>\n\n\n\n\n
Waar de gemeente consistent wordt gepresenteerd binnen een beperkt aantal frames (leidend, rationeel, sturend), worden burgers veel diverser geframed, wat kan duiden op een gebrek aan eenduidige journalistieke lijn over hoe burgerparticipatie te behandelen (Raad voor het Openbaar Bestuur & Raad voor Cultuur, 2020).<\/p>\n\n\n\n <\/h1>\n\n\n\n
<\/h1>\n\n\n\n
Deelvraag 5: Welke frames en woordkeuzes gebruikt Haarlems Dagblad in de berichtgeving over het parkeerreferendum?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Deelvraag 6: Is er een waarneembare verschuiving in de toon of nadruk tijdens de verslaggeving voorafgaand aan, tijdens en na het referendum?<\/a><\/h1>\n\n\n\n
Methode<\/a><\/h1>\n\n\n\n
\n
Resultaten\/Data-analyse<\/a><\/h1>\n\n\n\n