“We leren om te gaan met onze geschiedenis hier en zien het glas halfvol”

“We leren om te gaan met onze geschiedenis hier en zien het glas halfvol”

Hoe de derde generatie Molukkers doorgegeven frustratie begint om te zetten in een wijze les met een positief randje.

Op 21 juni is het 70 jaar geleden dat de laatste Molukse KNIL-militairen per schip naar Nederland werden gebracht. Joenoes Polnaija sleept een rijke geschiedenis aan generatieverhalen met zich mee. Zijn beide opa’s hebben in het KNIL-leger gevochten voor Nederland om daarna naar ‘tijdelijk’ naar Nederland te worden gehaald – een land waar ze de taal en cultuur niet kennen en waar ze als verblijflocatie in voormalig concentratiekampen worden geplaatst. ‘Tijdelijk’ verandert al snel in ‘voor onbepaalde tijd’ en Nederland komt haar beloftes niet na aan de voormalig KNIL-militairen. Joenoes zijn vader worstelde met de grote frustratie van zijn ouders en gijzelde samen met anderen een basisschool in Bovensmilde in 1977. Zelf treedt Joenoes nu in de voetsporen van zijn opa’s door in de film De Oost te acteren, maar is hij gestopt met het doorgeven van gevoelens van frustratie en woede die de Molukse geschiedenis in Nederland nog altijd met zich meedraagt.

Jouw opa’s waren van de eerste generatie Molukkers in Nederland. Zij kwamen hier nadat ze voor Nederland hadden gevochten in het KNIL. Praatten jullie veel over dit verleden?

“Ik heb één opa niet gekend, hij is vrij jong gestorven. Toen mijn andere opa overleed, was ik dertien jaar. Mijn vader sprak nooit met mijn opa over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland en over hoe zij hier terecht waren gekomen. Als kleinzoon doe je dat dan al helemaal niet. Maar wat ik me nog wel kan herinneren, is een bepaalde energie die mijn opa met zich meedroeg. Daar ben je als kind gevoelig voor, je hebt het door als iemand een zwaar hart heeft. Er werd heel veel gezegd in zijn stilte.”

Vanaf nu is de film De Oost op het witte doek te zien, waarin jij de rol speelt van Samuel, KNIL-militair. Hoe was het voor jou om deze rol te acteren?

“Over de periode waarin Molukkers voor Nederland vochten als KNIL-militairen en daarna naar Nederland werden gehaald, wordt eigenlijk nooit iets gemaakt. Het komt nauwelijks voor in onze geschiedenisboeken op school, laat staan dat er kunst over wordt gemaakt. Ik zag dit als de uitgelezen kans om in de schoenen te kunnen staan van mijn opa’s. In eerste instantie begreep ik niet waarom ze nooit over die tijd vertelden. Door de rol te spelen, begrijp ik nu het schuitje waarin zij zich destijds bevonden veel beter.”

In hoeverre zit de frustratie die jouw vader van zijn ouders heeft meegekregen weer in jou?

“Niet! Mijn vader is op een gegeven moment gestopt met die gevoelens van frustratie. De emotionele bagage die hij heeft meegekregen van zijn ouders heeft hij niet doorgegeven. Dat heeft ervoor gezorgd dat mijn broertje en ik daar heel vrij in zijn. En dat wij ervoor gekozen hebben om openlijk over onze geschiedenis te praten. Mijn vader heeft wel de kennis doorgegeven en de verschillende perspectieven van destijds. Ik denk dat het krijgen van kinderen een keerpunt was voor hem. Als achttienjarige heeft hij kinderen gegijzeld en ineens had hij zelf kinderen van eigen vlees en bloed. Dat doet toch iets met je. Hij kwam tot het inzicht dat wat hij had gedaan, niet goed was. Dat wilde hij veranderen.”

"Ik begrijp waarom hij zo heeft gehandeld, maar als mens keur ik het natuurlijk niet goed."

Kun je wel begrip opbrengen voor zijn handelen?

“Ik kan het wel begrijpen. Hij was net 18, zelf eigenlijk ook nog een kind. Hij heeft tot dan toe zijn hele leven doorgebracht in voormalig concentratiekamp Westerbork, waar hij ook is geboren. Mijn vader leefde erg geïsoleerd. Zijn ouders praatten niet, maar hij zag aan alles wat ze deden dat ze verdriet en heimwee hadden. Dat zijn vader extreem boos was op datgeen wat Nederlands is… de regering. Daar had hij alleen maar lotgenoten in. Dat is eigenlijk gewoon een recept voor een kweekvijver van geradicaliseerde jongeren. Dan is het een kwestie van tijd voordat de bom barst. Ik begrijp waarom mijn vader zo heeft gehandeld, maar als mens keur ik het natuurlijk niet goed. Je kunt niet de vrijheid van anderen ontnemen in ruil voor je eigen vrijheid. Op die manier schuif je het ook alleen maar door en dan is op een gegeven moment het einde zoek.”

