Bio-LNG: de brandstof van de toekomst?

Bio-LNG: de brandstof van de toekomst?

In de Noord-Keulse haven Niehl blinkt sinds kort een langwerpige witte koker met roze en blauwe opdruk: Europa’s eerste Liquefied Natural Gas (LNG)-bunkerstation. Het vloeibaar gemaakte aardgas moet dé doorbraak op het gebied van schone transportbrandstof betekenen. Met een bemanning die 24/7 aanwezig is en de mogelijkheid te tanken zonder afspraak is het LNG-tankproces een stuk eenvoudiger geworden. 

Het station valt bijna in het niet in vergelijking met de gigantische stalen buizen en hijskranen die zich op de achtergrond aftekenen. Een dapper decemberzonnetje doet een vergeefse poging wat vrolijkheid op het tafereel te werpen. Ondanks de officiële opening op 31 oktober 2019 geeft het mistroostige terrein een verlaten indruk. De paar aanwezige schepen met bontgekleurde containers aan dek varen het station stoïcijns voorbij. Het is moeilijk voor te stellen dat deze koker een kantelpunt in duurzame transportbrandstof kan betekenen.

Europa’s eerste vaste LNG-bunkerstation
Christian Lorenz, persvoorlichter van de Niehler Hafen, vertelt waarom het tankstation in Keulen zo bijzonder is. “Het is het eerste vaste LNG-station voor binnenvaartschepen in Europa. De faciliteit is onderdeel van de ambitie van de EU een Europees netwerk van infrastructuur voor zwaar goederentransport over weg en water te ontwikkelen.” De locatie in Niehl is perfect: aan Europa’s drukste waterweg, strategisch tussen Basel en Rotterdam en uitstekend bereikbaar. Het station aan de Rijn is een belangrijke stap in het toegankelijk maken van LNG als alternatieve brandstof. Het bunkeren van LNG gaat door de komst van het station een stuk gemakkelijker dan voorheen. Waar schepen eerst een aanvraag moesten doen en een afspraak met een truck moesten maken voor de bunkering van hun schip, gaat dit nu via de zogenoemde shore-to-ship bunkering en de krachtige pompen een stuk sneller en gemakkelijker. Het station is vierentwintig uur per dag geopend en bemand met professioneel bunkerpersoneel. Ideaal dus.

Ondanks de recente opening is het revolutionaire station nog niet erg drukbezocht. Momenteel is er één dedicated customer, zo vertelt Patty de Freitas, medewerker van Pitpoint, het bedrijf dat het station in Keulen in bezit heeft. “Dit moeten er uiteraard meer worden, de aanvragen beginnen te lopen. LNG-schepen in de binnenvaart zijn nog niet erg groot, de markt is nog in ontwikkeling. Het aanbod is er, alleen de vraag moet nog groeien. Schepen zijn aan het kijken hoe ze aan de emissie-eisen die de EU heeft gesteld kunnen voldoen. Varen op LNG is hier een hele goede optie voor omdat je geen nabehandelingstechnieken nodig hebt zoals wel met diesel het geval is. Dit maakt het ook goedkoper.”

De EU ziet dus duidelijk toekomst in deze brandstof. Dat komt voornamelijk doordat LNG zo schoon is. LNG staat voor Liquefied Natural Gas; het is letterlijk aardgas in vloeibare vorm. Door het gas te koelen naar -126°C neemt het zeshonderd keer minder ruimte in. Bovendien is het geurloos, kleurloos en lichter dan water en lucht waardoor het relatief moeilijk brandbaar is. Maar bovenal is LNG een stuk beter voor het milieu dan traditionele brandstoffen. Een motor op LNG stoot 90% minder fijnstof en stikstofdioxiden uit en 15% minder CO2 dan een motor op diesel. Bovendien zorgt het voor een 90% stillere motor en is het goedkoper dan diesel wanneer de vraag toeneemt.

Bio-LNG
LNG lijkt dus een opmars als alternatieve brandstof te maken. Belangrijk om te beseffen is dat LNG, hoe schoon ook, nog steeds een fossiele brandstof is en per definitie opraakt. Er wordt daarom dan ook wel gesproken van LNG als transitiebrandstof naar een schonere variant: bio-LNG. Bio-LNG wordt gemaakt van biogas, zoals methaan dat vrijkomt tijdens de vergisting van agrarische reststromen, zoals de niet-eetbare delen van gewassen die achterblijven na de oogst, of mest van vee. Bij deze overgang kunnen er pas echt grote stappen voor het klimaat gemaakt worden: een industrie draaiend op bio-LNG kan de klimaatimpact van transport terugdringen met 80%.

Waarom stappen we dan niet direct massaal over naar bio-LNG? Dit is een lastige kwestie. Henk Moll, hoogleraar natuurlijke hulpbronnen in relatie tot duurzame productie en consumptie aan Rijksuniversiteit Groningen, legt uit: “Het is een aantrekkelijk verhaal, maar er moet een grote kanttekening geplaatst worden: kunnen wij op termijn voldoende bio-LNG maken om de transportsector volledig duurzaam te maken? Waarschijnlijk zou dit mogelijk zijn als niet ook andere sectoren aanspraak maken op biomethaan.” Deze sectoren zijn bijvoorbeeld de chemische en farmaceutische industrie en de verpakkingsindustrie en zijn afhankelijk van grote hoeveelheden biogas. Ook de omschakeling van koolcentrales naar duurzame energie vraagt om grote voorraden, evenals de gewone personenauto’s die op deze brandstof willen rijden. TNO onderzocht hoeveel biobrandstof er in 2030 beschikbaar kan zijn, maar kwam tot een zeer onzekere conclusie. In het beste geval is er 28.8 Petajoule biomethaan beschikbaar door productie en import. Dit is evenveel als alleen al auto’s op bio-LNG nodig hebben, bij lange na dus niet voor de hele transportindustrie, om nog maar te zwijgen over de andere sectoren.

Is de transitie naar bio-LNG dan gedoemd te mislukken? Dat hoeft niet perse, mits er slim met de voorraad biomethaan wordt omgegaan, zo pleit Moll. “Er moet niet naar geïsoleerde sectoren gekeken worden, maar naar het hele plaatje. Op basis hiervan kun je slimme keuzes maken. Biomassa voor de productie van elektriciteit is bijvoorbeeld onzin, er zijn genoeg andere opties zoals wind- en zonne-energie. Personenauto’s kunnen verduurzamen door op elektrische energie over te stappen. Voor het vrachtvervoer is dit niet mogelijk omdat zij een langere afstanden moeten overbruggen. LNG kan dus het beste voor deze sector gebruikt worden.”

Passend beleid
De overstap van diesel naar LNG is in ieder geval beter dan niets, maar er moet wel voor gewaakt worden dat we niet in deze fase blijven hangen. De implementatie van LNG is een stap in de goede richting, want er wordt winst geboekt op de korte termijn. LNG zelf kan verduurzaamd worden door het met bio-LNG te mengen waardoor er spaarzaam met de voorraad om kan worden gegaan. Daarnaast is het hopen dat de markt op deze ontwikkeling inspeelt, dat de biomassa nuttig wordt verdeeld en dat het voor gebruikers financieel gezien de meest voordelige optie is.

Het succes van LNG is daarom afhankelijk van de koers die we als collectief willen varen. Uiteindelijk moeten we gezamenlijk 90% tot 100% CO2-reductie op de langere termijn realiseren. De 25% er met LNG kunnen bewerkstelligd kan worden is bij lange na niet genoeg. Binnen de transportsector moeten de kapitaalgoederen binnen ongeveer tien jaar vervangen worden om volledig duurzaam te zijn. Om in 2030 deze stap voorwaarts te kunnen zetten, moet er nu al beleid gaan uitgezet worden. “Het succes van de verduurzaming moet niet alleen afhankelijk zijn van bedrijven die goede plannen hebben, maar ook van sturing van overheden en de EU. Uiteindelijk moet er een helder lange-termijn-beeld zichtbaar zijn waar op afgestevend kan worden. Door financiële prikkels en regelgeving kan er worden afgedwongen dar er over tien jaar geen diesel meer gebruikt moet worden,” volgens Moll. De uitbreiding van het LNG-netwerk in Europa is in ieder geval een stap in de goede richting. Hopelijk bruist het nu zo verlaten haventerrein binnenkort van de bedrijvigheid.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *