Datavisualisatie: Gaat een vuurwerkverbod de zorg ontlasten?

Datavisualisatie: Gaat een vuurwerkverbod de zorg ontlasten?

Nu de maand december en daarmee het eind van het jaar nadert steekt de vuurwerkdiscussie  weer de kop op. Eind oktober pleitten GroenLinks en de Partij van de dieren voor een tijdelijk vuurwerkverbod om de zorg te ontlasten. Die heeft zijn handen al vol aan de coronapatiënten.  Hoe erg is het eigenlijk met deze vuurwerkslachtoffers, belasten zij de zorg zo erg?

Vele liefhebbers zien het  afsteken van vuurwerk als een mooie traditie. De kick van een harde knal, het schele gekrijs van een gillende keukenmeid of de donkere hemel die om twaalf uur wordt verlicht door honderden vuurpijlen in talloze kleuren.

Echter, deze traditie kent ook een keerzijde. Jaarlijks belanden er honderden Nederlanders in het ziekenhuis na een vuurwerkongeval. Deze vuurwerkslachtoffers zijn al jarenlang het onderwerp van discussie rond de jaarwisseling. Begin dit jaar verbood het kabinet al knalvuurwerk van de zogenoemde categorie F3, dit is volgens de politie ‘middelmatig gevaarlijk’ en alleen geschikt voor professioneel gebruik. Ook vuurpijlen mogen komende jaarwisseling niet worden afgestoken door particulieren. Nu pleitten GroenLinks en de PVDD dus voor een tijdelijk verbod op al het vuurwerk om de zorg, die zijn handen al vol heeft met de coronapatiënten, zo veel mogelijk te ontlasten. ,,We moeten slachtoffers altijd voorkomen”, zegt GroenLinks-leider Jesse Klaver. ,,Maar door corona kunnen we het ons simpelweg niet veroorloven om de hulpdiensten op te zadelen met honderden vuurwerkslachtoffers.”

Volgens Fenna, ANIOS bij het Elizabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, wordt het steeds drukker in de zorg. “Zonder duidelijk aanwijsbaar moment, worden er toch veel coronapatiënten opgenomen in het ziekenhuis. Zowel op de afdelingen als op de IC.” Toch vraagt zij zich af of een vuurwerkverbod veel zal uitmaken. “Dat is een ingewikkelder probleem dan even een vuurwerkverbod instellen. Het zou kunnen helpen, maar als er dan meer gebruik wordt gemaakt van illegaal vuurwerk kan het de zorg nood juist vergroten. Natuurlijk helpt het aanzienlijk om zo’n groot aantal patiënten niet te hoeven zien op de Spoed Eisende Hulp. Aan de andere kant valt dat aantal goed mee als je die patiënten verdeeld over alle ziekenhuizen. Dan merk je dat verschil amper. Daarnaast zijn vuurwerkletsels meestal redelijk duidelijk en bij jongere slachtoffers, wat wil zeggen dat je het probleem snel op kan lossen, slachtoffers blijven niet lang liggen in het ziekenhuis. In tegenstelling tot bijvoorbeeld COVID, waar een uitgebreid onderzoek  juist wel nodig is om een plan te maken en mensen vaak wel een ziekenhuisopname nodig hebben.” Aldus de arts uit Tilburg.

Jaarlijks brengt het kenniscentrum letselpreventie Veiligheid.nl een rapport uit met het aantal vuurwerkongevallen. Uit deze cijfers is af te leiden dat het aantal vuurwerkslachtoffers de afgelopen vijf jaar is afgenomen. Het overgrote deel van de vuurwerkslachtoffers wordt veroorzaakt door legaal vuurwerk. Met het nieuwe verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen zou het aantal vuurwerkslachtoffers de aankomende jaarwisseling minder moeten zijn.

De meeste slachtoffers belanden met kleine verwondingen bij de huisartsenpost. De slachtoffers die er erger aan toe zijn, belanden op een van de 84 spoedeisende hulp afdelingen in Nederland. De meeste slachtoffers die op de spoedeisende hulp belanden hebben oogletsel of brandwonden opgelopen.  De meeste slachtoffers die hier binnenkomen zijn mannen tussen de 15 en 30 jaar.

Verantwoording:
Voor de datavisualisatie zijn de rapporten van veiligheid.nl over vuurwerkongevallen van de afgelopen vijf jaar gebruikt. De data uit deze rapporten heb ik gecombineerd om tot een beeld over de jaren heen te komen.

http://Veiligheid.nl

Over de auteur

Jan Rozemond

Hoi, Mijn naam is Jan Rozemond en ik volg de opleiding journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht. Op deze site ziet u alle door mij geproduceerde artikelen.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *