COLUMN: Quarantaine in, quarantaine uit – de maandelijkse bezigheid van een studentenhuis

COLUMN: Quarantaine in, quarantaine uit – de maandelijkse bezigheid van een studentenhuis

Huisgenoot in quarantaine woont via FaceTime het avondeten bij - met Fleur Dassen

Corona, een onderwerp dat elke student onderhand uitkotst. Het virus dat onze feestjes stopzet en ervoor zorgt dat we moeten nadenken voordat we met iemand zoenen. Het virus dat mij dwingt mijn studentenkamer om te bouwen tot bieb, werkplek, gym en woonkamer tegelijk. Covid-19 eist onderhand meer aandacht dan dat wij als studenten besteden aan een lekker biertje. En dat zegt wat. 

Ik zal het er als student mee moeten doen. Al kan dat soms lastig zijn als je in een studentenhuis woont met negen anderen. Nu de besmettingen weer sneller rondgaan dan een goede roddel, is het oppassen geblazen. “Ik heb haar vorige week nog gezien en zij heeft nu corona…” of “Ik kom net terug van m’n ouders, maar nu blijkt zij iemand hebben gezien die corona heeft”. Het zijn berichten die steeds vaker in huis gedeeld worden en de nodige stress en onzekerheid met zich meebrengen.

En wat doe je dan? Precies, toch maar weer een testje aanvragen en in quarantaine. Het is ons nu al drie keer overkomen dat huisgenoten in quarantaine gingen. De eerste keer moesten we gezamenlijk binnenblijven. Tuurlijk, het schept een band, maar er zijn ook nadelen. Als je zo lang op elkaars lip zit, ken je elkaars flauwe grappen, onbewuste trekjes en bijzondere eetgewoontes door en door. Zo kan ik zonder te kijken geheel terecht tegen een huisgenoot zeggen: ‘Er zit nog wat kwark bij je mondhoek.’ Achteraf konden we daar nog wel om lachen, maar die lol gaat er op den duur wel vanaf. Zeker bij de derde keer.

Als een huisgenoot zich laat testen, ontstaat er een soort rekenspel waarbij er geen uitkomst is. Wat als hij positief test? Heb ik diegene 48 uur voor dat hij klachten kreeg nog gezien? Ga ik naar mijn ouders of kan ik beter hier blijven? Iedereen begint te googelen, te puzzelen en zo worden er tientallen scenario’s uitgedacht. De stressvlekken beginnen spontaan te verschijnen bij huisgenoten met coschappen, risico-ouders of fysieke tentamens. De onzekerheid wint van de gezelligheid in huis en de sfeer slaat om. De komende tien dagen moet er constant gelet worden op het gebruik van gemeenschappelijke ruimtes of spullen en is het gespannen afwachten tot de uitslag.

In de tussentijd wordt na elk douche- of toiletbezoek en betere schoonmaak gedaan dan het huis ooit heeft gehad en gaan anderen met klachten voor de zekerheid ook maar op hun kamer zitten. De overige huisgenoten worden een soort dienstmeid die zo nu en dan het nodige kopje koffie komt brengen om vervolgens voor de zoveelste keer achter het fornuis te kruipen. ‘s Avonds proberen we toch met z’n alle bij elkaar te komen. De mensen in ‘kamerquarantaine’ krijgen hun bordje voor hun deur neergezet en worden via FaceTime uitgenodigd om samen met de rest ‘aan tafel te schuiven’. Zo worden de in-hun-kamer-opgesloten huisgenoten op het iPhone-schermpje tussen de pot mayo en het peper en zout geïnstalleerd. “Zo zijn ze er toch nog een beetje bij”. Toch voelen ze de vier muren van hun kamer steeds meer op zich afkomen naarmate de dagen verstrijken.

En dan komt de uitslag; negatief.

Voor de derde keer op rij kruipt iedereen weer opgelucht zijn kamertje uit en zijn we blij dat we allemaal gezond zijn. Toch zit het niet lekker. Drie keer tien dagenlang binnenblijven, stressen en langs elkaar heen moeten leven in huis, om uiteindelijk te horen te krijgen dat het vals alarm is. En dan in je achterhoofd weten dat het besmettingsgevaar nog steeds dichtbij is. Ook al mogen we naar buiten, de klok blijft op vijf voor twaalf staan. Ik vraag me af hoelang het duurt voordat een van de tien huisgenoten weer gaat testen. We zullen proberen er elke quarantaine weer iets van te maken.

Maar de koek is bijna op.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *