Rommelen in het Hogelandsepark, potenrammen op de Langejansstraat en hoereren op het Janskerkhof

Rommelen in het Hogelandsepark, potenrammen op de Langejansstraat en hoereren op het Janskerkhof

Frank van Laar staat voor de oude sociëteit van PANN, een stichting voor homoseksuele jongeren. Op de locatie organiseerde PANN feesten voor jongeren vanaf zestien jaar.

Ik vraag Frank van Laar (69) naar zijn eerste ervaring met een jongen. Zijn ogen beginnen te twinkelen, zoals ze dat al zo vaak hebben gedaan deze dag. “Nou…” begint hij, “ik was geloof ik elf, en hiernaast woonde een buurjongen, die op een gegeven moment ziek thuis lag…” Ik slik. Ik weet niet of ik klaar ben voor alle smeuïge details die Frank moeiteloos uit zijn hoge hoed tovert. Op de fiets in Utrecht geeft Frank me een lesje in de homocultuur van de stad, van zestig jaar geleden tot nu.

Ik leer Frank kennen in museum BAK in Utrecht, een museum voor actuele kunst. Het is een grauwe, natte oktoberavond, maar daar is in het museum niks van te merken. De centrale ruimte is getransformeerd tot dansvloer, de blauwe en rode lichten bewegen net zo vrolijk mee op de dansvloer als de menselijke deelnemers. De muziek is gevarieerd, van hiphop tot house tot experimenteel.  Je hoeft niet lang naar de dansvloer te staren om Frank op te merken. Zijn handen gaan alle kanten op. Opzij, omhoog, omlaag. Zijn heupen volgen hetzelfde principe. Alles deint mee op de muziek. Alles behalve zijn sleutels, die met een keycord in alle kleuren van de regenboog om zijn nek bevestigd is. Frank fascineert mij, zoals het plafond Frank fascineert, want hij staat al een tijdje omhoog starend, zijn armen in de lucht graaiend, te genieten van de muziek.

Het duurt niet lang voordat Frank, op dat moment voor mij slechts bekend als kleine, vrolijke man met witte haren en blauwe pretoogjes, mij aanspreekt. Ik leer al snel dat Frank een man thuis heeft zitten wiens gezondheid het niet toelaat om te feesten als Frank. Daarnaast heeft Frank een persoonlijkheid die het niet toelaat als mensen hém weerhouden van dansen. In zijn jeugd was het nog strafbaar om als meerderjarige met een minderjarige (onder de 21 jaar) van hetzelfde geslacht seksueel contact te hebben. In die periode, maar ook daarna, heeft Frank veel bijgedragen aan homoactivisme in Utrecht. Dat wekt mijn interesse, en ik vraag of ik een keer met Frank af kan spreken om meer te weten te komen.

Frank van Laar is geboren en getogen in Utrecht en was al op jonge leeftijd bezig met het verkennen van zijn seksualiteit. Ook is hij lang actief geweest bij homobelangenorganisatie COC.

Het is twee weken later en vandaag weet de zon af en toe door het wolkendek heen te prikken. Een mooie herfstmiddag in oktober. Frank heeft me beloofd om verschillende plekken in Utrecht te laten zien en daar wat over te vertellen. We vertrekken vanaf de Maliebaan, waar Frank met zijn man Bart woont sinds 1970. We passeren de geelgroen ogende lindebomen van de Maliebaan en fietsen richting de Maliesingel. “We gaan hier over de brug en dan gelijk links”, wijst Frank. “We gaan eerst naar de Sterrenwacht.” Ik fiets braaf mee.

We zetten onze fietsen vast aan een hek en lopen richting het witgrijze gebouw.  “De Sterrenwacht”, vervolgt hij, “is net als verschillende andere locaties in Utrecht, de buitenontmoetingsplek voor mannen.” “Nu nog steeds?”, vraag ik. “Uhh, nouuu… wel steeds minder. Sinds het telefoontje er is,” Frank laat zijn telefoon zien, “wordt er weinig meer gebruik van gemaakt. Behalve voor het eerste contact, het rommelcontact. Maar het wordt niet meer zo gebruikt om te zoeken. Dat wordt tenminste hier in Utrecht, bijna niet meer gedaan.”

De locatie in het midden van de foto, onder het grijze gewelf, was een populaire ontmoetingsplek voor mannen vóór het digitale tijdperk.

‘Rommelen’, ‘zoeken’, het zijn begrippen die ik in mijn zesentwintigjarige heterobestaan niet eerder heb gehoord. Althans, niet in deze context. Ik durf niet te vragen wat de woorden precies betekenen, naïeve heteroseksueel dat ik ben. Ik hoop, Sherlock Holmesstijl, later op de dag te kunnen deduceren wat Frank hiermee bedoelt.

Ik vraag of Frank zelf ook gebruik maakte van deze locatie. “Ik ging vroeger naar het Janskerkhof”, vertrouwt Frank me toe. “Ik durfde niet naar zo’n park te gaan. Oh nee, dat zou ik doodeng gevonden hebben.” Hij hoest. “Kijk, op het Janskerkhof… achter een plein… daar heb je wat meer overzicht. Je kunt je voorstellen dat als het vanavond acht uur is en aardig donker, dan ja…” Ik knik. Maar ik weet niet precies wat er ‘dan ja’ is.

Voor degenen die niet beter weten, lijkt dit zo’n onschuldig park.

We lopen rechts langs de Sterrenwacht. “Dan ging je of naar beneden over de hol van het bolwerk heen”, wijst Frank naar het gebouw, “als je dat durfde, tenminste. Ik was niet zo’n held. Daaronder, bij dat gewelf, liep je zo naar beneden toe… en ja… dan ging je elkaar aftrekken.” Frank zegt het op een toon alsof je daar je handen had kunnen wassen. Ik weet niet hoe ik daarop moet reageren, dus ik vuur maar een vraag op hem af. “Ging je daar dan met z’n tweeën heen?” “Néé, je ging er alleen naartoe, en op een gegeven ogenblik kwamen er wel één, of meerdere mensen bij. Maar ik was nooit zo van de grotere groepen. Maar iemand die ik ken, Jesse (niet zijn echte naam), die lustte er wel pap van.” “Oh ja?” vraag ik. “Jaaa, Jesse ging dan om elf uur ’s avonds richting het Hogelandsepark… en dan ehh… dook die de bosjes in, liet zich door vier of vijf mannen…” Frank zoekt naar de juiste woorden: “liet die zich neuken.” “Ja”, antwoord ik, mijn hoofd kortsluiting makend. “En jaaa, die was…” vervolgt Frank, “die was er dol op.”

Mijn hoofd tolt. Ik heb zoveel vragen voor Frank. Als je niet van de grote groepen bent, ben je dan wel van de kleine groepen? Hoe kan het dat mannen elkaar de hele tijd in parken neuken, en dit mij volledig ontgaat? En deed Jesse het altijd onveilig? Die laatste vraag krijg ik net uit mijn strot geperst. “Onveilige seks of überhaupt onveilig?” vraagt Frank. “Uhhh…” stamel ik. Ik weet niet welke onveilig Frank bedoelt. “Aids is bekend geworden na 1981-82,” vervolgt hij, “dus tot 1982 was er veelvuldig sprake van, zoals dat dan heet, onveilige seks.” Ik vraag me af hoe Frank onveilige seks noemt. Gewoon seks? We lopen verder naar de Nieuwegracht. “Hier had je in die tijd een urinoir,” wijst Frank naar een lege plek in het bos, “en om het urinoir heen, gebeurde dat veel. Hier, onder die dennetjes.” ‘Dat’ is in dit geval onveilige seks, denk ik.

“Waarom is dat urinoir weggehaald?” vraag ik. “Jaaa, dat was de preutsheid, hè. Er was ook een urinoir bij het Hogelandsepark. Die is weggehaald omdat de buurtbewoners zeiden ‘het stinkt’, maar er werd eigenlijk in de jaren ’30, ’40 en ’50 meer rekening gehouden met de plassende oudere dan nu.” Ik knipper met mijn ogen. De plassende oudere? Wat heeft die ermee te maken? Ik deduceer dat Frank bedoelt dat de buurtbewoners klaagden vanwege onveilig neukende mannen. Mijn innerlijke Sherlock weet het zeker.

De parkeerplaats aan de Nieuwegracht werd vroeger gebruikt om homo’s op te pikken. Soms tegen betaling.

“En wat dus niet meer in het openbaar gedaan wordt, is dat er gehoereerd wordt.” Pardon? Ik geloof mijn oren niet. Het lijkt wel alsof Frank de plot van een film aan het vertellen is. “D-d-door mannen?” stamel ik. “Mannen onder elkaar?” “Ja”, zegt Frank onverstoorbaar. “Hier heb je dus een parkeerplaats. En ‘s avonds als het donker is, dan kwamen mannen hier hun auto’s parkeren. En als je wilde, dan ging je een praatje maken met degene die in de auto zat. Je kon er bij instappen. Of je kon meer doen. “Voor geld?” vraag ik. “Dat werd voor geld gedaan, maar ook voor niks.”

“Wat ook gebeurde, was de zogenaamde noodhomoseksualiteit. Dat mannen wel seks willen hebben, maar zichzelf geen homo willen voelen. Ik ben één keer mee geweest met een man vanaf hier. Toen hebben we seks gehad ergens bij de snelweg. En… het was doodeng, ik was helemaal bloot. En…” Frank schiet in de lach, “toen was hij op een gegeven moment klaargekomen!” Hij giechelt. “En toen, jaaa, toen ging er een knop om, toen werd hij kwaad. Maarja, dat was in the middle of nowhere. Dus toen ben ik midden in de nacht, in mijn blootje, naar een telefoonpaal gegaan en heb ik de politie gebeld. Die man was al weggereden. Gelukkig was er verder niks gebeurd, maar ja, dat is wel gebeurd.” Zie je wel, denk ik, Frank is gewoon uit een film weggelopen.

Janskerkhof, hét plein waar homo’s vroeger konden bijverdienen door te ‘hoereren’. Waarom dit zo’n populaire plek was? Het mannencorps was om de hoek, aldus Frank.

“Maar Janskerkhof was de plek waar écht veel geld verdiend werd”, vervolgt Frank zijn betoog. “Althans, andere jongens vertelden dan: ‘ja, ik heb vanavond nog een geeltje gemaakt.’ Nou, in de jaren zeventig was dat 25 gulden, dat kun je vergelijken met 200 euro nu.” Langzaamaan verbaast geen enkel verhaal van Frank me meer. het lijkt wel alsof de seksuele emancipatie is omgedraaid, als ik kijk naar mijn eigen leven. Ik moet denken aan een discussie met een docent, die zei dat we tegenwoordig allemaal heel preuts zijn. Ik geef hem gelijk. Frank vervolgt: “nou, dan gaan we nu weer op de fiets, we rijden naar Nieuwegracht 28 en 32.”

“Heb je weleens de datingsapp Grindr gebruikt?” vraag ik al fietsend. “Nou, ik heb wel eens op Grindr gezeten… Maar nee, ik ben toch meer van mensen in levende lijve ontmoeten”, antwoordt Frank. Ik moet weer denken aan Franks gebruik van het woord ‘onveilig’. Doelde hij op geweld? “Heb je wel eens te maken gekregen met geweld?” vraag ik hem. “Jaaa, potenrammen, joah, jajajaja. Ik ben een keer van mijn fiets getrokken door zeven… nee, vijf jongens…”

“Het was de eerste keer dat ik met de kookwinkel op televisie kwam,  ik deed een kookcursus voor kinderen. Ik ben ’s avonds naar de kroeg gegaan en heb een biertje gedaan. Nou, dat waren er wel meer dan één. Ik ging lazarus naar huis, door de Langejansstraat. Ik was aan het zingen, van de kroeg richting huis. Toen kwam er een groep jongens, die waarschijnlijk geen vriendinnetjes konden krijgen voor de avond, en die jongens hebben mij van de fiets getrokken en behoorlijk bont en blauw geslagen. Maar ik heb altijd één ding geleerd, als je dat ooit meemaakt, houd je dan zo snel mogelijk voor dood. Want vijf jongens kun je nooit zelf aan. We gaan hier naar beneden”, Frank wijst naar de trap die tot de kelders aan de Nieuwegracht leiden. Ik kijk naar hem van een afstandje. Wat een levenservaring heeft die man, denk ik stilletjes.

Frank fotografeert een kunstwerk dat tussen de twee oude sociëteiten van COC en PANN inzit.

We lopen de trap af en staan naast de gracht. De geelgroene bomen en klimop scheppen een idyllisch plaatje. “De sociëteit van COC werd in geheimtaal vroeger derwaarts genoemd, naar beneden. Als je met vrienden was, of in een kroeg, dan werd er bijvoorbeeld gezegd: ‘we gaan nog even derwaarts’, in plaats van ‘we gaan nog even naar het COC’. In de jaren ’60 en ’70, toen was hier de kelder, het zogeheten trefcentrum van het COC. Ik heb hier mijn seksualiteit verkend en mijn activisme heeft hier gestalte gekregen. Zodra ik hier binnenkwam, wilde ik ook actief zijn. Dat is begonnen met de werkgroep introductie, dat je nieuwe mensen kon leren met elkaar te gaan praten, enzovoorts.” We lopen van nummer 28 door naar nummer 32 en Frank vervolgt: “In de kelder van COC moest je 21 jaar zijn om binnen te komen. En hier, op nummer 32, was PANN, de jongerensociëteit.”

“Zullen we nu dan richting Janskerkhof gaan?”, vraagt Frank. Ik adem diep in. Ik weet niet of ik er klaar voor ben. Via de Dom fietsen we naar Janskerkhof. “In 1674 is het middenschip van de Domkerk door een storm vernietigd”, vertelt Frank. “En die resten van het middenstuk zijn blijven liggen tot 1850. Dus de ruïne heeft hier jaren gelegen. Hier is ook een kerkhof geweest. Daar kun je zogenaamd heengaan om de ‘doden te bezoeken’, maar je kunt er ook heengaan om seks te hebben.” ‘Seks hebben’ klinkt uit Franks mond alsof we Pokémonkaarten gaan ruilen. “Kerkhoven zijn in andere landen ook de plekken waar naar seks gezocht wordt.”

Frank staat bij het monument voor de slachtoffers van een sodomietenvervolging in de achttiende eeuw. In 1999 heeft de gemeente deze gedenksteen neergelegd naast de Dom, om aan te geven dat homoseksuelen zonder angst voor vervolging kunnen leven in Utrecht.

“Kerken zijn, zeker vroeger, plekken waar je elkaar ontmoet, en je kijkt naar elkaar. Door middel van bijvoorbeeld gekleurde dingen, kon je zo aangeven dat je homoseksueel bent. In de jaren ’70 had je bijvoorbeeld gekleurde zakdoeken. Dat was vaak alleen seksgericht.” Het blijft me verbazen hoeveel dingen in de homo-community gaan over seks. Hebben die mannen nog überhaupt tijd om elkaar te leren kennen en een relatie op te bouwen tussen al dat seksen door, vraag ik me stilletjes af terwijl we Janskerkhof op fietsen.

We lopen om de Janskerk heen. Het plein is bezaaid met fietsen en bloemenmarktkraampjes. “Je kunt het nou niet goed zien, maar als het hier leeg is, en donker… Daar is het sociëteit van het corps. Voor de jongens die geld wilden verdienen, waren er natuurlijk altijd jongens die het geld ervoor over hadden voor seks. Vandaar dat hier eigenlijk het meest gehandeld werd. Dat heeft heel duidelijk te maken met de aanwezigheid van het corps.” “Ahhh”, zeg ik, maar mijn hoofd denkt: ‘huh, waren al die jongens homo dan?’ Dit is duidelijk weer zoiets dat mijn pet te boven gaat. “Daar waar mannen bij elkaar zijn tussen hun 16de en 25ste, daar ontstaat ook noodhomoseksualiteit”, legt Frank doodleuk uit. “Ben je geil en wil je wat, en er lopen hier mooie jongens rond die een centje willen verdienen, dan wordt dat zó op die manier gedaan. Zo ontstaat dat natuurlijk.” Ik knik, maar ik vraag me af of mijn heteroseksualiteit of mijn preutsheid ervoor zorgen dat dit soort dingen bij mij nooit ‘zo natuurlijk ontstaan’.

