Reportage

Debatpanel is unaniem: ‘Nooit te vroeg om over nieuwe vruchtbaarheidstechnieken te praten’

In-vitrofertilisatie, draagmoederschap, eiceldonatie… Wanneer een gewenste zwangerschap uitblijft, zijn meerdere vruchtbaarheidsbehandelingen mogelijk. Inmiddels klinken er ook geluiden over kunstmatige baarmoeders. Hoewel deze pas ver in de toekomst gebruikt kunnen worden, moet er volgens belangenorganisatie De Maakbare Mens nu al over gepraat worden. Waarom is dat zo belangrijk?

Illustraties: Sanne Bakker

Het blauwe aftelscherm vaagt uit en moderator Liesbeth Gijsel verschijnt op de computerschermen van de 54 kijkers. “Dag iedereen”, zegt ze, terwijl ze recht in de camera kijkt. Het laatste Debat op Dinsdag van De Maakbare Mens is begonnen.

Net als Gijsel zitten de drie uitgenodigde sprekers ontspannen in de studio, met de benen gekruist en alle aandacht voor elkaar. Tegelijkertijd wordt het publiek hartelijk welkom geheten in de chatbox. “Ik heb er zin in!”, reageert een kijker.

 

Gijsel kijkt nog één keer op haar kaartjes, glimlacht naar het debatpanel en start haar verhaal. “43 jaar geleden werd Louise Brown geboren. Ze is de eerste baby die verwekt is in een lab met IVF – in vitro fertilisatie. Sindsdien zijn er heel wat nieuwe technologieën ontwikkeld om mensen bij wie kinderen niet vanzelf komen, te helpen. En daarover gaan we het vanavond hebben.”

 

Wetenschappelijk dialoog

De Maakbare Mens zet zich in om iedereen over de mogelijkheden en risico’s van nieuwe medische technologieën te informeren. Hier hoort volgens de Belgische non-profit organisatie ook debat bij, vandaar dat ze van 9 tot en met 30 november iedere dinsdag actuele uitdagingen voorlegde aan een deskundig panel.

Veranderen nieuwe vruchtbaarheidsbehandelingen onze kijk op gezinnen? Zo luidt de hoofdvraag van het laatste Debat op Dinsdag. Net als de voorgaande drie uitzendingen, wordt het debat live uitgezonden. Ondanks dat het publiek elkaar niet kan zien, is er een gedeeld enthousiasme te merken aan de vragen in de chatbox. Die duiden op algemene interesse in biotechnologie, geneeskunde en bio-ethiek.

Het panel bestaat uit bio-ethicus Veerle Provoost, sociaal wetenschapper Henny Bos en psychotherapeut Lut Celie.

De Vlaamse tongen onderbreken elkaar tijdens het gesprek niet. “Het was een fijn, wetenschappelijk dialoog”, vertelt Bos dan ook na afloop. “Ik had het idee dat we nog uren door hadden kunnen praten.”

Van links naar rechts: Veerle Provoost, Liesbeth Gijsel, Henny Bos en Lut Celie.

Ook Liesbet Lauwereys, coördinator beleid en projecten bij de Maakbare Mens, is tevreden: “We hebben de kijkers stof tot nadenken gegeven, en dat is ultiem ons doel: informeren over nieuwe medische technologieën. En de maatschappelijke en ethische uitdagingen erbij onder de aandacht brengen van een breed publiek.” Maar waarom is dit juist nu zo belangrijk?

‘Lang niet alleen IVF’

Wanneer een gewenste zwangerschap uitblijft, zijn er afhankelijk van de situatie of gestelde diagnose verschillende vruchtbaarheidsbehandelingen mogelijk. Kunstmatige inseminatie met donorzaad, draagmoederschap, in-vitrofertilisatie, kunstmatige eicelrijping… Zelfs plastic cups voor zelfinseminatie zijn sinds dit jaar weer op de markt, gezien er een schreeuwend tekort is aan gedoneerde eicellen.

“Het is vandaag dus lang niet alleen IVF”, zegt Gijsel aan het begin van het debat, “en er zijn ook nieuwe technologieën in ontwikkeling. Zo werken Nederlandse wetenschapers aan een kunstmatige baarmoeder. Andere wetenschappelijke teams werken aan IVG, de techniek waarmee in het laboratorium zaad- en eicellen gemaakt kunnen worden.”

Deze nieuwe ontwikkelingen vormen de aanleiding van het laatste Debat op Dinsdag. Want nieuwe ontwikkelingen brengen nieuwe uitdagingen met zich mee: een welbekend oorzaak-gevolg fenomeen. Neem bijvoorbeeld de dilemma’s die ontstonden bij de opkomst van IVF, zoals de gezondheidsrisico’s en vragen als ‘Mag je kinderen krijgen loskoppelen van intieme omgang?’.

 

Stigma en dilemma’s

Het gehele panel wordt nu al geregeld geconfronteerd met de dilemma’s van gezinnen. “Ik raakte tijdens een lezing in gesprek met een jong gezin”, vertelt Provoost. “Het was heteroseksueel koppel, dus ze sloten al meer aan bij het klassieke familiebeeld dan een homoseksueel koppel. Maar aangezien ze met sperma van een anonieme donor hadden gewerkt, spookten vragen als ‘Hebben we het verkeerd aangepakt?’ en ‘Wat moeten we later onze kinderen vertellen?’ door hun hoofden. Ze hadden het daar heel moeilijk mee.”

Provoost pauzeert even en glimlacht. “De vader verwoordde dat toen heel mooi”, vertelt ze verder. “Hij zei: ‘Ik sta helemaal achter onze keuze en ik heb er vrede mee. Maar ik word constant bestookt met nachtmerriescenario’s: vragen van anderen. Door die vragen begin ik te twijfelen en krijg ik het gevoel dat ik mijn kinderen misschien iets heb aangedaan.’”

“Er is hierdoor toch nog wel een stigma op onvruchtbaarheid”, stelt Heidi Mertes, ethicus en voorzitter van de organisatie. “Met name bij mannen, want vaak wordt vruchtbaarheid gekoppeld aan mannelijkheid. Sommige mensen denken dat onvruchtbaarheid gelijk staat aan impotentie, wat het soms moeilijk maakt op de stap naar de kliniek te zetten.”

 

Kunstmatige baarmoeders: een toekomstscenario

Henny Bos zou het mooi vinden als een gesprek – zoals dit debat – de drempel wegneemt, vertelt ze. Het gehele panel verwacht echter dat de hoeveelheid vragen en dilemma’s rondom vruchtbaarheidsbehandelingen absoluut niet gaat afnemen. Het is dus nog de vraag of een lagere drempel realistisch is.

Terwijl haar mede-deskundigen aandachtig naar haar luisteren, noemt Provoost een voorbeeld: wat als bedrijven hun vrouwelijke werknemers gaan sponsoren om gebruik te maken van een kunstmatige baarmoeder? “We zijn nog niet op dat punt, maar het is heel goed mogelijk dat bedrijven aansturen op: ‘Je wil een kind, oké. Maar je hoeft niet zelf zwanger te worden. Weet je wat? Wij sponsoren wel de externe baarmoeder. Het komt ons ook beter uit als je gewoon blijft werken.’ Daar zitten een hoop vragen aan vast, bijvoorbeeld wat dat zal doen met het vrouwbeeld.”

Het principe van een kunstbaarmoeder.

Volgens Provoost is het belangrijk dat we nu al over deze vragen nadenken, aangezien dit toekomstscenario een grote kans van uitkomen heeft. Bedrijven zoals Facebook en Apple bieden namelijk hun vrouwelijke werknemers al sinds een paar jaar de kans om hun eicellen in te vriezen. ‘Blijf nog maar even voor ons werken, dan kan je altijd later nog een kind krijgen.’

 

Groeiende ongelijkheid

Dit voorbeeld demonstreert niet alleen een beginnende beetje van een toekomstscenario, maar het laat ook zien dat medische technologie nooit vrijblijvend is. Henny Bos kaart dit aan tijdens het debat. “We moeten niet vergeten dat ook in niet-westerse landen mensen te kampen hebben met vruchtbaarheidsproblematiek. Daar zijn de gevolgen van geen kinderen kunnen krijgen nóg groter voor vrouwen dan hier. En behandelingen zoals IVF zijn daar voor de meeste mensen te duur en nog te onbekend.”

Dit ‘oneerlijke verschil’ is ook Professor Edgard Eeckman, moderator van de tweede uitzending van de ‘Debat op Dinsdag’-reeks, niet onbekend. “Technologie creëert ongelijkheid tussen wie medische technologie bezit en dat niet bezit”, vertelt hij in een video. “Niet iedereen heeft even gemakkelijk toegang tot de informatie en tot het begrijpen ervan. We moeten dus absoluut nadenken over de effecten van de medische technologie, zeker in een tijd van bloei.”

Samengevat: door het ontwikkelen van nieuwe vruchtbaarheidstechnieken zal de ongelijkheid op dit gebied groter worden. De westerse bevolking krijgt toegang tot meer behandelingen, terwijl de niet-westerse achterblijft. En dat is een probleem, concludeert het debatpanel.

Grotere dilemma’s en ongelijkheid: dát zijn dus de twee redenen om zo vroeg mogelijk over nieuwe technologieën te praten. Zeker rondom vruchtbaarheid, want zoals Bos tot slot zegt: “Het hoort gewoon bij onze samenleving.”