Interview

Lotte Feenstra over wetsvoorstel ‘Seksuele intimidatie’: “Het is een enorm belangrijk sluitstuk”

Als het voorgestelde wetsartikel 429ter van het Wetboek van Strafrecht werkelijkheid wordt, riskeren daders van seksuele intimidatie op straat een gevangenisstraf of een boete. Of straatintimidatie hierdoor zal verdwijnen? Lotte Feenstra (26), bestuurslid van Stichting Stop Straatintimidatie, noemt de wet een belangrijk sluitstuk. “De wet is echt hard nodig. Maar het zal het probleem niet volledig oplossen.”

 

[aesop_image img=”https://svjmedia.nl/sannebakker/wp-content/uploads/sites/835/2021/10/edit-1.1-scaled.jpg” panorama=”off” align=”center” lightbox=”on” captionsrc=”custom” captionposition=”left” revealfx=”off” overlay_revealfx=”off”]

 

Feenstra op straat in Haarlem, waar ze woont. (Foto: Sanne Bakker)

 

Met een ontstemde blik scrolt Feenstra op haar telefoon door haar Twitter-meldingen. Een deel van de berichten zijn reacties op haar berichten rondom straatintimidatie, waaronder ook de informatieve tweets die ze schreef namens stichting Stop Straatintimidatie. Ze noemt een aantal voorbeelden van reacties die de stichting ontvangt. “Stel je niet zo aan” is de eerste, gevolgd door “Het wordt alleen maar bedoeld als compliment, vat het dan ook zo op”. Dit soort opmerkingen stoken Feenstra’s passie voor het tegengaan van straatintimidatie. “Ik moet mezelf vreselijk inhouden om op die berichten te reageren”, vertelt ze, nog net niet met gebalde vuisten. “Straatintimidatie is namelijk nog steeds écht een heel groot probleem in Nederland.”

De algemene aanleiding voor straatintimidatie is vaak niet meer dan iemands geslacht, seksuele oriëntatie of religie. Straatintimidatie gericht op meisjes en vrouwen is daarbij meestal seksueel getint. Zij worden door een wildvreemde bijvoorbeeld uitgescholden met “hoer!”, worden een tijdje achtervolgd of krijgen agressieve seksueel expliciete opmerkingen te horen. Dit beperkt de bewegingsvrijheid van meisjes en vrouwen, wat volgens Stop Straatintimidatie een mensenrechtenissue is.

De gemeente Amsterdam deed in 2020 onderzoek naar seksuele intimidatie op haar straten. De uitkomst: 38% van de ondervraagden had er in 2020 eens of vaker last van. Dit percentage valt echter niet op. In de gemeenten Den Haag en Almere hadden respectievelijk 45% en 63% van de ondervraagden in 2020 een voorval van straatintimidatie meegemaakt. Té grote percentages volgens Feenstra. “Het is dan ook gewoon gek dat er tot op de dag van vandaag geen wet of boete is om dit probleem tegen te gaan”, zegt ze. “Wanneer ik dit aan anderen uitleg, gebruik ik vaak het voorbeeld van hondenpoep op straat: als je daar al een boete voor kan krijgen, waarom dan niet voor straatintimidatie?”

 

Gedrag-veranderend middel

Deze vraag vormt de basis van het streven van de landelijke stichting Stop Straatintimidatie: integraal beleid. “Wij vinden: als je mensen ongevraagd en op een vervelende manier benadert, moet daar iets tegenover staan”, legt Feenstra uit. De stichting richt zich daarom op een aanpak van de plegers: mannen, met name. Feenstra noemt straatintimidatie dan ook “een echt mannenprobleem”.

Met deze gedachte nam de stichting in mei 2020 de uitnodiging van het Openbaar Ministerie aan om mee te denken over een wetsvoorstel voor de wet seksuele misdrijven. Samen met een aantal andere organisaties gaf de stichting advies voor het volledig nieuwe wetsartikel 429ter van het Wetboek van Strafrecht, ‘Seksuele intimidatie’. Deze luidt: “Hij die in het openbaar een ander indringend seksueel benadert, door middel van opmerkingen, gebaren, geluiden of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is te achten, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de derde categorie.”

“Het doel van de wet is niet om zo veel mogelijk boetes uit te schrijven of om mensen achter de tralies te krijgen”, benadrukt Feenstra. “Geen enkele wet heeft dit doel. De boete is een middel om het gedrag van de plegers te veranderen. Daarnaast geeft de wetsverandering het signaal af dat we het probleem als maatschappij serieus nemen.”

 

[aesop_image img=”https://svjmedia.nl/sannebakker/wp-content/uploads/sites/835/2021/10/edit-2.1-scaled.jpg” panorama=”off” align=”center” lightbox=”on” captionsrc=”custom” captionposition=”left” revealfx=”off” overlay_revealfx=”off”]

In 2020 heeft Stop Straatintimidatie speldjes laten maken. (Foto: Sanne Bakker)

 

Moeilijk voor velen

Dit signaal wordt al elke dag sterker. Sinds een aantal jaar schieten er elke week lokale initiatieven en petities rondom het probleem uit de grond. “Overheid, doe wat!”, roepen ze allemaal. Waarom is er tot op de dag van vandaag dan nog steeds geen wet tegen straatintimidatie? Hoewel Feenstra lichtelijk gefrustreerd raakt van het langzame tempo waarin de politiek met het onderwerp omgaat, heeft ze er ook begrip voor. “Het is en blijft een moeilijk onderwerp.”

Dit merkt Feenstra vooral aan de samenwerkingen van Stop Straatintimidatie met gemeenteraden. Rotterdam was één van de eerste Nederlandse steden met een campagne tegen straatintimidatie. “Dat moet je wel durven als gemeente”, zegt Feenstra onder de indruk, “want er komen ook negatieve reacties op, zoals de berichten die Stop Straatintimidatie krijgt.” Daarnaast merkt ze op dat hoewel er zeker een aantal gemeenten zijn die zich inzetten tegen straatintimidatie, ze eigenlijk niet zo goed weten hoe ze het moeten aanpakken. “Ze willen bijvoorbeeld niet dat ze bepaalde mensen in een kwaad daglicht zetten en ze willen de vrijheid van meningsuiting niet beperken. Maar vaak vind ik dat een beetje slap. Er is inmiddels zó’n grote groep vrouwen die ’s avonds niet meer de deur uit durft te gaan of bepaalde kleding niet meer aan doet. Straatintimidatie gaat echt verder dan alleen vervelende opmerkingen. Gemeenten moeten dus gewoon een beetje lef hebben.”

Ook de overheid lijkt het een lastig onderwerp te vinden. Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, maakte begin 2020 al bekend straatintimidatie strafbaar te willen stellen. Deze wens is inmiddels nog maar één stap verwijderd van uitkomen. Het wetsvoorstel, inclusief het artikel ‘Seksuele intimidatie’, is op 8 maart 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. “De Kamer zou het voorstel na de zomer van 2021 gaan bespreken, maar tot nu toe hebben we daar nog niks over gehoord”, vertelt Feenstra terwijl ze haar schouders ophaalt.

Uiteraard heeft de politiek niet het meeste last van het probleem: dat hebben de slachtoffers. Want hoe reageer je als iemand je achtervolgt of seksuele opmerkingen over je maakt? “Als je het durft om wat terug te zeggen tegen de pleger, moet je dat naar mijn idee zeker doen”, zegt Feenstra, “om hem te laten weten dat het echt niet oké is. Maar dat is ook eng. Je weet immers niet hoe de pleger ingaat op jouw reactie. Misschien flipt die wel helemaal.” Feenstra licht dit toe met een voorval dat zij recentelijk meemaakte. “Ik liep met een vriendin door de stad, we hadden net samen gegeten. Op een gegeven moment liepen er twee jongens langs ons. Een van hen kwam dichtbij en deed net of hij mij een kopstoot ging geven. Later vertelde ik dit aan mijn vriend, die vroeg of ik wat had teruggezegd. Mijn antwoord daarop was ‘nee’: ik wilde wel iets zeggen, maar ik kon niet inschatten hoe de jongen zou reageren. Want hij gaf al een aanzet voor een kopstoot. Dan was er ook een goede kans dat hij me een echte kopstoot had gegeven als ik wat terug had gezegd.”

 

‘Moeilijk’ wordt ‘makkelijker’

De nieuwe wet gaat de gehele kwestie makkelijker maken, verwacht Feenstra. Naast het beeld dat de wet afgeeft – “Wij accepteren dit met z’n allen niet!” – zullen lokale petities tegen straatintimidatie niet meer nodig zijn. Een petitie wordt aangeboden bij de Tweede Kamer, met kort gezegd de vraag: willen jullie hier iets aan doen? Op deze manier wordt het probleem onder de aandacht gebracht bij politici. Met de wet ‘Seksuele intimidatie’ zal deze aandacht er sowieso zijn, vermoedt Feenstra.

Bovendien zal de vraag ‘moet ik hierop reageren?’ niet meer gesteld hoeven worden: slachtoffers kunnen sowieso iets doen tegen de plegers, ook al is dat niet direct op het moment zelf. “Zodra het wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt het veel makkelijker om een melding te maken of om aangifte te doen”, legt Feenstra uit. “Je weet dan dat je echt iets in handen hebt om mee naar de politie te gaan. Je kan dan zeggen: ‘Deze man heeft mij ongepast benaderd en in de wet staat dat het niet mag, dus doe er iets mee!’”

Naast ingebouwde aandacht voor het probleem en een lagere drempel voor de slachtoffers om aangifte te doen, hoopt Feenstra dat de plegers zich door de wet bewuster worden van hun gedrag. “Er zijn bijvoorbeeld genoeg mannen die niet weten wat zo’n opmerking met iemand doet”, zegt ze. “Dus als ze daar door handhaving of een willekeurige andere man op worden aangesproken, worden ze zich er hopelijk wél bewust van. Daarnaast, een wet is niet niks. Ik denk dat als de wet wordt aangenomen, mensen die dit weten zichzelf gaan afvragen: doe ik dat niet eigenlijk onbewust ook?”

 

Belangrijk sluitstuk

Toch zal de nieuwe wet niet het einde van straatintimidatie betekenen. “Er zijn wetten over te hard rijden, maar er rijden alsnog tienduizenden mensen te hard”, noemt Feenstra als voorbeeld. “Met alleen een boete kom je er niet.”

Het probleem ligt namelijk dieper dan simpele ongemakkelijkheid of het willen uitdragen van macht. “Het onderliggende probleem is de wereld waarin wij leven”, meent Feenstra. “De wereld waarin wij vinden dat mannen stoer moeten zijn, niet mogen huilen en vrouwen moeten veroveren.” Dit beeld is volgens Feenstra gecreëerd door mannen én vrouwen en moet besproken blijven worden, bijvoorbeeld op scholen. “Zo merken kinderen dat er gewoon over straatintimidatie gepraat kan worden.”

De wet is dus een sluitstuk; een kers op de taart gemaakt van alles tegen straatintimidatie. Feenstra: “Ik hoop echt dat er actief met de wet aan de slag wordt gegaan en dat er dan werkelijk gehandhaafd wordt op straat. Wat we daarna doen, zien we dan wel. Eerst deze stap.”