De urinoir bij het Janskerkhof. Ooit een populaire buitenontmoetingsplek voor homo’s, nu permanent gesloten.

We lopen de Drift op, vanwaar we Franks vroegere rommelplek kunnen bewonderen. “Wij zeggen dus urinoir, maar in het Utrechts is het gewoon een pisbak”, zegt Frank. “Om welke reden is de trap naar de urinoir dichtgemaakt?” vraag ik. “Nouja, er is hier wel het nodige gebeurd, er zijn ook mensen in elkaar geslagen. Op een bepaald moment zijn al die urinoirs afgesloten. De buren spelen daar ook een rol in. De omgeving vond dat het niet kon.” We lopen terug naar de fietsen, waar Frank nog een weetje eruit gooit. “De uitspraak ‘hij is van achter de Dom’, dat is een ander woord voor ‘hij is homo’. Tot 1850 kwamen de homo’s daar, totdat het puin is opgeruimd. Daarna is het langzaam naar Janskerkhof verplaatst, dat is ook niet zo ver van de Dom.” Wat wel wat verder is van de Dom, is onze laatste bestemming: het Hogelandsepark.

“Hier waren veel struiken vroeger, en daar zaten mensen dan op een bankje. Over het algemeen was het zo dat je hier bij een boom ging staan en vervolgens even kon kijken wat er aan komt lopen. ‘Oh, dat vind ik wel lekker’, enzovoorts. En dan ging je bijvoorbeeld heel duidelijk met je hand in je zak aanstalten zitten maken.” Frank loopt tussen de bomen door. “Dit is een mooie moerascipres”, roept hij achterom terwijl hij tussen de bomen verdwijnt.

Frank toont hoe mannen hier vroeger stonden, wachtend op een avontuurtje

“Kijk, daar kun je ook duidelijk zien dat er meer gebeurd, hè?” “Ja”, zeg ik instemmend, de witte doekjes op de grond bestuderend. Het eerste bewijsmateriaal vandaag dat mannen hier hebben ‘gerommeld’. Sherlock’s job is done here! “Vroeger was hier een drukke spoorlijn,” vervolgt Frank, “en dat gaf ook wel een bepaalde kick, als er dag en nacht treinen rijden. Maar nu wordt deze plek nog maar minimaal gebruikt. Véél minder dan voorheen.” “Hmm, ik kan me wel voorstellen dat het hier spannend is, ja”, zeg ik, de geheime plekjes bewonderend. “Natúúrlijk, seks in de open lucht is heel leuk”, zegt Frank. “Betrapt kunnen worden geeft spanning, adrenaline. En deze plek bestaat ook al heel lang.”

Hét bewijsmateriaal is gevonden. Hier gebeurt meer dan alleen de hond uitlaten.

We springen één laatste keer op de fiets. Op de route terug probeer ik alles op een rijtje te zetten. Mijn hoofd draait. Zelden heb ik zoveel verhalen over seks gehoord in zo’n korte tijd. Is Frank seksueel geëmancipeerd en ik niet? Of is Frank wellicht een beetje over de top in zijn seksualiteit en ik normaal? Wat betekent normaal zijn op seksgebied eigenlijk? Misschien is daar geen goed antwoord op te geven, en ligt het ook maar net aan de tijdgeest. Zestig jaar geleden was homoseksualiteit door de maatschappij en de wet nog verre van geaccepteerd. Maar deze man, die die tijden aan den lijve heeft ondervonden, lijkt zijn seksualiteit met open armen te ontvangen.

Frank en ik nemen afscheid op de Maliebaan, en ik fiets richting de Albert Heijn. Terwijl ik mezelf vooruit peddel, kijk ik om me heen, lettend op beschutte plekjes. Welke plek is nog veilig voor hitsige mannen? Ik snuif de frisse herfstlucht in, ik adem diep uit. Wat zou de stad Utrecht vinden van al dat openbaar geseks? ‘Wat maakt het eigenlijk ook uit’, vraag ik me hardop af. Uiteindelijk is de hele wereld toch maar één grote speeltuin voor geile dieren om met elkaar seks te hebben. Man-vrouw, vrouw-vrouw én man-man. En man-man-man.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *