De eiwittransitie: de drijfveer achter de groene burger

[VEENENDAAL] Zelfs Ali B is om. Met de recente presentatie van zijn eigen merk vegetarische vleesvervanger ‘die leipe mocro flavor’ hoopt hij een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de vleesconsumptie. De sociale acceptatie van vleesvervangers wordt in de samenleving steeds breder gedragen en de vegaburger lijkt niet meer alleen voor de hippie met geitenwollensokken. De eiwittransitie is in volle gang: wordt dit het einde van de vleeshamburger?

door Siem van Eck

 Vleesvervangers zijn niet meer weg te denken uit de supermarkt. Gemiddeld eten Nederlanders inmiddels ruim acht tot negen vegaburgers per jaar en geven we gemiddeld 11 euro uit aan vleesvervangers. Nederland is één van de koplopers in Europa als het gaat om het eten van vleesvangers en de populariteit groeit. Toch klinkt dat allemaal wel iets te optimistisch. Als we het vergelijken met onze echte vlees- en zuivelconsumptie is het nog maar een fractie van onze uitgaven.

Gewoontedieren

Dit neemt niet weg dat vleesvervangers hun plek op het etensbord aan het veroveren zijn. Marleen Onwezen, onderzoeker consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit, vertelde in 2019 al tegen BNR-nieuwsradio ‘dat mensen op zoek zijn naar herkenning. Mensen zijn gewoontedieren, ook op het gebied van wat we dagelijks eten. We doen nu eenmaal wat we altijd doen.’ Producenten spelen hierop in, neem bijvoorbeeld de MC plant van het Amerikaanse bedrijf Beyond Meat. Deze vegetarische hamburger moet een sterke concurrent worden van de Big Mac. Dat betekent voor Beyond Meat dat hun vegetarische burger niet alleen moet smaken als een gewone hamburger, de burger moet er ook hetzelfde uitzien. Vleesvervangers hebben de afgelopen jaren een kwaliteitssprong gemaakt. Door de verschillende technieken, groeiende concurrentie, grote marktomvang en investeringen worden de producten beter. Lekkere producten zorgen voor herhalingsaankopen en dat werkt weer als een vliegwiel voor een nog snellere productie.

Duur

Volgens Onwezen zijn de beweegredenen achter het kopen van vleesvervangers simpel: ‘Uiteindelijk gaat het om prijs, gemak en smaak’.  Op dit moment zijn vleesvervangers duurder dan het gewone vlees, dit heeft te maken met de grote productieschaal van ons vlees. Zo zijn we efficiënt in het slachten van onze kippen en halen we vlees van de ‘uitgemolken’ koe. Dit laatste betekent dat de winst al is gehaald uit de zuivelproductie, vertelde Corné van Dooren, expert Duurzaam Eten van het Voedingscentrum, tegen RTL-nieuws. Of er sprake is van echte winst, is de vraag. Het is maar hoe je de kostprijs van vlees en vleesvervangers berekent. In het rapport ‘De echte prijs van vlees’ van de het onderzoeksbureau CE Delft in 2018 wordt berekend dat de maatschappelijke, niet in de consumentenprijs doorgerekende kosten voor het produceren van vlees oplopen tot 4,5 miljard euro per jaar. Daarvoor keken ze niet alleen naar de productiekosten van het vlees , maar ook naar de kosten/schade die het produceren van vlees op zou leveren aan de menselijke gezondheid, klimaat en het milieu. Als we al deze kosten door zouden rekenen in de prijs van vlees, bijvoorbeeld, via een vleestax (een belasting op vlees), dan zou varkensvlees 53% duurder worden, kippenvlees 26% en rundvlees gemiddeld 40%.

Veredelde snack

Vlees bevat waardevolle stoffen die zorgen voor het goed functioneren van het menselijk lichaam. Zoals vetten, eiwitten, vitamine B1, B6 en B12, vitamine D, ijzer en zink. Dit is waardevol voor de opbouw van botten en spieren en het functioneert als energiebron. Dat is positief. Maar door de toegenomen welvaart kunnen veel mensen zich tegenwoordig dagelijks ‘een stukje vlees op het bord’ (en op de boterham) veroorloven. Inmiddels krijgt de gemiddelde mens te veel vlees binnen, wat niet gezond (meer) is. De Wageningen Universiteit heeft berekend dat iemand met een gewicht van 70 kg gemiddeld 56 gram eiwitten per dag nodig. De gemiddelde Nederlander eet nu 109 gram eiwit, waarvan 74 gram dierlijk en 35 plantaardig. Aanzienlijk meer dan dat we eigenlijk nodig hebben. Vooral rood en bewerkt vlees wordt in verband gebracht met een toenemende kans op beroerte, diabetes type 2 en dikke darmkanker.

Maar ook de mate waarin vleesvervangers gezond zijn voor de mens staat ter discussie. Volgens het Voedingscentrum zijn sommige vleesvervangers vaak te zout en is het maar de vraag of er vitamine B12 en ijzer zijn toegevoegd aan het product. Voedingsdeskundige & Healthcoach Fleur Voerman zei in mei 2021 tegen Een Vandaag ‘dat je kritisch moet blijven kijken naar het product. Hoe langer de lijst van ingrediënten, des de groter de kans dat de vleesvervanger in de categorie ongezond valt. Vaak worden er ook conserveermiddelen aan toegevoegd om het product langer houdbaar te maken.’ Een gezonde vleesvervanger moet dezelfde voedingstoffen als vleesproducten bevatten, anders is het simpelweg een veredelde snack.

Duurzaam

Een andere reden waar de drijvende kracht van vleesvervangers vandaan komt is het klimaatprobleem. Door overbevolking en het dreigend water tekortkomt het produceren en consumeren van vlees onder druk te staan. Voor een kilo rundvlees is ruim 15.000 liter water nodig, voor het produceren van plantaardige producten ligt dit vele male lager. Het adviesbureau Blonk Consultants deed in 2017 onderzoek naar de milieueffecten in opdracht van de consumentenbond. Het vergeleek het productieproces van zowel vlees als vleesvervangers. De conclusie is simpel: over het algemeen zijn vleesvervangers duurzamer dan vlees op het gebied van klimaatverandering, watergebruik en landgebruik.

Dat laat deze grafiek duidelijk zien:

Bron: Blonk consultants 2017

 

Wat het nóg lastiger maakt voor de consument: de ingrediënten in vleesvervangers verschillen vaak per merk. Zo zou een vegetariër niet alle vleesvervangers kunnen eten. De vleesvervangers van de Vegetarische slagerbijvoorbeeld bevatten dierlijke eiwitten om de structuur en smaak van het product te verbeteren. Kippen-eiwit is een milieu intensief product, omdat er heel veel eieren in een kilo gaan. Daarnaast zijn er veel burgers die melk en kaas bevatten, kaas staat hoog in het lijstje dat belastend is voor het milieu. Volgens Blonk is het zo dat hoe meer dierlijke producten er in een vleesvervanger verwerkt worden des te hoger de impact op het milieu.

 

Een andere grote boosdoener is soja, een product dat in heel veel vleesvervangers wordt gebruikt. Deze plant wordt voornamelijk verbouwd in het Amazonegebied en neemt bij het groeien veel ruimte in. Om aan de steeds groter wordende vraag naar soja te voldoen, worden steeds grotere bosgebieden gekapt. Ontbossing is een groot probleem wat de duurzaamheid van de vegaburger beperkt. Soja wordt ook gebruikt voor veevoer. In dat geval is de milieubelasting nóg groter: voor één kilo rundvlees is 25 kilo voer nodig. Een vegaburger gemaakt van soja eten we direct op, dus zonder dat een dier er eerst van moet groeien. De burgers van Beyond Meat bevatten geen dierlijke eiwitten, zuivel of soja. Deze burgers zijn volledig op plantaardige eiwitten (erwten) gebaseerd en zorgen voor 99% minder water, 90% minder Co2 uitstoot en gebruikt 93% minder land, in vergelijking met gewoon gehakt. Dit liet Beyond Meat in 2018 uitrekenen door de universiteit van Michigan.

 

Verachtvoudigd

Of de hamburger over enkele jaren de vegaburger volledig gaat vervangen is nog maar de vraag. De Rabobank stelde in zijn rapport van 2021 dat de verwachting is dat de Europese markt van vleesvervangers stevig zal doorgroeien en in 2035 zelfs verachtvoudigd zal zijn. Wat betekent dat de 214 kiloton naar bijna 1700 kiloton zal gaan in 15 jaar. Daarnaast verwachten ze een jaarlijks gemiddelde groei van 15%, al is dit een hele ruwe schatting. In 2020 werd er in Europa ongeveer 42.000 kiloton aan vis en dierlijk vlees gegeten. De 214 kiloton vleesvervangers vallen daar tegenover nog zwaar in het niet. De verdere ontwikkeling, nieuwe technologieën en verbeteringen in productieprocessen zullen de snelheid van de groei van het vegetarische aanbod gaan bepalen. Ook zal de consument bereid moeten zijn het eetgedrag te veranderen. Dit zou, maar dat is een politieke afweging, gestimuleerd kunnen worden door het invoeren van een vleestax, waarbij de prijs van het vlees omhoog zal gaan en de vegaburger een sterkere concurrent zal kunnen worden van de hamburger.