Dichte stallen, gedwongen uitkoop, krimp van de veestapel en geen dieren meer in de wei. De Nederlandse landbouw zal er in 2050 anders uit zien dan nu. Om de gestelde klimaatdoelen te behalen zullen boeren hun bedrijf volledig om moeten gooien. Of toch niet? We nemen een kijkje in de toekomst: de Nederlandse landbouw in 2050.
Nederland heeft wereldwijd en landelijk afspraken gemaakt om klimaatdoelen te behalen. Dit om de opwarming van de aarde te beperken. Elke sector binnen Nederland heeft zijn eigen doelen. Zo ook de landbouw en het landgebruik. Onder landbouw valt akkerbouw, veehouderij en tuinbouw. Deze video legt uit wat de klimaatdoelen voor de landbouw in 2050 zijn.
Benieuwd naar alle afspraken voor landbouw en landgebruik in het klimaatakkoord? Bekijk dan deze infographic van de Rijksoverheid.
Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) hebben, in opdracht van de Klimaattafel Landbouw en Landgebruik, vier theoretische scenario’s uitgewerkt voor de landbouw en landgebruik in 2050. Deze scenario’s geven een idee hoe de landbouw eruit kan komen te zien. Twee van deze scenario’s zullen een grote impact op de boeren hebben, de andere twee een stuk minder.

Eén van de auteurs van de scenariostudie is Thalisa Slier. Als onderzoeker Bodem en Klimaat bij WUR houdt ze zich voornamelijk bezig met projecten die gaan over het verduurzamen van de landbouw. Slier legt uit waarom de impact op de boeren in 2050 op dit moment nog onzeker is.
“De toekomst van de landbouw in 2050 hangt af van wetten en regels die er op dit moment nog niet zijn,” aldus Slier. De vraag is namelijk of de gestelde klimaatdoelen op Europees niveau of op Nederlands niveau behaald moeten worden. “Als we binnen Europa klimaatneutraal moeten zijn, dan hoeft er niet extreem veel te veranderen. Er zal dan alsnog een verduurzamingsslag nodig zijn, maar helemaal klimaatneutraal hoeven we als land niet te zijn. Dus als er in andere landen binnen Europa bijvoorbeeld bos blijft staan dat CO2 uit de lucht haalt, heft dat de uitstoot in Nederland weer op. Maar als we op Nederlands niveau klimaatneutraal moeten zijn, dan gaat dat volgens mij een grote impact hebben op de landbouw. De veestapel zal dan tussen de 20 en 40 procent moeten krimpen en veel bouw- en akkerland zal opgegeven moeten worden om bos op te realiseren.” Volgens Slier zal dit ook als gevolg hebben dat veel boeren zullen moeten stoppen. ”Minder dier is ook minder bedrijven. Boeren zullen niet snel de helft van hun veestapel wegdoen, omdat zij een stalsysteem hebben dat is ingericht op een hoeveelheid vee. Daarnaast zullen boeren uit de akkerbouw waarschijnlijk land moeten inleveren voor de aanleg van bos,” aldus Slier.
Nederland klimaatneutraal
Er is dus een mogelijkheid dat uiteindelijk de landbouw binnen Nederland in 2050 klimaatneutraal zal moeten zijn. Volgens Slier is het nog onduidelijk hoe deze doelen dan behaald moeten gaan worden. “Hoe moeten we dit dan gaan verdelen? Kijken we naar de uitstoot per provincie of gaan we meer naar landbouwgebieden kijken, bijvoorbeeld het type grond waar een type bedrijf op zit en daar doelen voor stellen. Daarnaast moeten er ook uitkoopregelingen komen en gekeken worden naar waar in Nederland de boeren dan weg moeten.” Dit zal niet alleen op de boeren, maar ook op de bijbehorende ketens en consumenten invloed hebben. “Als een productie enorm gaat afnemen, gaat de verwerkende industrie daar ook grote gevolgen van merken. De vraag naar producten zoals melk, vlees en akkerbouwproducten gaat niet direct veranderen. Er moet ook rekening gehouden worden met de vraag van de consument. Als wij minder koeien moeten houden vanwege onze doelen en de producten moeten ergens anders op de wereld vandaan worden gehaald, waar ze misschien minder efficiënt werken, schiet dat ook niet op. We moeten met de hele wereld dit probleem oplossen.”
Hoe groot de impact op de boeren gaat zijn, is op dit moment dus nog niet duidelijk. Dat ze moeten gaan verduurzamen wel. Sommige boeren houden zich hier al mee bezig. Zij zetten stappen richting klimaatneutraal en zijn bezig met het sluiten van kringlopen binnen hun bedrijf. Dit kan op verschillende manieren. “Er is niet één perfect bedrijf. Er zijn bedrijven die zich inzetten op technische maatregelen en hightech innovaties, zoals gesloten stalsystemen waarin iedere gram methaan of CO2 wordt afgevangen. Maar er zijn ook bedrijven die meer inzetten op natuurinclusief en biologisch, meer back to basics. Waarbij veel rekening met bodem, natuur en dier wordt gehouden. Het is maar net wat het doel van de boer is. Het ene bedrijf zal het qua uitstoot beter doen en het andere bedrijf zal meer bijdragen aan het landschap. Naar mijn mening is het één niet beter dan het andere. Ik verwacht ook dat de landbouw in 2050 uit een combinatie van dit soort bedrijven zal bestaan,” vertelt Slier.
Boerderij van de toekomst
Een voorbeeld van een boerenbedrijf dat toekomstgericht werkt is ‘De Regte Heijden’, de biologische boerderij van Wim en Harriëtte van Roessel. Deze boeren proberen zoveel mogelijk met klimaat, dier en natuur rekening te houden.
Ze gebruiken geen kunstmest en voeren de koeien geen mais of krachtvoer. De koeien grazen in kruidenrijke weides met bomen en hagen en de kalveren blijven vijf maanden bij de moeder om te drinken. De gezondheid van het dier staat voorop, niet maximale productie. Daarnaast zijn ze energieneutraal door de zonnepanelen en zijn ze van het gas af, warmte krijgen ze door warmtepompen. Deze pompen halen warmte uit regenwater van de koeienstal en zetten dit om naar warmte voor verwarming van tapwater en gebouwen. Dit regenwater wordt opgeslagen in een kelder, zodat dit tijdens droge tijden gebruikt kan worden voor het land. Het hemelwater van andere gebouwen en verharding stroomt in een wadi, ofwel greppel, waar het weer in de grond zakt. Zo proberen ze op het hele bedrijf kringlopen te sluiten. Naast de boerderij hebben ze een boerderijwinkel en een camping.
Benieuwd wat Wim en Harriëtte nog meer doen en waar ze naar toe willen? Bekijk het in de video hieronder.
Wim van Roessel geeft aan bij de top tien van vooruitlopende bedrijven in Nederland te behoren. Op de vraag of dit een bedrijf van de toekomst zou kunnen zijn, reageert Slier enthousiast. “Ik ben hier helemaal fan van. Als ik hoor wat ze allemaal doen klinkt dit als een combinatie van techniek en natuurinclusief. Als je kijkt naar het stalsysteem en hoe ze daarmee omgaan, is dat vrij hightech. En als je kijkt naar de dieren, waar ze staan, hoe ze grazen en naar hun leefomgeving, dan klinkt dat heel natuurinclusief. Net als de bomen en het kruidenrijk grasland, als je het hebt over koolstofvastlegging dan zijn dat de manieren om via landgebruik koolstof vast te leggen. En er is altijd de afweging of je een koe in de wei laat grazen, waarbij je dus geen regulering hebt op de hoeveelheid gras die zij eet en de mest en urine die direct op land komen. Of dat je een koe in de stal laat staan, waarbij je precies weet hoeveel zij eet, weet hoeveel methaan je moet afvangen, je mest en urine kan scheiden en zo kan zorgen dat er zo min mogelijk uitstoot vrijkomt. Je kan het niet allebei doen. Persoonlijk vind ik dit een heel mooi voorbeeld van hoe een bedrijf eruit zou kunnen zien in de toekomst,” aldus Slier.
Er zal dus niet één specifieke boerderij van de toekomst komen. Er is veel mogelijk op verschillende manieren. “En laat de boer ook ondernemer zijn. Je ziet de laatste tijd de roep om meer op doelen te sturen in plaats van op middelen. Dus vertel welke doelen de boeren moeten behalen, bijvoorbeeld op gebied van uitstoot vermindering of verbetering van de waterkwaliteit. En laat dan de boeren zelf bepalen hoe ze dat gaan doen. Een boer kan zelf kiezen welke kant hij op wil gaan. Een boer die natuurinclusief aan de gang gaat, zal misschien minder produceren en er nog wat dingen naast gaan doen. Maar die hebben daar echt een bepaalde passie voor. Terwijl een andere boer denkt: ik richt mij op de hightech en ga op die manier innoveren. Laat de ondernemer ook ondernemer zijn, en laat ze daar zelf voor kiezen.”
Jonge boeren
Veel boeren werken al jaren op dezelfde manier. Voor hen zal het toekomstbeeld van de landbouw in 2050 een ver-van-mijn-bedshow zijn. De omschakeling naar klimaatneutrale landbouw zal voeten in de aarde hebben. Al zullen deze boeren hier waarschijnlijk niet meer mee te maken krijgen. Veel interessanter om te weten is hoe jonge boeren naar de landbouw in 2050 kijken. Hoe zien zij de toekomst voor zich?
[aesop_gallery id=”512″ revealfx=”off” overlay_revealfx=”off”]
Lees hier hoe deze jonge boeren de toekomst voor zich zien.
De landbouw in 2050 zal een verduurzamingsslag hebben gemaakt en is misschien zelfs klimaatneutraal binnen de Nederlandse grens. Veel boerenbedrijven zullen de komende jaren gaan omschakelen naar klimaatneutraal. Hoewel dit voeten in de aarde zal hebben, zien veel jonge boeren dit als een uitdaging die ze aan willen gaan. Sommigen zijn zelfs al op weg naar een bedrijf dat rekening houdt met klimaat, natuur en dier. Als het aan de jonge boeren ligt, is de landbouw in 2050 klimaatneutraal.