

Bernard Kregting leefde één jaar in een tentje aan de Rijn.

Na zijn scheiding kon hij geen woning meer vinden.
Door Siem van Eck
Wonen in een tent aan de Rijn. Geen keuze, maar noodzaak. Bernard Kregting (57) weet hoe het is om zonder huis te leven: genegeerd door hulporganisaties en klemgezet door een woningtekort dat Nederland al jaren in zijn greep houdt.
Hij heeft twee jonge kinderen en heeft nog een baan. Toch raakt Bernard Kregting na zijn scheiding zijn huis kwijt. Hij belandt zodoende op straat, nu twintig jaar geleden. Na maandenlang bankhoppen bij vrienden en kennissen besluit hij dat hij weer op eigen benen wil staan, met of zonder huis.
Hij schaft een tent aan en gaat in het buitengebied van Arnhem zitten. Daar zitten volgens Bernard de onzichtbare, mensen die dakloos zijn maar niet opvallen. ,,Met mijn vis- en nachtvergunning mocht ik daar een jaar staan voor 60 euro”, legt hij uit. ,,Mijn kinderen heb ik nooit verteld dat ik dakloos was. Ik haalde ze op en bracht ze ’s avonds weer thuis. Waarom zou je kinderen daarmee opzadelen?’’
De onzichtbare dakloze
Kregting is een economische dakloos persoon. Mensen die vaak door schulden, het verlies van hun baan of een scheiding hun huis verliezen. Door de oververhitte woningmarkt komen zij niet meer in aanmerking voor een woning. Bernard leefde weg van de stad, tussen de Konikpaarden.
Nieuwe gezichten van dakloosheid
In Nederland is de groep economische dakloze mensen groeiende. Waar dakloosheid vroeger vooral werd geassocieerd met mannen met verslavingsproblemen, zien onderzoekers nu een ander beeld: jongeren, vrouwen, arbeidsmigranten en gezinnen zonder dak boven hun hoofd.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2024 ruim 33.000 dakloze mensen, maar dat cijfer laat een groot deel van de werkelijkheid buiten beeld. Kinderen, ouderen, arbeidsmigranten en mensen die tijdelijk bij vrienden slapen of in hun auto wonen, worden niet meegeteld.
,,Dakloosheid is niet primair een zorgprobleem, maar een woonprobleem,” zegt Gercoline van Beek, senior onderzoeker dakloosheid aan de Hogeschool Utrecht. ,,Er is een tekort aan opvangplekken, aan hulpverlening, maar vooral aan woningen. Zolang er geen betaalbare huizen zijn, blijft dit probleem bestaan.”
Onbetaalbaar
Kregting probeert ondertussen alles om weer een woning te vinden. ,,Ik had geen koffer met geld. Een jaar lang belde ik elke dag de woningbouwvereniging. Iedere ochtend: hebben jullie iets voor me? Tien jaar geleden was de woningnood er al, en er is nog niks veranderd. What the fuck? Een hoop geblaad, maar mensen belanden nog steeds zonder pardon op straat. Mensen met een baan, met een gewoon leven.”
Voor alleenstaanden met een modaal inkomen is het bijna onmogelijk geworden om een huis te kopen. De wachttijden voor sociale huur lopen op tot jaren, terwijl de private huurmarkt onbetaalbaar is geworden.
Zelfredzaam paradox
Wie geen psychische- of verslavingsproblemen heeft, komt vaak niet in aanmerking voor hulp. Ook Bernard niet, die door de gemeente als zelfredzaam werd bestempeld.
,,Ik hoor van mensen met ervaringskennis dat ze soms bijna overwegen hun problemen groter te maken, alleen om hulp te krijgen”, legt Van Beek uit. ,,Ze worden bij het loket weggestuurd: ‘Nee, jij kunt jezelf wel redden.’ Terwijl ze gewoon geen dak boven hun hoofd hebben.”
Dat onzichtbare deel wordt wel zichtbaarder in de ETHOS-telling, de Europese standaard voor het tellen van dakloze mensen. Kregting verbleef in de regio Centraal Gelderland. Daar blijkt dat het merendeel van de mensen zonder huis te slapen bij vrienden, familie, in de opvang of in niet-conventionele ruimtes zoals schuren, campers of tenten.
Toch beschouwen gemeenten deze mensen vaak als “geholpen”. Maar omdat ze geen postadres hebben, vallen ze buiten officiële cijfers én verliezen ze rechten: geen zorgverzekering, geen inschrijving, geen toegang tot hulp. ,,Ze bestaan niet in het systeem,” zegt Van Beek, ,,maar ze zijn er wel.”
Armoede en risico
De opvang zit vol en uitstroom is vaak onmogelijk: er zijn geen betaalbare huizen om naartoe te verhuizen. Ondertussen leven 540.000 Nederlanders in armoede en nog eens 1,2 miljoen net boven de armoedegrens. Voor deze groep is één tegenslag; een scheiding, ontslag of plotselinge schuld, genoeg om hun woning kwijt te raken.
Volgens Van Beek kun je armoede en schulden niet één-op-één vertalen naar dakloosheid, maar de risico’s zijn groot. Een huisuitzetting is vaak het kantelpunt naar dak- of thuisloosheid.
Wonen is een mensenrecht
In 2023 presenteerde het kabinet een Nationaal Actieplan Dakloosheid met de ambitie dat er in 2030 niemand meer zonder thuis is. Een nobel streven, maar zonder extra woningen onhaalbaar.
,,Wonen is een mensenrecht”, zegt Van Beek. ,,Niemand kiest ervoor om op straat te leven of zijn veiligheid op te geven. Dat het ons in Nederland nog steeds niet lukt om iedereen een veilige plek te geven, dat is een maatschappelijk probleem; geen individueel falen.”
Kregting kijkt voor zich uit richting de Konikspaarden. ,,Iedereen heeft zijn eigen plek nodig, dat geeft stabiliteit. Ik weet hoe het is om geen huis te hebben, dat is geen pretje. Dakloos zijn is een gevoel van rouw.’’
De gebruikte data in dit verhaal zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB). De woningcijfers zijn gemiddelden per gemeente wat tot vertekening door uitschieters kan leidden. Het modaal inkomen betreft het meest voorkomende bruto-inkomen van Nederlandse huishoudens. Voor de berekening van de maximale hypotheek is de online rekenhulp van ING gebruikt.
De gegevens over dakloosheid komen uit de ETHOS-telling van Centraal Gelderland, die ook minderjarigen en ongedocumenteerden meeneemt en daarmee een vollediger, maar geschat beeld geeft van de situatie.