Hommages: Is het gebruiken van werk dat niet van jou is altijd slecht?

Hommages: Is het gebruiken van werk dat niet van jou is altijd slecht?

Iets wat iemand anders gemaakt heeft voor je eigen werk gebruiken, daar wordt toch flink afkeurend naar gekeken. Het kan je je baan kosten, je kan problemen krijgen op school, je hele familie kijkt je met de nek aan. Kortom, je kan het maar beter niet doen. Maar wat moet je doen als je heel graag wil laten weten hoe belangrijk het werk van iemand anders is geweest voor jou? Dan breng je natuurlijk een hommage. Er zitten alleen wel wat haken en ogen aan het brengen van een hommage.

Misschien is het een goed idee om eerst te weten waar de term eigenlijk vandaan komt. Het woord hommage is afgeleid van het Latijn voor man: homo. Veel woorden die we vandaag de dag nog gebruiken vinden hun oorsprong in het Latijn. De term hommage komt uit de middeleeuwen. Elke mannelijke inwoner van een koninkrijk kon door de koning opgeroepen worden om zijn ‘man’ te worden. Dat houdt in dat deze onderdaan zijn trouw aan de vorst uitspreekt in een ceremonie. Hij brengt daarmee een eer aan de koning – een hommage dus. Sinds de middeleeuwen heeft de term een wat bredere betekenis gekregen, waardoor een hommage brengen synoniem is geworden voor een eer bewijzen. Of dat nu aan de koning is, of dat je wil laten zien hoe belangrijk de invloed van jouw favoriete kunstenaar is op het werk dat jij maakt – dat maakt tegenwoordig niet meer zoveel uit.

Hommage in literatuur

Eén van de meest voorkomende manieren waarop een hommage gebracht wordt, is in de wereld van de literatuur. Er zijn veel verschillende manieren om een hommage te brengen in een geschreven werk, maar in veel gevallen bevinden de schrijvers van deze hommages zich op glad ijs. Je moet goed weten wat je wel en niet kan maken bij het brengen van een hommage. Zet één verkeerde stap en je wordt beticht van plagiaat (ook zo’n woord dat uit het Latijn komt).

Zo werd in 2018 The New Yorker schrijfster Sadia Shepard nog publiekelijk aan de schandpaal genageld voor haar fictieverhaal ‘Foreign-Returned’. Een andere schrijfster, Francine Prose, beschuldigde Shepard op Facebook van plagiaat. Volgens Prose kwam ‘Foreign-Returned’ verdacht veel overeen met een verhaal van Mavis Gallant: ‘The Ice Wagon Going Down The Street’. Dit verhaal verscheen ook in The New Yorker, maar dan een halve eeuw eerder – in 1963. Ligaya Mishan schreef over dit incident in The New York Times. Zij vergelijkt dit incident met een vergelijkbaar geval, ook bij The New Yorker. In dat geval viel niemand over de gelijkenissen tussen twee verhalen die ook ongeveer een halve eeuw na elkaar geschreven zijn. Volgens Mishan komt dat ook omdat het verhaal van Shepard, hoewel duidelijk geïnspireerd door het verhaal van Gallant, te veel afwijkt van het originele materiaal als een duidelijke hommage gezien te worden. Shepard verplaatste het verhaal, veranderde de achtergrond van de karakters en paste veel details aan. Daardoor vielen de gelijkenissen juist op alsof de bedoeling was deze te verhullen. Als Shepard de locatie bijvoorbeeld hetzelfde had gehouden, dan was de hommage duidelijker geweest, vindt Mishan. Een hommage op deze manier aanpakken kan dus heel gevaarlijk zijn. Een andere vorm van literair hommage werpt beter zijn vruchten af. Dat is het uitbreiden van een element dat is aangestipt in het originele werk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ‘The Stranger’ van Albert Camus en Kamel Daoud’s ‘The Meursault Investigation’. In het werk van Camus wordt een anonieme Arabische man vermoord. Daoud besloot dit slachtoffer een geheel eigen verhaal te geven. De verwijzing is duidelijk, maar het verhaal is compleet eigen. Daoud laat met zijn werk zijn waardering voor Albert Camus blijken, maar het is duidelijk geen plagiaat.

Misschien is literatuur eenmaal een heel lastig medium om een goede hommage te kunnen brengen. Hoe zit dat bij andere kunstvormen?

