Waarom ben ik niet aan het rellen?

Waarom ben ik niet aan het rellen?

Voor het eten was ik thuis. Nadat ik een uur in de bus had gezeten van het grote Utrecht naar het polderstadje Schoonhoven, om ruim op tijd voor de avondklok aan tafel bij m’n ouders te zitten. Ik kom er graag. Niet omdat ik mijn hectische studentenhuis met 15 man en een veels te kleine woonkamer graag ontloop, integendeel, maar vooral omdat in mijn ouderlijk huis alles zo makkelijk gaat.

Ik eet mee, praat pap en mam wat bij over mijn stage, ruim soms wat vergeten spullen op uit mijn oude kamer, en zit eigenlijk de gehele verdere tijd beneden op de bank. Laptopje op m’n schoot, thee op tafel. Soms oortjes in, soms oortjes uit.

Hoe ontspannen ik mijn avond doorbrengen, zo onrustig is het vanavond in Nederland. Mensen zijn tegen de avondklok. En vooral Urk, tuurlijk Urk. Des te vaker ik mijn Twitter herlaad, des te meer puinzooi ik tegenkom. Zondagavond weer. Nadat ik de hele middag bezig was om mijn oude kledingkast volgens een systematische drie-stapel-verdeling te sorteren (dit mag weg, dit wil ik houden, dit kan pap nog passen), is mijn tweede hoogtepunt vanavond Dumpert. De rellen van Urk inspireren andere jongeren. Veel jongeren in verschillende steden – iets later geboren dan ik – gaan los. Auto’s in de fik, stenen naar de ME, en vooral keihard rennen.

Rond de derde reldag stel ik mij voor het eerst de vraag: waarom ben ík niet boos? Is Nederland boos? Nee. Nederland hoort al jaren bij de ‘gelukkigste’ landen. Bijna negen op de tien Nederlanders van 15 jaar of ouder zeggen gelukkig te zijn. En ik zeg dat ook. Ik ben bovendien niet dom. Ik volg het nieuws, ik kijk graag naar de cijfers. Ondanks dat ik nooit op de IC ben geweest luister ik graag naar experts en geloof ik in de wetenschap en de overheid (al zal dat laatste vast afnemen naarmate ik ouder word). Maar hoe langer ik nadenk over de beestachtig domme houding van enkele groepen jongens op straat, die sensatie opzoeken en gierend over straat sprinten, hoe meer ik aan het reflecteren ben wat deze jongen eigenlijk gedaan heeft in de afgelopen tien maanden.

Elke ochtend rond negen uur stap ik licht zuchtend uit bed. Ik kook twee eitjes en smeer wat boterhammen. Ik bel met mijn collega’s van stage. Ik scroll iets te lang rond op NOS en Dumpert, en ik ga maar aan de slag. Alles gaat redelijk automatisch. Afgezonderd van een paar legale woonkamerfeestjes met mijn huisgenoten, is er geen dag voorbij gekomen waarop ik wilde rellen.

Simpele sensatie is eigenlijk alles wat ik nodig heb. Jongens in video’s die voor mij rellen. Niet omdat ik boos of dom ben, maar vooral omdat ik zo eenvoudig ben geworden, en domme sensatie toch ook sensatie blijft. Geen moment heb ik mij nou écht verveeld in deze corona-periode. Zolang er buiten af en toe wat geks gebeurd, waar ik zelf geen consequenties van ken, blijf ik veilig op mijn twaalf vierkante meter zitten.

Morgen ga ik weer terug naar Schoonhoven.  Onderweg naar mijn ouders staar ik waarschijnlijk weer een uur uit het raam, met Spotify in mijn oren en het polderuitzicht dat aan me voorbij schiet. ‘s Avonds met de laptop op mijn schoot, thee op tafel, soms m’n oortjes in, en soms m’n oortjes uit. Maar eerst aan de slag met mijn oude kast vol schoolspullen en rotzooi. Weer een hele middag bezig met diezelfde opruim-tactiek. Dit mag weg, dit wil ik houden, en dit kan pap later nog even uitzoeken..

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *