“Fawaka broer”  

“Fawaka broer”  

‘Jonko’, ‘fino’, ‘loco’, ‘ewa’ en ‘lotto’ het zijn allemaal woorden die voorkomen binnen de Nederlandse straattaal. In de tweede aflevering van de podcast Taal Talk spreken wij met straattaal expert en schrijven Khalid Mourgh. We gaan het met hem hebben over de populariteit van straattaal, want gebruiken jongeren het alleen om stoer te doen of zit er ook een gedachte achter? 

Sinds de jaren ’90 wordt straattaal herkent in Nederland. Jongeren kletsten in de klassen op school op een zodanige manier dat de docenten het niet meer begrepen. De docenten klaagden dan ook dat de Nederlandse taal onder de jongeren afzwakte en dat ze hen niet meer konden verstaan.

Door de toestroom van jongeren uit andere landen en door de nieuwe invloeden in het jongerenjargon, ontstond er straattaal. Deze vorm van taal is namelijk een samensmelting van verschillende talen uit verschillende landen. Zo zijn er veel Surinaamse en Marokkaanse woorden die voorkomen binnen de Nederlandse straattaal. Ongeveer tachtig procent van de woorden binnen de Nederlandse straattaal, zijn afkomstig uit de Surinaamse taal. Verder komen er ook woorden uit het Engels, Curaçao, Aruba en Bonaire (oftewel Papiamento) voor binnen de straattaal wereld. 

De Marokkaans taal heeft weinig invloed op de woordenschat binnen de straattaal. Het voegt wat toe aan de manier van praten, zo spreken jongeren de woorden uit op een bepaalde manier. Straattaal bestaat namelijk uit twee facetten: de woorden zelf en de accenten. Het Marokkaanse accent dat jongeren meekrijgen vanuit huis wordt overgenomen in de straattaalculturen. Zo spreken veel jongeren met de ‘schr’-klanken. Khalid Mourgh heeft onderzoek gedaan naar de invloed van de Marokkaanse taal op de Nederlands straattaal. Hoe beïnvloedt het Marokkaanse accent de Nederlandse straattaal en hoe verspreidt het zich dit onder jongeren?  

Ongeveer tachtig procent van de Nederlandse jongeren gebruikt straattaal. De taal wordt niet alleen gesproken door jongeren maar ook ouderen kunnen deze taal spreken. Wel is het zo dat je taal na je pubertijd versteent, zo houd je je dan vast aan de geleerde woorden. Zo gebruiken veel mensen die geboren zijn in de jaren ’90 het woord ‘doekoe’. Een woord dat hedendaags nog voorkomt in de Nederlandse straattaal. De nieuwe straattaal is wel moeilijk te begrijpen voor ‘boomers’, oftewel de ouderen.

Veel mensen denken dat jongeren straattaal gebruiken omdat zij een taalachterstand hebben. Daar is Khalid het in een podcast van BNR-nieuws niet mee eens. Jongeren gebruiken straattaal als ze informeel met elkaar zijn. Zo zeggen ze dan “die huis” in plaats van “dat huis”. Khalid Mourgh maakt zich er hard voor dat docenten meer leren over de straattaal. Want alleen dan kunnen docenten goed handelen, dan weten ze waarom jongeren deze taal gebruiken en hoe het in elkaar zit. Dus eigenlijk is het zo dat straattaal belangrijk is voor de identiteit. “Wij zijn jong, wij zijn stoer.” Ten tweede wordt het vaak informeel gebruikt omdat het leuk en grappig is.

Straattaal wordt veel gesproken in achterstandswijken en buurten. Dat komt niet per se doordat deze inwoners een laag taalniveau hebben, maar doordat de taal thuis niet correct wordt gesproken. Jongeren die straattaal spreken hebben dus geen taalachterstand maar nemen de taal vanuit huis mee. Jongeren leren op school de juiste regels van de Nederlandse taal. Naast dat straattaal dus in de achterstandswijken wordt gesproken, is het ook zo dat de grote steden een grote invloed hebben op de taal. Dat is eigenlijk altijd al geweest.  

Sommige straattaal woorden staan zelfs in de woordenboeken van Van Dale geschreven. Bijvoorbeeld de woorden: ‘fittie’, ‘bashen’, ‘chickie’, ‘skeer’, ‘chillen’ en ‘swag’. Veel van deze woorden gebruiken jongeren dagelijks zonder dat ze dus weten dat het jaren ouden straattaal woorden zijn. Straattaal blijft zichzelf vernieuwen, zo is het voor de ‘ouderen’-jongeren moeilijk om de nieuwe straattaal bij te houden.  

Wel denkt Khalid Mourgh dat straattaal blijft bestaan, zo gebruiken wij nog steeds woorden van vroeger. ‘Geeltje’, ‘meier’ maar ook komen er nieuwe woorden bij als ‘lotto’ (vijf euro), ‘donnie’ (tien euro), ‘bankoe’ (vijftien euro) en ‘doesoe’ (duizend euro).  “Ik denk dat dit soort woorden, steeds meer tot de Nederlandse taal komen te behoren”, aldus Mourigh. Om nog even af te sluiten met een paar mooie zinsdelen, zijn hier een paar voorbeelden: ‘Skeer zijn’, betekent blut zijn en ‘Je bent niet barkie’, betekent je bent niet honderd.  

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.