{"id":24237,"date":"2026-06-18T21:59:14","date_gmt":"2026-06-18T19:59:14","guid":{"rendered":"https:\/\/svjmedia.nl\/specialisaties\/?p=24237"},"modified":"2026-06-18T22:06:22","modified_gmt":"2026-06-18T20:06:22","slug":"nederland-blijft-evenveel-uitgeven-aan-transport-maar-gaat-dat-geld-wel-naar-de-juiste-zaken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/svjmedia.nl\/specialisaties\/24237\/nederland-blijft-evenveel-uitgeven-aan-transport-maar-gaat-dat-geld-wel-naar-de-juiste-zaken\/","title":{"rendered":"Nederland blijft evenveel uitgeven aan transport. Maar gaat dat geld wel naar de juiste zaken?"},"content":{"rendered":"
Nederland gaf in 2020 4,9 procent van de totale overheidsuitgaven uit aan transport. In 2024 was dat nog steeds 4,9 procent. Vergeleken met andere landen in de Europese Unie houdt Nederland zijn infrastructuuruitgaven opvallend stabiel. Hoe komt dat?<\/strong><\/p>\n Die stabiliteit is geen toeval, volgens Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft. \u2018\u2019Nederland kent een langetermijnplanning voor transportinfrastructuur, die is vastgesteld in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.\u2019\u2019 In dat plan wordt voor tien jaar vooruitgekeken naar wat er moet gebeuren. \u2018\u2019Kabinetten zijn vaak voorzichtig om die afspraken terzijde te schuiven\u2019\u2019, aldus Van Wee. Diezelfde planningslogica is terug te zien bij landen als Zweden en Belgi\u00eb, waar de uitgaven eveneens weinig schommelen.<\/p>\n Onder het Europese gemiddelde<\/strong><\/p>\n