Hebban olla vogala nestas hagunnan

Hebban olla vogala nestas hagunnan

Bron: Pixabay

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (e)nda thu uuat unbidan uue nu. Het lijkt op gebrabbel, maar deze zin heeft toch echt een betekenis. Het betekent namelijk: ‘Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?’ De zin werd geschreven rond het jaartal 1100 en wordt gezien als het bekendste stuk tekst van het Oudnederlands.

Wie de tekst schreef, is onbekend. Wat aannemelijk is, is dat een West-Vlaamse kopiist (iemand die creatieve uitingen letterlijk kopieert) de zin schreef terwijl hij een nieuwe pen uitprobeerde. De tekst werd geschreven op de allerlaatste bladzijde van het manuscript waar de kopiist mee bezig was en werd eeuwen later gevonden door een Engelse germanist. Er zijn meerdere manieren hoe het vers kan worden opgevat. Logischerwijs klinkt het als een romantische tekst waarbij de schrijver ‘een nest wil maken’, oftewel een gezin wilt stichten. Maar het kan ook op religieuze wijze worden geïnterpreteerd. De auteur wilt dichter bij god komen te staan, net zoals iedereen. In de podcast spraken wij met Hoogleraar in de geschiedenis van Germaanse talen Arend Quak: “Het zinnetje is gevonden in een klooster in een Engeland. En de Engelse monniken van dat klooster zijn na de verovering van de Normandiërs vervangen door Franse monniken. Onder die Fransen bevonden zich ook Vlaamse monniken. Het wordt vermoedt dat de auteur uit Vlaanderen kwam aan het eind van de 11e eeuw en het begin van de 12e eeuw. “

Deze tekst is lang niet het oudste stuk tekst van het Oudnederlands. Er zijn eerdere geschriften gevonden die dateren uit de helft van de 10e eeuw. Die bestaan uit complete teksten die zijn geschreven in nog oudere Nederlandse dialecten. Een van die teksten zijn de Wachtendonkse Psalmen. Het zijn teksten die vertaalde zijn vanuit het latijn, naar het Oud-Oostnederfrankisch. Die taal is onderdeel van het Oudnederlands.

Het Oudnederlands was de taal die gesproken werd in de periode van de vroege middeleeuwen (500-1200. De term Oudnederlands wordt gebruikt om het onderscheid aan te duiden tussen de verschillende taalperiodes binnen de Nederlandse taal, de overige periodes zijn het Middelnederlands en het Nieuwnederlands. Het Nieuwnederlands is de benaming van de huidige periode van de Nederlanse taal. Het Nederlands dat we op dit moment in Nederland spreken behoort dus tot het Nieuwnederlands. Het Oudnederlands is eigenlijk de tegenwoordige benaming van wat men vroeger het Oudnederfrankisch noemden. Beiden komen voort uit het Oudoostnederfrankisch en het Oudwestnederfrankisch. Zowel het Oudoostnederfrankisch en het Oudwestnederfrankisch zijn beiden te benoemen als dialecten en op basis van deze dialecten is uiteindelijk het Oudnederlands voortgekomen. Het gebied waarin deze talen gesproken wordt is niet gelijk aan de huidige landsgrenzen van Nederland. In het noorden van Nederland, de huidige provincies Friesland en Groningen werd Fries gesproken. In het noord-oosten van Nederland, in de regio’s van het huidige Overijssel, de Achterhoek, de Veluwe en Drenthe, werd ook geen Oudnederlands gesproken. Hier werd het Saksisch gesproken, ook wel bekend als het Oudnederlands. In het zuiden is het gebied, waarin het Oudnederland gesproken werd, juist veel groter. Het gebied waarin Oudnederlands gesproken werd liep helemaal door tot het noorden van Frankrijk, in Frans-Vlaanderen werd dus het Oudnederlands gesproken. Ook in een groot gebied tussen Limburg en Westfalen, rond de nu Duitse Nederrijn, was het Oudnederlands ook de voertaal.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.