Eqbal Beekzada: ‘Mijn vader hielp de Amerikanen in Afghanistan’

Eqbal Beekzada: ‘Mijn vader hielp de Amerikanen in Afghanistan’

De Afghaanse stad Herat werd in 1996 bezet door de Taliban. Na de ''Battle of Herat'' in 2001 kwam, mede dankzij de Amerikanen, de voormalig Gouverneur Ismail Khan weer aan de macht. Foto: Flickr.

De 42-jarige Eqbal Beekzada woont al bijna twintig jaar in Nederland. Hij vluchtte in 1999 met zijn ouders en zijn zusje vanuit Afghanistan, waar op dat moment de Taliban aan de macht was. In Nederland heeft hij een nieuw leven opgebouwd, maar niet zonder tegenslagen. ‘’Ik had geen vrienden hier. Ik moest wennen aan een nieuwe cultuur én een andere taal leren. Het liefst wilde ik terug naar Afghanistan.” 

Eqbal Beekzada begon in 2007 zijn eigen zaak, waar hij kleding repareert en verstelt. Foto: Julia Vriend

“Ik ben geboren in Herat, een grote stad in het westen van Afghanistan. Mijn jeugd was eigenlijk heel normaal; ik ging iedere dag naar school, ik speelde buiten met de andere jongens uit de stad en toen ik ouder was werkte ik na school in een winkel waar ik dameskleding maakte. Alles veranderde toen de Taliban naar Afghanistan kwam. Wat ik nooit zal vergeten is dat mijn werkgever werd opgepakt door de Taliban, terwijl ik aan het werk was. Ik zat achter de naaimachine toen een aantal mannen de zaak binnenstapten. Ze vroegen waar de eigenaar van de winkel was en ik wees naar achteren. Ze liepen op mijn werkgever af en begonnen hem te slaan. Ze namen hem mee en hij heeft drie maanden in de gevangenis gezeten. Het maken van vrouwenkleding als man zijnde was verboden geworden.”

De Taliban werd gevormd uit Afghaanse vluchtelingen, die naar Pakistan zijn gevlucht nadat in 1979 de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel. Sinds 1992 is de Taliban actief in Afghanistan, in die tijd nog onder leiding van Mohammed Omar. Herat, de geboorteplaats van Eqbal, werd door de Taliban in 1996 bezet. Afghanistan werd in korte tijd een streng islamitisch land, waarin vrouwen verplicht een boerka moesten dragen en geen recht meer hadden op onderwijs. Extreme lijfstraffen en executies werden ingevoerd, deze vonden voornamelijk plaats in de grote steden.

“Toen ik zeventien was sloot mijn vader zich samen met mijn oom, de broer van mijn moeder, aan bij de Amerikaanse soldaten. Ze zochten naar belangrijke mensen achter de Taliban in Herat. Mijn vader ontsnapte tijdens een inval met een helikopter van de Amerikanen, maar mijn oom overleefde het helaas niet. De Taliban hield hem gevangen en ze lieten hem op het plein in Herat ophangen. Diezelfde avond haalden de Amerikanen mij met mijn moeder en zusje op en brachten ons en naar een klein dorpje in de buurt. Een dag later vertrokken we naar Pakistan, waar mijn vader op ons wachtte.”

“De Amerikaanse ambassade regelde alles voor ons vanuit Pakistan. We kregen de keuze of we naar Duitsland of naar Nederland wilden. Mijn vader heeft besloten dat wij naar Nederland zouden gaan, omdat hij bang was dat hij in Duitsland gevonden kon worden door de Taliban. Wij kwamen begin 2000 in Nederland, ik was begin twintig, maar mijn zusje was nog geen tien jaar oud. Dankzij mijn vader kregen we heel snel een verblijfsvergunning, wat in die tijd een ‘vluchtelingenstatus’ heette. Eenmaal in Nederland kreeg mijn vader alles wat hij nodig had, zoals een huis en reisdocumenten, omdat hij de Amerikaanse soldaten geholpen had in Afghanistan.”

“In Herat kende iedereen mij. Ik werd altijd begroet op straat en ik had veel vrienden. Dat was voor mij het moeilijkste toen ik naar Nederland kwam. De eerste twee jaar heb ik vaak tegen mijn vader gezegd ‘Papa ik wil terug. Ik wil echt niet in Nederland blijven.’ Het is niets voor mij om thuis te zitten, niemand te kennen en naar school te gaan om een hele nieuwe taal te leren.”

“Inmiddels woon ik al bijna twintig jaar in Nederland, ben ik getrouwd, heb ik twee dochters én een eigen bedrijf. Ik heb zes maanden lang taallessen gevolgd, maar de Nederlandse taal heb ik pas echt geleerd toen ik ging werken in een Nederlands bedrijf. Ik heb tegelijkertijd een opleiding gevolgd om nog beter te worden als schoen- en kleermaker. Nadat ik getrouwd was met mijn vrouw drong zij er op aan dat wij beiden een bedrijf zouden starten in Nederland. ‘We zijn nog jong Eqbal,’ zei ze. In 2007 opende ik mijn eigen kleermakerswinkel in Woerden.”

“Nederland voelt nu als mijn land. Als ik mijn zaak in Woerden uitloop hoor ik van alle kanten ‘Hé Eqbal!’ Ik word op straat door iedereen begroet, net zoals vroeger in Afghanistan. Daarvan krijg ik energie. Op dit moment voelt het allemaal heel goed in Nederland. Ik wil in de toekomst beter worden in mijn vak en zorgen dat ik tot aan mijn pensioen in mijn eigen zaak kan blijven werken. Als het weer veilig is wil ik graag mijn geboorteland aan mijn dochters laten zien.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *