Een tentje aan de Rijn. Geen keus, maar noodzaak.
Na zijn scheiding belandde Bernard Kregting (57) op straat. Hij had werk, kinderen, een leven – maar geen huis meer. Onzichtbaar voor de stad waarin hij gewoon bleef bestaan. Nu laat hij anderen die stad zien, door de ogen van wie op straat leeft.
,,Hier begint het gezeik al. Of nou ja, het gezeik eigenlijk niet”, zegt Kregting. Hij staat op Arnhem Centraal, zwarte jas aan met groene bedrukte letters. Lang, pet op, tatoeages op zijn handen. ,,Waar moet je als dakloze naar het toilet? Die op Centraal is betaald. Bij de horeca word je geweigerd. En op de informatieborden staan alleen de musea aangegeven.’’
De stad laten zien door de ogen van iemand die dakloos is. Dat is wat Kregting sinds 2016 doet met stichting Vagebond. Stadswandelingen, net als die van de VVV, maar dan met het perspectief van iemand die aan het einde van de dag niet terug kan naar een eigen huis.
Met zo’n vijftien gidsen, allemaal dakloos of ex-dakloos, probeert hij het stigma te doorbreken dat rond dakloosheid hangt. Want: niet iedere dakloze slaapt buiten op een bankje of is verscholen achter zijn blik bier, wie zijn deze mensen? Wat is hun verhaal? „Misschien dat er een beetje helderheid ontstaat bij de mensen aan wie ik mijn verhaal vertel,” zegt hij. „Dat ze denken: oh, zit het zó.’’
In een tentje langs de Rijn
Twintig jaar geleden belandde Kregting zelf op straat. Na de scheiding raakte hij zijn huis kwijt. Hij had twee jonge kinderen en een baan. Na maanden bankhoppen bij vrienden en kennissen besloot hij dat hij weer op eigen benen wilde staan, met of zonder huis.
„Ik heb een tent aangeschaft en ben in het buitengebied gaan zitten. Daar zitten vaak de onzichtbaren, mensen die dakloos zijn maar niet opvallen. Ik had een vis- en nachtvergunning, en mocht daar een jaar staan voor 60 euro. Mijn kinderen heb ik nooit verteld dat ik dakloos was. Ik haalde ze op en bracht ze ’s avonds weer thuis. Waarom zou je kinderen daarmee opzadelen?’’

In zijn tent langs de Rijn had Kregting het redelijk voor elkaar, vertelt hij. „Toch was het een eenzaam bestaan. Mijn leven ging door: ik werkte, ik had geld, maar geen woning. Mijn collega’s hadden geen idee; dat hou je voor jezelf.
Ik had geen koelkast, maar ik kon wel koken. Heb je weleens gezien wat vissers allemaal meenemen? Dat is luxe hoor. Wat ik alleen niet kon, was douchen of wassen. Daarvoor ging ik naar grote tankstations waar dat wel kon. Zolang je geld hebt, lukt dat.’’
Iedere dag bellen
Een jaar lang belde Kregting élke dag de woningbouwvereniging. Geen dag overgeslagen. Steeds dezelfde vraag: ‘’hebben jullie een woning voor mij?’’
„Twintig jaar geleden was de woningnood er al. En er is niks veranderd. What the fuck? Een hoop geblaad en gebler van politici, maar mensen belanden nog steeds zonder pardon op straat. Mensen met een baan, die gewoon hun leven horen te leiden.’’
Kregtings verhaal staat niet op zichzelf. De grootste groep daklozen in Nederland buiten de grote steden bestaat uit mensen met een Nederlandse achtergrond. Volgens het Leger des Heils is bij deze groep het woningtekort de belangrijkste oorzaak. Er is geen doorstroming. Mensen slapen op banken bij vrienden of familie, komen terecht in opvanghuizen en blijven daar vastzitten. De hulp stokt in de opvang.
Uit een telling van zorgorganisaties en 26 gemeenten rondom Arnhem blijkt dat in 2023 in totaal 450 volwassenen en 54 minderjarigen dak- of thuisloos waren. Deze groep verbleef op verschillende plekken: 89 mensen sliepen in de openbare ruimte, 40 in niet-conventionele ruimten zoals garages of schuurtjes, en 100 verbleven tijdelijk bij familie of vrienden. De meeste dak- en thuislozen bevonden zich in Arnhem zelf, namelijk 248 personen. Deze cijfers komen uit het rapport ‘Onderzoek aantal dak- en thuisloze inwoners regio Centraal Gelderland’ van onderzoeksbureau HHM (2023) en geven een concreter beeld van de situatie in deze regio dan landelijke cijfers alleen kunnen doen.
Zelfredzaamheid
Tijdens de wandeltochten die Kregting in Arnhem geeft, loopt hij langs plekken waar daklozen terecht kunnen.
Om de hoek van de Broerenstraat en Menthenstraat hangt een groepje mannen rond bij het loket van de daklozenopvang. Ze staan er wat doelloos bij.
„Als je niet verslaafd bent of geen psychiatrische diagnose hebt, dan krijg je daar juist geen hulp,” vervolgt Kregting. „Je wilt dat stempel ook niet. Dat neem je altijd mee op je cv. Er is geen woningbouwvereniging die je nog wil hebben, je staat als het ware op een zwarte lijst.’’
In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is een gemeente verantwoordelijk voor het ondersteunen van burgers, zolang ze niet zelfredzaam zijn. De opvang wijst vaak mensen zoals Kregting af, zij hebben een baan, verkeren in goede gezondheid en hebben een eigen netwerk.
Rumoerige zomer
Voorbij het Lauwerspark, het park met de vijver achter Musis, lijkt de zomer dichtbij. Het groen steekt zich fel af tegen het asfalt. Op de hoek hangt een camera. Die moet ‘de boel in de gaten houden’. De bankjes zijn leeg. Geen daklozen te zien.
Kregting kijkt om zich heen. „Als het zomer wordt, dan is het park aantrekkelijk voor daklozen. Dan spelen er zaken als dronkenschap of drugsgebruik en wordt het park een rumoerige omgeving. Dat zal wel weer terugkomen nu de zon gaat schijnen.’’

„Het beeld van een dakloze is de man in een slaapzak op straat die bedelt. Dat zijn de meest kwetsbare mensen, die zie je ook in het park,” zegt Kregting. „Voor hen is wonen niet de eerste behoefte. Dat is drugs. Die mensen hebben hulp nodig. Maar in mijn situatie kwam ik niet eens in aanmerking voor maatschappelijke zorg. Gemeenten gaan uit van zelfredzaamheid. En ik had vrienden, familie, kennissen. Vraag daar maar om hulp, was het antwoord.’’
Buitenslapen
Op het pleintje voor de bibliotheek bij Rozet zijn wat daklozen te herkennen. Grote boodschappentassen, slaapspullen, alles wat ze bezitten.
„Veel mensen uit Oost-Europa’’, benadrukt Kregting. „Die hun baan zijn kwijtgeraakt en daarmee hun recht om hier te blijven. De bibliotheek is de eerste plek vanaf het station waar een dakloze zorgeloos naar het toilet kan gaan, zijn telefoon kan opladen of zijn handen kan wassen.’’
Oost-Europese daklozen vormen een groeiende groep in Arnhem en in de rest van Nederland. Het gaat om een kwetsbare groep mensen, die vaak na het verlies van hun baan ook hun huis kwijtraken. Daarmee verliezen ze niet alleen hun onderdak, maar ook hun rechten: ze hebben geen toegang tot een uitkering, zorg of opvang.

Afgelopen winter sliepen volgens de gemeente Arnhem elke nacht 25 tot 30 mensen buiten, onder wie veel arbeidsmigranten. Een telling van onderzoeksbureau HHM kwam uit op gemiddeld 81 mensen per nacht.
Leren aktetassen
Ambtenaren met leren aktetassen lopen het gemeentehuis uit. Kregting wijst naar een stalen constructie; een bankje, zogenaamd.
„Defensieve stadsarchitectuur,’’ noemt hij het. „Kijk, zo’n plaat zou uitnodigend kunnen zijn om even op te zitten. Alleen dat lukt niet, want met de zon erop wordt het veel te heet.’’
„Schijnbaar is Arnhem een hele nette stad. Met deze architectuur mijd je de daklozen om hier te rusten of te slapen. Als je de straatjes schoonveegt en dat wat je liever niet ziet zo ver mogelijk buiten je centrum houdt. Als het om beeldvorming gaat, dan liever geen rauwe randjes. Die mogen aan de Rijn.’’

Kregting geeft met zijn stichting ook regelmatig rondleidingen aan beleidsmakers of hulpverleners. „Er wordt over deze groep gepraat, niet met deze groep. Dat is precies waar stichting Vagebond voor is. We vertellen verhalen. Vandaag die van een gescheiden man. Morgen die van een ex-verslaafde.
Onze gidsen hebben van alles meegemaakt.’’
Rouw
Voorbij het gemeentehuis barst de hemel open. Het komt met bakken uit de lucht. „Een regel van me was om nooit met natte kleren de tent mee in te nemen. Die plek moest droog blijven, anders werd alles vochtig.’’
Mensen rennen, schuilen onder een bushokje of de overkapping van een restaurant. Kregting blijft staan, kijkt voor zich uit. „Iedereen heeft zijn eigen plek nodig. Dat geeft rust. Stabiliteit. Ik weet hoe het is om geen huis te hebben. Dat is geen pretje.
Dakloos zijn… dat is rouw.’’
Op dit moment woont Kregting in Lent, dichtbij Nijmegen. Kregting was in totaal twee jaar dakloos. 