Schilderkunst

In schilderkunst is het een ander verhaal. Het laten doorschemeren waar je inspiratie uit gehaald hebt is al eeuwen geen enkel probleem. Sterker nog, het gebruiken van eenzelfde compositie, thema of zelfs het naschilderen van bestaand werk is van oudsher dé manier om jonge schilders het vak te leren. Zelfs de grootste schilders kunnen aan deze vorm van vleierij gelinkt worden. Rembrandt, Da Vinci, Michelangelo, Manet, Monet – noem maar op. Allemaal maakten ze dankbaar gebruik van het werk dat anderen al gedaan hadden. Het is een groots compliment. Inspiratie van de bovenste plank. In de vergelijking hieronder is duidelijk te zien hoe Edouard Manet zijn hommage aan het werk van Italiaanse meester Titiaan niet onder stoelen of banken schoof. Sterker nog, hij wilde dat iedereen zou weten waar hij zijn inspiratie vandaan haalde. Tussen de bezittingen van Rembrandt zijn een groot aantal replica’s gevonden van werk dat buitenlandse schilders maakten. John Walsh, directeur van het Hammer Museum in Los Angeles, spreekt in zijn lezing over Rembrandt uit 2020 over deze hommages. Hij laat zien dat Rembrandt deze stukken gebruikte om zijn eigen techniek te ontwikkelen. Deze replica’s werden ook gebruikt om nieuwe ideeën voor schilderijen, etsen en tekeningen te krijgen. Dat het werk van anderen gebruikt is om op die ideeën te komen, is op geen enkele manier beschamend of negatief. Het is een diepe buiging richting collega’s.

De twee filmmakers

In Hollywood wordt er ook gebruik gemaakt van hommages. Een aantal regisseurs doet dat op subtiele wijze, twee van hen in ieder geval niet. Wes Anderson en Quentin Tarantino. Hun liefde voor films is terug te vinden in alle producties die zij op hun naam hebben staan. Toch hebben de regisseurs een andere aanpak wat betreft hommages. Waar Wes Anderson duidelijk vertelt dat hij graag hommages brengt aan zijn inspiratiebronnen – laat Quentin Tarantino met enige regelmaat weten dat hij niet vindt dat hij hommages brengt, maar dat hij elementen steelt uit alle films die hij ooit gezien heeft. Wat dat betreft volgt hij het sentiment van Pablo Picasso. Deze Spaanse kunstenaar zei fameus: “Gemiddelde kunstenaars lenen, goede kunstenaars stelen.” Hij duidt daarmee op het ongegeneerd gebruiken van andermans technieken, composities en ideeën. Tarantino, enfant terrible van Hollywood, en Picasso, enfant terrible van het impressionisme. De rebelse kunstenaars met een vergelijkbaar ethos.

Aan de hand van twee van de bekendste films van Wes Anderson en Quentin Tarantino kunnen we duidelijk zien waar zij hun inspiratie vandaan halen en hoe zij die inspiratie toepassen om een hommage te kunnen brengen (of elementen te stelen – het is maar net hoe je het interpreteert).

Wes Anderson – The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest is de meest geprezen film in het oeuvre van Wes Anderson. In deze film, die door fans ‘peak Anderson’ genoemd wordt vanwege het de kenmerkende filmstijl in opperste vorm, zijn een aantal hommages terug te vinden. Deze hommages zijn op een rij gezet, met hun inspiratiebron er naast.

M Gustave rent weg voor de politie

In deze kenmerkende scène wordt de hoofdpersoon van het verhaal, de conciërge van het Grand Budapest Hotel, M. Gustave, beticht van een moord. Hij reageert op deze aantijging door plots weg te rennen in een rechte lijn bij de kijker vandaan. Hier wordt hommage gebracht aan de film ‘The Silence’ van legendarisch regisseur Ingmar Bergman. In die film, die zich ook afspeelt in een chique hotel, rent de hoofdpersoon in een rechte lijn weg van de kijker. Anderson legt in het audiocommentaar van de film uit dat dit een subtiele verwijzing is naar Bergman en ‘The Silence’.

De achtervolging van Kovacs

Voor deze scène wordt gebruik gemaakt van een heel ander soort hommage, stap voor stap wordt de achtervolgingsscène uit één van Alfred Hitchcock’s minst bekende films nagemaakt. ‘Torn Cutrain’, met Paul Newman in de hoofdrol. In de scène probeert Newman’s karakter aan een achtervolger op de motor te ontsnappen door een museum in te gaan en via de achteruitgang te vertrekken. De scène in The Grand Budapest Hotel is één grote hommage. De locaties, de figuranten, alles is gekopieerd. Maar Anderson doet één ding anders. Hij verandert het einde van de scène. Volgens Thomas Flight, video-analist, met twee redenen, Eén: om zijn verhaal beter te dienen. Twee: om mensen die de film van Hitchcock kennen en de vergelijking maken op het verkeerde been te zetten. Een logisch gevolg voor mensen die de referentie niet kennen, een twist voor hen die het wel kennen.

De skiscène

Wederom een ander soort hommage. Dit maal gaat het om het idee van een film dat eer wordt aangedaan door kleine details te kopiëren. Het origineel in kwestie is de James Bond klassieker ‘On Her Majesty’s Secret Service’, In deze film komt een achtervolging op ski’s voor. De details, zoals het inklikken van de laarzen op de ski’s en nog een aantal van dat soort kleine stukjes, zijn door Anderson overgenomen voor The Grand Budapest Hotel.

Quentin Tarantino – Kill Bill (vol. 1)

De eerste Kill Bill film heeft elementen in zich die nu als typisch Tarantino beschouwd worden. Het werken met hoofdstukken, verschillende lettertypes in de aftiteling en opening van de film, extreem geweld met heel veel bloed. Bijna al dit soort elementen komen niet bij Tarantino zelf vandaan. Het zijn hommages aan zijn grote helden. Tarantino zelf zal dat niet zo snel toegeven, zoals we eerder aangegeven hebben vindt de regisseur dat hij steelt, niet dat hij een eer bewijst. Naar eigen zeggen omdat hij het gebruikt voor zijn eigen doeleinden, niet alleen om te laten zien hoe hij zijn helden waardeert.

Ook voor Kill Bill zijn drie elementen op een rij gezet, met hun inspiratiebronnen daarnaast. Gelijk valt al op dat Tarantino niet hele scène’s gebruikt, maar enkel bepaalde elementen uit zijn inspiratiebronnen plukt om te gebruiken in zijn eigen werk.

De outfit

Dit is gelijk de meest opvallende van de hommages die Tarantino brengt in Kill Bill. Het is ook knalgeel, dus daar kan je ook niet zo makkelijk omheen. Het gele trainingspak van The Bride, zoals de hoofdpersoon in Kill Bill genoemd wordt, is een directe hommage aan Bruce Lee en zijn legendarische outfit uit ‘Game of Death’, de laatste film waar Lee aan meewerkte voor zijn dood.

De rode gloed en ogen

Wanneer The Bride oog in oog komt met haar slachtoffers zoomt de camera razendsnel in op haar ogen, komt er een rode gloed over het beeld en zien we in een dubbele belichting wat haar is aangedaan door het slachtoffer in kwestie. Dit is een kopie van hetzelfde effect uit de western ‘Death Rides a Horse’. Een klassiek wraakverhaal waar een cowboy op zoek gaat naar de moordenaars van zijn hele familie. Wanneer hij zo’n moordenaar ziet gebeurt hetzelfde als in Kill Bill.

Het fluitje

Tarantino gebruikt voor de meeste van zijn films ook muziek die voor eerdere films bedoeld is. Hij gebruikt vaak bijvoorbeeld stukken van Ennio Morricone, de legendarische westerncomponist. In dit geval hebben we gekozen een ander stukje muziek uit te lichten. Dit omdat het een iconisch beeld geworden is dankzij Tarantino. Het fluitje van Elle Driver, de huurmoordenaar met het ooglapje. Het gefluit komt uit de jaren 60 film ‘Twisted Nerve’. Het idee dat Tarantino geen eerbetoon in gedachten heeft met deze referentie is bij dit voorbeeld het meest aanwezig. Naast het deuntje is er geen enkel element wat refereert aan die film. Tarantino zag de film, hoorde het fluiten en stal het om in zijn film te gebruiken.

Zoals je ziet kan het heel moelijk zijn om het verschil tussen een goede bedoeling en een kwade bedoeling te zien in het kopiëren van iemand anders werk. Zelfs als de kunstenaar in kwestie aangeeft de ideeën gestolen te hebben, kan alsnog door het publiek besloten worden dat het gaat om een hommage, niet om gestolen ideeën.

Mocht je een hommage willen brengen aan jouw grote voorbeeld, probeer dan zo veilig mogelijk te blijven en duidelijk aan te geven dat het om een hommage gaat. Niet iedereen komt weg met de uitleg die Quentin Tarantino geeft.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *