Kurano Bigiman: “Het maakt niet uit wat je ouders doen, Latijn en Grieks is sowieso lastig”

Kurano Bigiman: “Het maakt niet uit wat je ouders doen, Latijn en Grieks is sowieso lastig”

Kurano Bigiman (36) op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam Zuidoost

Amsterdam Zuidoost is een stadsdeel met zo’n 90.000 inwoners. Tot 2019 was daar geen gymnasiumopleiding beschikbaar en werden kinderen die het toch wilden volgen de stad in gestuurd. De meeste kinderen in Zuidoost zouden niet geschikt zijn voor gymnasium en bovendien stonden de schooladviezen er niet naar. Daar dacht Kurano Bigiman (36) anders over. Als docent klassieke talen op het Vossius Gymnasium in Amsterdam Zuid zette hij op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam Zuidoost een gymnasiumafdeling op. Daar geeft hij nu óók les. Voor die inzet werd hij op 14 februari uitgeroepen tot ‘Amsterdammer van het Jaar 2020’. Wat maakt een gymnasiumopleiding in Zuidoost zo belangrijk?

“Oost is nog echt mijn plekje”

Kurano groeide op in Amsterdam Oost: “Ik woonde in Watergraafsmeer en de Molukkenbuurt. Verder woonde ik ook nog tegen de Amstel aan en ten slotte woonde ik in Park de Meer. Daar zat ik met vier studenten, maar dat hield natuurlijk een keer op. Inmiddels woon ik al 12 jaar in West, maar Oost is nog echt mijn plekje. Ik wilde nooit de stad uit.”

In zijn middelbareschooltijd zag Oost er anders uit: “Er hing een andere sfeer in Oost dan in Zuid. Het was opener voor meer culturen, en dat zag je ook terug. Tegelijkertijd werd er in Oost veel gebouwd, er stonden winkelpanden leeg en de buurt was destijds gewoon nog onderontwikkeld. Het zag er grauw uit.”

Voor Kurano was naar school gaan vroeger ook een kwestie van aanpassen. Hij zat eind jaren ’90 zelf ook op het Vossius Gymnasium in Amsterdam Zuid. Totdat het Ir. Lely Lyceum in 2019 dankzij het initiatief van Kurano een gymnasiumafdeling kreeg was het Vossius Gymnasium voor gymnasiasten uit Zuidoost de dichtstbijzijnde school. “Als je op de kaart kijkt is Zuidoost een afgezonderde exclave van de stad. Je bent totaal afhankelijk van het openbaar vervoer, met de fiets lukt het niet. Met het OV duurt het minimaal een halfuur van huis naar school. Bovendien zit je bij het Vossius in een villawijk. Dat is iets totaal anders dan de H-buurt in de Bijlmer,” vertelt Kurano over zijn eigen ervaring. Het bleef alleen niet bij hem. Ook zijn huidige donkere leerlingen op het Vossius maken het mee.

Kaart van Amsterdam

Aanpassen is uitputtend

De geografische verschillen die Kurano noemt zijn niet de enige verschillen. Ook de sociale en culturele achtergrond van leerlingen en ouders speelt een rol: “Soms hebben de ouders van kinderen uit Zuidoost ook hele andere banen en opleidingsniveaus dan kinderen uit Zuid. Mijn vader werkte bijvoorbeeld in de postkamer en mijn moeder in de Burger King op het Leidseplein. Dat is niet standaard voor gymnasiasten, maar je ziet het vaker in Zuidoost dan in Zuid. Van bijna al mijn leerlingen op het Ir. Lely Lyceum zijn de ouders schoonmaker, caissière of zitten ze in de bewaking. Ik kom daar weinig advocaten, artsen of Zuidas-werkers tegen. Dat verschil mag er zeker zijn, maar juist om voor hun kinderen ook gymnasium toegankelijk te maken doe ik wat ik doe. Het moet niet uitmaken wat je ouders doen. Latijn en Grieks is sowieso wel lastig.”

Kortom: Wanneer ze naar het Vossius gaan, komen kinderen uit Zuidoost in aanraking met veel verschillen. Daar moeten zij zich op aanpassen, vervolgt Kurano: “Je moet zoveel barrières door en dat zes jaar lang. Zeven als je pech hebt. Dan moet je echt sterk in je schoenen staan.” De puberteit noemt Kurano sowieso al een lastige periode waar school juist een ankerpunt zou moeten zijn. “Als je iedere dag moet omschakelen van cultuur, dan kost dat fysiek en mentaal veel energie.”

Helaas ziet hij dat het aanpassen voor sommige leerlingen te uitputtend is: “Na de derde of vierde klas kunnen ze het soms niet meer opbrengen. Soms konden ze gewoon niet meepraten en zat er een cultuurkloof. Ik kan me een donker meisje herinneren die na de vierde klas van het Vossius vertrok omdat ze geen aansluiting kon vinden. Dat vond ik heel erg. Ze ging naar een atheneum in Zuidoost en ze mist dan gewoon die pluim van een gymnasiumdiploma. Dat heb ik vaker zien gebeuren. Gelukkig zijn er ook kinderen die in een Bijlmerflat wonen en het 6 jaar volhouden. Dat is ijzeren discipline.”

Kurano geeft Latijn aan een brugklas op het Ir. Lely Lyceum

Kurano merkt geen verschil in de cijfers die zijn leerlingen op beide scholen halen. “Ik zie tegenwoordig meer leerlingen op het Vossius die zich moeten aanpassen. Ze presteren echter hetzelfde als de rest. Ze compenseren het meestal door echt meer hun best te doen in de klas of door heel erg de verbinding op te zoeken met anderen. Ze zoeken voor zichzelf een manier om ermee om te gaan. Wat voor velen geldt is dat ze minstens 6 jaar lang extra moeite doen om op peil te blijven. Op het Ir. Lely Lyceum spelen die problemen allemaal niet, behalve de standaard puber issues. Ook witte leerlingen hebben daar niet het gevoel zich te moeten aanpassen.”

Rol van de school

Het is dus vermoeiend voor leerlingen die van ver komen om zich aan te passen, maar wat kan een school als het Vossius betekenen voor die kinderen? “Scholen hebben zelf ook een rol in het verzorgen van diversiteit,” begint Kurano. “Die rol kan het Vossius beter uitoefenen. Als je kijkt naar diversiteit binnen het personeel, dan zie ik andere scholen beter meeveranderen dan het Vossius. Soms is iemand nodig met dezelfde achtergrond als een leerling, want dat helpt gewoon bij bepaalde problemen in bijvoorbeeld de thuissituatie. We kunnen daar in het personeelsbeleid beter naar kijken vind ik. Gezien de toenemende diversiteit in de onderbouw wordt het ook nodig dat er een apart racisme- of discriminatiebeleid moet komen.”

Toenemende diversiteit, dat is waar het Vossius Gymnasium nu mee te maken heeft. Kurano: “Gelukkig hebben we nu een loting- en matching-systeem. Dat zorgt dat het Vossius nu wel echt meer kleur heeft dan vroeger, maar we zijn er nog mee bezig. In de onderbouw is het al diverser dan in de bovenbouw.” Toch is een eigen gymnasium voor die 90.000 inwoners van Zuidoost een uitkomst.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *