Frans Franssen geeft al veertig jaar dwarsfluitles: ‘De fluit is uit’

Frans Franssen geeft al veertig jaar dwarsfluitles: ‘De fluit is uit’

Na veertig jaar stopt Frans Franssen (66) met dwarsfluitles geven bij de Zeister Muziekschool. Hij maakte mee hoe de interesse in het instrument veranderde door de jaren heen. ‘Je ziet ook nergens meer een dwarsfluit.’

Waarom was u zelf begonnen met dwarsfluit spelen?
Ik kom uit Zuid-Limburg en daar zijn heel veel harmonieën. Mijn vader zat bij de harmonie en toen ik op de basisschool zat was er een docent uit Amsterdam die ook blokfluit les gaf. Ik heb toen bij hem les genomen en blijkbaar kon ik heel goed blokfluit spelen. En toen op een gegeven moment hadden ze bij de harmonie een dwarsfluit nodig en toen zei mijn vader: ‘Dat kan Frans wel.’ Zodoende ben ik dwarsfluit gaan spelen. 

Hoe bent u uiteindelijk van zevenjarig jongetje, docent geworden?
Ik kom uit Epen, dat is een heel klein dorpje met nog geen 1000 inwoners. Als je daar een beetje kan spelen, ben je al snel een wonderkind. Toen ik 10 was stond ik al voor de harmonie een solo te spelen op een piccolo. Het was dus al heel snel duidelijk dat ik fluitist werd. Toen ben ik naar het conservatorium gegaan in Maastricht. Maar als je dan op zo’n conservatorium komt, dan blijkt dat er nog wel meer van dit soort wonderkinderen rondlopen.

In die tijd, begin jaren 70, werd ik ook gegrepen door popmuziek. Toen waren er namelijk heel veel fluitisten in popbands. Daardoor ben ik ook fanatiek fluit gaan spelen, omdat ik zelf ook in een band wilde spelen. Dat heb ik toen ook gedaan, maar dat was iets meer seks, drugs en rock and roll. Door dat leven was ik niet echt de ideale student. Ik lag zaterdagochtend met een kater in bed terwijl de echt goede studenten om 08:00 opstonden om te studeren. Dus ja, dan haal je dat niveau wat je wil halen, uiteindelijk niet. Ik wilde oorspronkelijk het orkest in, ik wilde uitvoerend musicus worden, met fluit spelen mijn brood verdienen. Maar ja, dan merk je dat er heel veel goede fluitisten zijn. Dan ga je auditie doen voor een orkest en dan hoor je: ‘Nee.’ Maar er moest wel brood op de plank komen, dan ga je les geven. In die tijd blijf je wel auditeren. Maar hoe meer les je geeft, hoe minder tijd je hebt om te blijven studeren. Zo ben ik erin gerold. 

Wat voor een verschil merkt u met lesgeven toen u net begon en nu?
Vroeger had je Thijs van Leer die zat in de popband Focus en later had je Berdien Stenberg, die had een nummer 1 hit. Toen wilde al die meiden, van tien, elf jaar, dwarsfluit spelen. Ik had daarom in de eerste 25 jaar zoveel leerlingen, iets rond de 85. Daar is nu nog een kwart van over. Dat is onder andere veranderd toen Candy Dulfer populair werd, een saxofoniste. Daardoor werd de interesse in dwarsfluit minder bij de jeugd. En de laatste jaren is die interesse er eigenlijk niet meer, de fluit is uit. Je ziet ook nergens meer een dwarsfluit. Daarom geef ik nu voornamelijk les aan herintreders/volwassenen. 

Welke kwaliteiten heb je  nodig om dwarsfluit te spelen?
Ten eerste natuurlijk doorzettingsvermogen. Wat ook wel heel handig is, is als je een beetje ritme gevoel hebt. Met mensen die dat niet hebben is samenspelen een drama. Je krijgt dan het ene muzikale ongeluk na het andere.’

Zien we u over 10 jaar met een 50 jaar jubileum?
‘Nee! Ik ga met pensioen binnenkort. Maar wat ik wel leuk zou vinden is, om met gelijkgestemden, een ensemble op te richten. Maar dan moet je wel mensen vinden die dezelfde soort muziek willen maken, bijvoorbeeld een klassiek blaaskwintet. Dus als ik vier mensen kan vinden die goed kunnen spelen en dat leuk zouden vinden, dan zou ik dat graag willen doen.’

Over de auteur

Nina Hooft

Hallo! Ik ben Nina Hooft (18) en ik ben de eindredacteur van Slotstad Nieuws. Ik woon in Bunschoten-Spakenburg, maar maak nu nieuws over Zeist. Dit jaar ben ik met veel plezier begonnen aan de School voor Journalistiek. In mijn vrije tijd handbal ik en speel ik piano.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *