Achtergrondverhaal
Niet alleen banger door, maar ook voor straatintimidatie
Straatintimidatie: een onderwerp dat sinds de opkomst van de #MeToo-beweging steeds meer besproken wordt. Dit zorgt voor een grotere bewustwording van het probleem, ook in Nederland. Maar tegelijkertijd lijken vrouwen banger te worden voor straatintimidatie. De groeiende bespreekbaarheid heeft dus ook een keerzijde.
Verhalen van anderen: dát zou de grote boosdoener zijn. (Foto: Sanne Bakker)
Uit onderzoeken binnen verschillende gemeenten is gebleken dat voorvallen van straatintimidatie gevolgen hebben voor de slachtoffers. Dat ze banger worden door hun ervaringen is dus niet nieuw. Wat wel pas sinds kort opvalt: vrouwen lijken ook banger voor straatintimidatie te worden. Maar waarom? “Verhalen over escalerende gevallen kunnen mensen aan het denken hebben gezet”, meent Karlijn de Blécourt van de Rutgers Stichting.
“Ik loop na het uitgaan of na ’s avonds laat werken gelijk naar de bushalte”, begint Jermaine (22) zijn verhaal. Al langere tijd voelt hij zich onveilig op straat. En niet zonder reden. “Ik ben een best zichtbaar queer persoon”, vertelt hij verder. “Ik steek dat niet onder stoelen of banken, waarom zou ik? Iedereen verdient het om zichzelf te zijn.” Helaas denkt niet iedereen zo. Geregeld krijgt Jermaine ongepaste opmerkingen te horen, voornamelijk van mannen. Iets terugzeggen? Vergeet het maar. “Zodra je wat terugzegt, vinden dat soort mannetjes dat ze het recht hebben je bijvoorbeeld een trap te geven. ‘Hoe durft een ‘kanker homo’ terug te praten’, lijken ze te denken. Inmiddels doe ik er niks meer aan. Ik zorg meestal gewoon dat ik zo snel mogelijk thuis kom.”
Langdurige gevolgen
Jermaines ervaringen hebben hem dus geleerd: negeren, doorlopen, zo snel mogelijk naar huis. Maar hij is niet de enige die dit op deze manier heeft moeten leren. “Als ik ’s nachts over straat loop, moet ik eigenlijk hetzelfde doen als vrouwen”, merkt Jermaine al op.
Vooral vrouwen, meisjes en leden van de LGBTQ+-community worden regelmatig geïntimideerd op straat. Zij worden bijvoorbeeld uitgescholden, worden een tijdje achtervolgd of krijgen agressieve seksueel expliciete opmerkingen te horen. De incidenten zijn niet alleen vervelend op het moment zelf, maar hebben ook langdurige gevolgen voor slachtoffers. Verschillende gemeenten concluderen dit uit onderzoeken naar intimidatie op hun straten. Ook Utrecht, waar Jermaine woont.
Daar geeft in 2019 37% van de onderzoeksrespondenten aan dat eigen ervaringen effect hebben op hun gedrag. Een jaar later blijkt dit in Den Haag 52% te zijn. De respondenten van beide steden geven vooral aan geen oogcontact meer te maken met mannen en ’s avonds bepaalde plekken bewust te vermijden; allebei preventieve gedragsaanpassingen.
Daarbij komt dat slachtoffers van straatintimidatie zich na het incident over het algemeen onveiliger voelen. Dit meldt zowel de gemeente Amsterdam, als de gemeente Den Haag. Uit het onderzoek van Amsterdam naar straatintimidatie in 2020 blijkt dat het aandeel vrouwen dat zich weleens onveilig voelt, hoger is onder slachtoffers van straatintimidatie dan onder niet-slachtoffers. De gemeente Den Haag voegt in 2021 daaraan toe: “Het onveilige gevoel is net na het incident het sterkst en wordt daarna wel wat minder. Maar het idee dat het vaker kan gebeuren maakt dat ze wel meer op hun hoede zijn in de openbare ruimte en hun gedrag aanpassen, om zo veel mogelijk te voorkomen dat het weer gebeurt.”
