Zijn kunstgrasvelden in het betaalde voetbal een vorm van competitievervalsing?

Zijn kunstgrasvelden in het betaalde voetbal een vorm van competitievervalsing?

UTRECHT- Het kunstgras in het betaalde voetbal is een veelbesproken onderwerp. De voetbalwereld is verdeeld in voor- en tegenstanders. Voorstanders vinden het net echt gras, zonder al dat onderhoud. Tegenstanders vinden het een vorm van competitievervalsing. Voetballen op een kunstgrasveld zou namelijk heel anders zijn dan voetballen op een veld met natuurgras. Het kunstgras zou anders aanvoelen, de bal stuitert er anders op en daarnaast ruikt het ook nog anders. Voetbalclubs die vaker spelen op kunstgras zouden daarnaast beter met het veld om kunnen gaan en een voordeel hebben ten opzichte van de teams die nauwelijks spelen op kunstgras. Maar is een kunstgrasveld daadwerkelijk een vorm van competitievervalsing?

In Nederland wordt er al jaren op kunstgras gevoetbald. In 2003 was Heracles Almelo trendsetter door als eerste Nederlandse voetbalclub op kunstgras te gaan spelen. Na Heracles volgde meer clubs, waaronder Sparta, ADO Den Haag, PEC Zwolle en VVV-Venlo. De voornaamste reden voor voetbalclubs om natuurgras in te ruilen voor kunstgras heeft te maken met financiële afwegingen.

“In de eerste plaats is kunstgras goedkoper dan natuurgras”, zo laat een woordvoerder van de KNVB weten. “Dat heeft vooral te maken met onderhoud, want een kunstgrasmat ligt er altijd goed bij en hoeft dus niet wedstrijd klaar gemaakt te worden. Verder is het niet nodig om veldverwarming te hebben en kunnen de clubs geld besparen op de kosten van lampen die gebruikt worden voor de grasvelden.” Utrecht kwam in 2014 tot de conclusie dat het spelen op kunstgras een kostenbesparing van ongeveer vijf ton oplevert.

Toch zijn er steeds meer clubs die kiezen voor de overstap van kunstgras naar natuurgras. Dat heeft vooral te maken met het feit dat die clubs geholpen worden met een behoorlijke subsidie. In 2019 zijn de eredivisieclubs tot een akkoord gekomen over een onderlinge subsidiepot voor clubs die op natuurgras spelen, als alternatief voor een verbod op kunstgras. Een percentage van alle Europese inkomsten wordt verdeeld, een kleine vier procent, met een maximum van 350.000 euro per seizoen per club. Dit is een zeer aantrekkelijk aanbod voor de clubs die een overstap willen maken naar natuurgras.

“De clubs die overstappen naar natuurgras worden geholpen met deze subsidie. Er staat dus eigenlijk heel weinig in de weg om de overstap te maken van kunstgras naar natuurgras”, zo laat Valentijn Driessen, chef voetbal bij De Telegraaf, weten op de site van het dagblad. Echter ziet hij ook nog een probleem. “Het probleem is de trainingsaccommodatie. De clubs trainen ook vaak op die kunstgrasvelden. Op het moment dat je de overstap maakt, moet je een grasaccommodatie vinden. Dat kost geld en ik begrijp dat het op dat moment een rib uit je lijf kan zijn”, aldus Driessen.

Desondanks, verdwijnt het kunstgras in rap tempo uit Nederland. Zo hadden in het seizoen 2017-2018 nog zeven clubs in de eredivisie een kunstgrasveld, dit seizoen zijn dat nog maar twee teams. Zo kozen afgelopen jaar een aantal clubs voor de overstap, waaronder ADO Den Haag, VVV-Venlo, PEC Zwolle en SC Cambuur.

Spelers zijn blij dat steeds meer clubs de overstap maken naar natuurgras. Uit vakbondsonderzoeken blijkt namelijk dat ruim 90% van de profvoetballers voorstander is van natuurgras. De bal stuitert namelijk alle kanten op en de kurkdroge velden komt het snelle spel van voetballende teams niet ten goede. Afgelopen weekend sprak Dusan Tadic, aanvoerder van Ajax, zich nog uit tegen de kunstgrasvelden. “Het is niet leuk om te spelen op kunstgras. We zijn als Nederlandse teams goed bezig in Europa, we staan zesde op de ranglijst (van coëfficiënten). Al het kunstgras moet weg uit de eredivisie. Ik denk dat elke speler 50 procent minder is op kunstgras”, aldus de aanvoerder van Ajax. Ook Ajax-trainer Erik Ten Hag sprak zich uit tegen het kunstgras en noemde het competitievervalsing, omdat clubs met kunstgras beter met het veld om zouden kunnen gaan, want ze trainen er bijna altijd op. Maar is er daadwerkelijk een verschil tussen het spelen op kunstgras en natuurgras?

In 2014 becijferde het AD dat kunstgrasclubs toch een extra thuisvoordeel hebben. AD Sportwereld heeft de resultaten van de seizoenen 2005/2006 tot en met 2013/2014 achter elkaar gezet. Daaruit bleek dat de gemiddelde club in de eredivisie 61,7 procent van het totale puntenaantal behaalde in thuiswedstrijden. Bij kunstgrasclubs was dat 69,0 procent. Hierin wordt echter niet meegenomen dat de zwakkere teams op kunstgras spelen en dat de deze teams het grootste deel van hun punten in thuiswedstrijden moeten halen.

In 2015 liet de KNVB een statistisch onderzoek verrichten naar de invloed van kunstgras. Daarbij werd via drie factoren gecorrigeerd voor het verschil in sterkte tussen de clubs: de transferwaarde van de spelers, hun salaris en de ranking van alle Europese voetbalclubs. Ook dit onderzoek leverde geen bewijs op dat kunstgrasclubs een thuisvoordeel hebben.

De KNVB heeft daarnaast nog een tweede onderzoek gedaan, waarbij de speelstijl op kunstgras werd vergeleken met die op natuurgras, zo laat Thijs Velema, van de nationale universiteit van Taiwan, weten. Op basis van dat onderzoek wordt duidelijk dat er op verschillende vlakken geen verschil is tussen spelen op kunstgras en natuurgras. “Er wordt evenveel gescoord, er worden evenveel gele en rode kaarten gegeven en de uitslagen verschillen ook niet echt”, zo laat Velema weten tegenover het Parool.

Daarnaast verwijst Velema ook naar veldentests, waarbij bijvoorbeeld de hoogte van de balstuit is onderzocht. “Daarbij zie je dat natuurgrasvelden onderling ook erg verschillen. Het verschil tussen kunstgras en natuurgras lijkt niet groter dan de standaardspreiding tussen verschillende natuurgrasvelden”, aldus Velema.

Al met Al blijkt uit verschillende onderzoeken dat kunstgras geen voordeel oplevert voor de clubs die hierop spelen. Uit de resultaten blijkt dat clubs die spelen op kunstgras wel meer punten thuis behalen in vergelijking met de clubs die spelen op natuurgras. Maar de clubs die op kunstgras spelen, zijn vaak wel de zwakkere clubs, en die moeten hun punten behalen in thuiswedstrijden. Daarnaast is er ook uit meerdere onderzoeken gebleken dat er geen verschil is op verschillende vlakken tussen het spelen op kunstgras en natuurgras, en is er nauwelijks verschil in de manier waarop de bal stuitert. Desondanks, blijven spelers en trainers klagen over het kunstgras. Steeds meer clubs stappen over op natuurgras of hebben plannen om de overstap te gaan maken. Dit lijkt de enige manier om deze discussie in de kiem te smoren.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.