Soep, shag en een blik bier. De Soepfiets is thuiskomen voor wie geen thuis meer heeft

Een luisterend oor. Het vertrouwen winnen. De schakel zijn in een vergeten groep. Of de pleister op de etterende wond. In Ede is de Soepfiets al dertien jaar een vast baken voor wie geen plek meer vindt in de maatschappij.

Er klinkt zacht gitaarspel als de Soepfiets het pleintje bij het Bellestein opdraait. Tegen de muur achter het bankje bloeien bloemen. Rond het bankje zitten zo’n twaalf mensen. Blik bier. Shag. Een herdershond ligt tegen de muur. Zodra Henrieke de bak opent, stijgt de geur van soep op: groente, met een vleugje erwt en rijst.

De Soepfiets is een initiatief van het Leger des Heils. In verschillende Nederlandse steden rijden deze wielen langs vaste plekken met dak- en thuislozen. Het doel: structureel hulp bieden. Een vertrouwensband opbouwen.

Aangebrande soep

,,Duurt dat lang hè”, zegt Henrieke Brandsma terwijl ze in de keuken in een pan soep roert. De geur hangt zwaar in de lucht. ,,Goed roeren, anders brandt de rijst aan”, zegt Annet Duijts, ook vrijwilliger.

De Soepfiets draait volledig op vrijwilligers. Vandaag zijn dat Henrieke en Annet, allebei met een warm hart voor dit werk.

,,Onze avonden zijn nooit hetzelfde, al hebben we wel onze vaste klanten”, zegt Henrieke terwijl ze zorgvuldig suikerklontjes in een leeg yoghurtbakje stopt. ,,Het heeft m’n hart. Het is een hechte gemeenschap.”

,,Ik stuitte er toevallig op,” vertelt Annet. ,,Mijn hart maakte echt een sprongetje toen ik het zag. Ik wil gewoon graag mensen helpen.”

Elke woensdagavond rijdt de Soepfiets van het Leger des Heils door Ede. Van het Bellestein naar het bankje tegenover de Prijsmepper. Twee vaste haltes, in weer en wind. De kar is eenvoudig: soep, koffie, thee, droge sokken of een slaapzak. Geen poespas.

De vaste groep

Als de fiets stilstaat, roepen mensen vanaf het bankje: “Hé Henrieke, hoe ís’t?” Sommigen zijn mager, met ingevallen wangen. Anderen zijn netjes gekleed en zouden niet opvallen in een winkelstraat. Ze maken een praatje met de vrijwilligers.

Veel van hen komen uit de buurt. Ze werkten ooit in de horeca of bij de politie. Sommigen belandden op straat na een scheiding of ontslag. Anderen kregen later weer een dak boven hun hoofd, maar vonden hun plek in de samenleving niet meer terug.

,,Wij zijn de vergeten groep”, zegt Mark Troost (47). Zijn haar zit strak naar achter, zijn baard is netjes getrimd. Zijn gebit lijkt op een fietsenrek. Hij belandde na een scheiding op straat.

,,De meeste van ons zijn in al die jaren geen centimeter opgeschoten”, zegt hij. ,,Het is een draaideur waarvan je de uitgang niet kunt vinden. De gemeente doet z’n dingetje met ons, het Leger des Heils ook. Ja, ik heb een rugzakje. Maar dat heeft iedereen hier.”

Thuisloos

De koffie gaat rond. Broodjes kaas verdwijnen in rugzakken. Op de gitaar speelt Sebastiaan, met een kruisje naast zijn wang, wat deuntjes.

,,Of we dakloos zijn? Nee”, zegt een jonge vrouw die het lokale krantje rondbrengt. ,,Wij zijn thuisloos. Sinds ik bij m’n ouders weg ben, heb ik nooit meer een écht thuis gehad.” Op haar fietstas staat op z’n kop: ‘Als je dit kunt lezen, ben ik omgevallen.’

De mensen bij de Soepfiets van vanavond hebben allemaal een woning. ,,Degene die écht op straat slapen, dat zijn de Polen”, zegt Mark.

Volgens het CBS leven in 2025 zo’n 33.000 dak- en thuisloze mensen in Nederland. Door scheiding, ontslag of verslaving komen steeds meer mensen in de knel. In Ede monitort veldwerker Arent van Veldhuizen, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij het Leger des Heils, zo’n veertig tot vijftig mensen.

Hij deelt ze op in vier groepen: passanten die vanaf het station komen, arbeidsmigranten, vluchtelingen en de vaste groep. Die vaste groep verzamelt zich vaak hier bij de Soepfiets. Ze hebben een huis, maar geen thuis.

,,De samenleving is voor veel bezoekers te complex geworden”, zegt Van Veldhuizen. ,,Door digitalisering, de muur van regels in de zorg, het ontbreken van betaalbare huisvesting. Ze zijn vaak het diepst beschadigd in relaties met anderen. Dus houden ze mensen bij zich vandaan – met hun grote bek, hun grove gedrag, hun scheldkanonnades. Waar anderen afhaken, blijven wij komen. Elke woensdag. Op dezelfde plek.”

Verderop zitten ook twee mannen voor de Prijsmepper.

Uitzichtloos

Mark zit op het bankje en neemt een slok bier. ,,Als iets zo uitzichtloos is… waarom zou je dán niet in je blik kruipen? Je moet van goeden huize komen om daar nog uit te komen”, zegt hij.

Hij kijkt naar de fiets, die bijna is ingepakt. ,,De Soepfiets en dat soort initiatieven drijven er een beetje tussendoor. Ze bieden steun, maar geen uitweg. Toch… ik geloof in het goede. Ook in deze mensen. Omdat ze het goede willen doen.”

Annet loopt nog een laatste ronde. ,,Wie wil er een bakje mee naar huis?” De mannen drinken hun blik leeg. De gitaar stopt. De Soepfiets gaat dicht. Iedereen vertrekt. Het plein is ineens leeg.

“Tot volgende week, hè.”