Meer aandacht, maar vaker ontwijken
Slachtoffers worden dus banger door straatintimidatie. Maar vrouwen worden ook banger voor straatintimidatie, lijkt het. De grootste aanleiding om dit te denken komt uit een onderzoek van Rotterdam, waaruit blijkt dat vrouwen in 2020 vaker kozen voor preventieve gedragsaanpassingen dan in 2016. De eerder genoemde maatregelen – geen oogcontact meer maken met mannen en bepaalde plekken ‘s avonds vermijden – worden tegenwoordig dus vaker genomen.

Oftewel: vrouwen voorkomen vaker bewust dat ze met seksuele straatintimidatie in aanraking komen. Deze ontwikkeling is opvallend door de huidige mentaliteit rondom straatintimidatie, in welke vorm dan ook. Sinds 2017 neemt de aandacht voor straatintimidatie in de media toe. Niet heel raar, gezien in dat jaar de #MeToo-beweging in een razend tempo opkwam. Duizenden vrouwen deelden hun ervaringen met onder andere seksuele intimidatie op straat en wereldwijd schoten er honderden initiatieven uit de grond. “Er kloppen steeds meer vrouwen bij ons aan voor hulp”, vertelt Lotte Feenstra, bestuurslid van Stichting Stop Straatintimidatie. “Wij hebben het als stichting dan ook drukker dan een paar jaar geleden. Er wordt namelijk gewoon veel meer over straatintimidatie gepraat dan eerst. Ook in Nederland.”
Karlijn de Blécourt, programmamedewerker van de Rutgers Stichting – die zich inzet voor seksuele gezondheid en rechten voor iedereen – voegt daaraan toe: “‘Gewoon doorlopen en negeren’ is lang de norm geweest, net als ‘dat doen mannen nu eenmaal’. Maar veel meer slachtoffers durven zich nu op een later tijdstip wél uit te spreken, omdat seksuele intimidatie meer aandacht krijgt.”
De groeiende bewustwording wordt ook benoemd in het rapport van het eerder genoemde onderzoek in Rotterdam. Bijna de helft van de ondervraagde vrouwen geeft aan dat het eigen bewustzijn van het bestaan van seksuele straatintimidatie in de afgelopen drie jaar (sterk) is toegenomen. Uit aanvullende analyses wordt bovendien duidelijk dat de bewustwording vaker toegenomen is bij vrouwen die aangeven de gemeentelijke campagne over seksuele straatintimidatie te hebben opgemerkt. “Dit geeft aan dat er inderdaad sprake lijkt te zijn van een effect van de campagne op de bewustwording over het fenomeen”, aldus het rapport. Gevolglijk rapporteren de respondenten anders over hoe ze confrontaties met straatintimidatie beleven. Aanzienlijk meer vrouwen geven tegenwoordig aan dat het gedrag van de plegers “niet acceptabel” is.
De boosdoener
Er is dus een grotere ‘dit kan écht niet meer’-mentaliteit. Maar waarom kiezen momenteel meer vrouwen toch voor preventieve gedragsaanpassingen – wat een tegenstrijdige ontwikkeling is? Wat blijkt: de betere bespreekbaarheid van straatintimidatie heeft ook een keerzijde. “Ik denk dat mensen bang worden van berichten in de media”, zegt Feenstra van Stichting Stop Straatintimidatie, “waarin ze zien dat seksueel geweld heel snel uit de hand kan lopen. We praten dan ook steeds meer over deze vorm van geweld, wat je terugziet in de media. Meisjes en vrouwen voelen zich überhaupt vanaf jongs af aan al onveiliger en kwetsbaar door verhalen die ze meekrijgen via anderen of de media. Ik moest bijvoorbeeld vroeger ’s avonds altijd op tijd naar huis of samen fietsen. Mijn broertje hoefde dat niet.”
Ook De Blécourt van de Rutgers Stichting kan zich voorstellen dat het delen van ervaringen rondom straatintimidatie een oorzaak is van grotere angst voor straatintimidatie. “Er zijn meer verhalen in de media geweest van straatintimidatie met een slechte afloop”, vertelt ze. “Door de grotere bespreekbaarheid komen er ook verhalen naar boven die de schuld bij het slachtoffer leggen. Of het idee is ontstaan dat de politie en handhaving ‘toch niks doet’. Dan zou het kunnen dat slachtoffers zich bijvoorbeeld niet veilig genoeg voelen om actie te ondernemen tegen de pleger.”
Verhalen van anderen: dát zou dus de grote boosdoener zijn. De gemeente Utrecht besteedt hier in 2019 al kort aandacht aan in haar onderzoeksrapport. 32% van de respondenten geeft in dat jaar aan hun gedrag aan te passen door ervaringen van anderen. Zelf straatintimidatie meemaken is dus niet per se nodig om bepaalde plekken te vermijden. Het idee van intimidatie is al eng genoeg.
In Rotterdam zijn verhalen over escalerende gevallen inderdaad een reden voor vrouwen om nu vaker te kiezen voor preventieve gedragsaanpassingen. “De toename in bewustzijn en aandacht voor het thema speelt mogelijk een rol”, noemt het onderzoeksrapport. “Verhalen over escalerende incidenten kunnen hen aan het denken hebben gezet.” Ook het gemerkte effect van het aangepaste gedrag – geen tot minder straatintimidatie – is reden tot doorzetting. De onderzoekers concluderen uiteindelijk: “Het is in ieder geval duidelijk dat de aandacht voor het onderwerp in de afgelopen drie jaar niet heeft geleid tot een groter gevoel van vrijheid in gedrag voor vrouwen in de openbare ruimte.”
Al met al heeft betere bespreekbaarheid een goede kant – grotere bewustwording – en een slechte kant – meer angst voor incidenten. Jermaine kan zich hier helemaal in vinden. “De verhalen van anderen, over dat ze bijvoorbeeld worden uitgescholden op straat, brengen me veel verdriet en woede. Laat mensen gewoon leven!”, zegt hij gefrustreerd. “Ik ben ’s avonds op straat nu ook vaker op mijn hoede, vanwege de verhalen die ik hoor. Voor LGBTQ+-mensen en vrouwen geldt dus hetzelfde: één iemand wordt belaagd door een stomme vent, dus de mensen om hem of haar heen zijn voortaan meer op hun hoede rondom mannen. De verhalen van anderen treden dus zeker op als een waarschuwing.”
[aesop_content color=”#ffffff” background=”#748aaf” columns=”2″ position=”none” imgrepeat=”no-repeat” disable_bgshading=”off” floaterposition=”left” floaterdirection=”up” revealfx=”off” overlay_revealfx=”off” aesop-generator-content=”Data-verantwoording
“]Data-verantwoording[/aesop_content]
De aanleiding voor mijn hoofdvraag – ‘Waarom lijken vrouwen banger te worden voor straatintimidatie?’ – is het Rotterdamse onderzoek over de ontwikkelingen rondom straatintimidatie tussen 2016 en 2020. Andere onderzoeksrapporten die ik heb gebruikt zijn Straatintimidatie Amsterdam 2020, Onderzoek Straatintimidatie in Den Haag en Rapport Straatintimidatie in Utrecht. De conclusies in deze rapporten helpen om een indicatie te geven van de langdurige gevolgen voor slachtoffers van straatintimidatie. Ook geven de rapporten antwoord op de vraag ‘Wat zijn preventieve gedragsaanpassingen?’.
De gemeentes Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag hebben deze onderzoeken laten uitvoeren als voorbereiding op of onderdeel van aanpak van straatintimidatie. De respondenten van de onderzoeken hebben hiervoor een online vragenlijst ingevuld. De gemeenten Rotterdam en Utrecht hielden daarnaast diepte-interviews met de respondenten.
Let op! De gegevens heb ik handmatig overgenomen uit de onderzoeksrapporten. De percentages van de tweede grafiek kunnen daarom maximaal 0,5 procentpunt afwijken.