Joenoes Polnaija aan de Lloydkade in Rotterdam, waar zijn opa’s 70 jaar geleden aankwamen, niet wetende dat ze de rest van hun leven in Nederland zullen blijven.

En nu heb je zelf kinderen. Wat wil je hen meegeven?

“Wat ik hen wil meegeven is vooral diezelfde vrijheid die ik en mijn broertje ook hebben gekregen. Dus zeker het bewustzijn van de geschiedenis en dat ook meenemen als bagage. Maar het moet niet een blok aan hun benen zijn. Het moet ook zeker niet voor ze bepalen wat ze gaan doen in de toekomst. Daarnaast vind ik het belangrijk dat ze vooruit blijven kijken. Dat heb ik ook meegekregen in mijn opvoeding. Zelf voel ik me in Nederland zeker thuis. Ik ben een Nederlander met Molukse roots. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat ik anders behandeld werd omdat ik een andere huidskleur heb en dat blijft zo denk ik. Maar hoe een ander mij ziet, daar heb ik geen invloed op. Om daar mee overweg te kunnen, moet je dingen loslaten. Op een gegeven moment word je ouder en wijzer, ontmoet je mensen die jou wel zo zien zoals jij jezelf ziet. Dat weegt dan zwaarder op tegen die ene persoon die jou ‘treinkaper’ noemt. Als we ons hard maken voor de juiste educatie, kunnen we daar wat in veranderen.”

Hoe is de Molukse cultuur volgens jou?

“De Molukse cultuur is inheems. Daar bedoel ik mee dat het eigenlijk iets is wat nog heel dicht bij de natuur staat en bij je basisbehoeften. Wij mensen zijn kuddedieren, we hebben mensen om ons heen nodig. We moeten goed zijn voor onze omgeving. Tot aan 2000 was dat een beetje een geitenwollensokken-gedachte. De laatste twintig jaar heeft er een ontwikkeling in de westerse wereld plaatsgevonden. Mensen doen ineens aan yoga, worden veganistisch, gaan mediteren… Men gaat daarmee eigenlijk een beetje terug naar wat de Molukse cultuur omvat. Uiteindelijk zijn we allemaal mens en hebben we dezelfde behoeften. Dat zijn niet die grote wagens of een dikke portemonnee. Maar mensen om je heen, voor elkaar zorgen, zelfliefde en liefde voor je omgeving. Dat is eigenlijk ook wat de Molukse cultuur is.”

Ben je wel eens naar de Molukken geweest?

“Drie jaar geleden voor het eerst, met mijn vader en mijn broertje. Ik ben daar heel veel opvattingen tegengekomen waar wij Molukkers ons hier in Nederland aan vasthouden. Daar is dat de praktijk. Men zegt ook: als je naar de Molukken gaat, ga je niet op vakantie maar naar huis. Ook al ben je daar nog nooit geweest. Het voelt ook echt als thuiskomen, het hoort bij jou. Het is daar zó mooi. De bevolking is erg nieuwsgierig naar ons. Tuurlijk zijn er op politiek vlak wel wat meningsverschillen, maar de cultuur en de liefde voor het land houden ons bij elkaar.”

Waar houdt de derde generatie Molukkers in Nederland zich op dit moment vooral mee bezig?

“Van de tien Molukkers, doen er acht iets met een kunstzinnige uiting. Zowel grafisch als theater, muziek of dans. We zitten nu in een bepaalde stroming waarin we elkaar gevonden hebben. Dat is een positief puntje aan corona; het dwingt je om even na te denken, pas op de plaats. Ineens ga je dingen weggooien die niet bij je leven passen, waardoor je heel snel tot de kern komt. We praten veel met elkaar, luisteren naar elkaar en werken samen. Als gemeenschap starten mensen nu projecten op. Muziek maken, toekomstwensen met elkaar uitwerken… Ik denk dat wij nu in een generatie zijn beland waarin we stoppen de vinger naar elkaar te wijzen. Dat betekent dat we onze geschiedenis hier accepteren en daarmee leren om te gaan en daarnaast ook dat we het glas halfvol zien in plaats van halfleeg.”

Zelf ben je ook creatief, je doet onder andere aan theater en zang. Wat hoop je dat dat teweegbrengt?

“We hebben een zware start gehad hier in dit land. Het is een uniek verhaal dat mijn vader is gestopt met het doorgeven van de frustratie en gevoelens die daarbij komen kijken. Er zijn veel gezinnen die dat trauma nog steeds doorgeven. Dat is ook helemaal niet gek, want het is gewoon zwaar. Maar ik hoop dat we allemaal op een punt gaan komen waarop we dat om kunnen zetten in iets positiefs. Als brandstof om onze talenten te ontwikkelen, om goede energie te creëren. Het erkennen van die zwarte bladzijde, moeten we gebruiken als een hefboom. Het zware en pijnlijke omzetten in iets moois.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *