Bij de levensverwachting van mannen en vrouwen is duidelijk te zien dat vrouwen langer leven dan mannen. Mannen worden gemiddeld 80 en vrouwen 83. Maar vrouwen leven ook langer in slechte gezondheid dan mannen, blijkt uit data van het CBS.
Wanneer je van de ‘levensverwachting’, de ‘levensverwachting in goede gezondheid’ aftrekt, is te zien dat vrouwen ook meer jaar in slechte gezondheid doorbrengen dan mannen. Over de periode 2019-2024 spenderen vrouwen gemiddeld zo’n 20 jaar van hun leven in slechte gezondheid, terwijl dit bij mannen maar 15,5 jaar is. Dit betekent dat vrouwen de extra levensjaren die ze hebben, vaak met chronische aandoeningen en gezondheidsklachten doorbrengen. Levensverwachting in goede gezondheid wordt berekend door de normale levensverwachting te berekenen, en daarna worden gezondheidsdata gebruikt om te berekenen welk deel van het leven een persoon (naar verwachting) nog in goede gezondheid zal leven. Goede gezondheid wordt gedefinieerd als de afwezigheid van chronische ziekte, lichamelijke beperkingen of als goed ervaren gezondheid en geestelijke gezondheid. De data is afkomstig uit de gezondheidsenquête van het CBS.
Daarnaast ervaren vrouwen vaker hun eigen gezondheid als slecht en ervaren ze vaker beperkingen door hun gezondheid, blijkt uit data van Statline. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, maar het verschil is opmerkelijk boven de 25 jaar.
Deze dataset laat zien hoe Nederlanders hun gezondheid ervaren en in hoeverre zij beperkingen hebben door gezondheidsproblemen. De cijfers zijn beschikbaar vanaf 2014, en zijn nogmaals afkomstig uit de gezondheidsenquête van het CBS. De vragen uit de enquête gaan over ervaren gezondheid, langdurige aandoeningen, psychische klachten en beperkingen in dagelijkse activiteiten. Uit de enquête blijkt dat vrouwen vaker dan mannen aangeven dat hun gezondheid slecht is en dat zij vaker beperkingen ervaren door gezondheidsproblemen. Onder deze beperkingen valt zowel ‘ernstig beperkt’ als ‘wel beperkt maar niet ernstig’. De enquête toont aan dat vrouwen niet alleen vaker gezondheidsklachten rapporteren, maar hier ook vaker last van hebben in hun dagelijks leven.
Vrouwen leven dus langer in slechte gezondheid en met chronische aandoeningen. Een voorbeeld van een chronische, vrouw-specifieke aandoening is PCOS. PCOS is een hormonale disbalans waarbij je minder vaak een eisprong hebt, en hierdoor meer eiblaasjes. Noor Bronstring kreeg deze diagnose toen ze 18 jaar oud was, nadat ze lange tijd klachten had zoals een onregelmatige menstruatie, acne en overbeharing. Ze vertelt dat het lastig was om de juiste diagnose te krijgen. ‘Ik had al jaren klachten, maar er werd vaak tegen mij gezegd dat het gewoon bij ongesteld zijn en de puberteit hoort.’ legt ze uit. Uiteindelijk werd ze doorverwezen naar een gynaecoloog, waar op basis van haar symptomen en familiegeschiedenis PCOS werd vastgesteld. Voor haar afstudeerproject ‘Waarom worden mesturale en hormonale klachten niet serieus genomen’ aan het HKU heeft ze veel andere vrouwen met hormonale aandoeningen gesproken. Volgens Noor hebben veel vrouwen met hormonale aandoeningen vergelijkbare ervaringen, klachten worden niet altijd direct herkend en vrouwen moeten vaak meerdere keren naar de huisarts voordat er verder onderzoek wordt gedaan. Daarnaast is het erg lastig om PCOS te diagnosticeren, zeker bij jonge vrouwen. Symptomen, zoals vermoeidheid, stemmingswisselingen en gewrichtsproblemen blijven ook na de diagnose, legt Noor uit: ‘Je kunt sommige klachten behandelen, maar er is niet één oplossing die alles oplost.’ Voor PCOS is namelijk geen geneesmiddel.

Noor die werkt aan haar afstudeerproject
link naar datavisualisaties:
https://public.flourish.studio/visualisation/28430752/
https://public.flourish.studio/visualisation/28431635/
https://public.flourish.studio/visualisation/28431880/