Mbo’ers voelen zich niet gewaardeerd als student

Mbo’ers voelen zich niet gewaardeerd als student

Beeld: Pixabay

UTRECHT – Per 1 augustus 2020 worden mbo’ers, net als hbo’ers, ook bestempeld als ‘studenten’. Hierdoor zouden de mbo studenten zich meer meegenomen voelen in het studentenleven. Dat ze worden gezien als ‘student’ betekent ook dat zij in aanmerking komen voor dezelfde kortingen die een hbo student krijgt. Het enige probleem is dat mbo studenten hier eigenlijk niks van merken, vindt Quin Blokzijl, voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB).  

Voorheen werden studenten van het middelbaar beroepsonderwijs nog benoemt als ‘deelnemers’ in het onderwijs, maar door de inzet van de JOB en een daaropvolgend besluit van demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Ingrid van Engelshoven is de wet hierop aangepast.  

Waardering 

Per ingang van het schooljaar 2020-2021 krijgt iedere mbo student dezelfde waardering als studenten van het hbo. Maar alleen met een wetswijziging komen we er niet, vindt JOB-voorzitter Quin Blokzijl. “Mensen die de term ‘student’ in hun mond nemen, denken vaak eerder aan het hoger onderwijs. Het zit zo diepgeworteld, dat kan je niet met één wetswijziging doorbreken.” 

Volgens Blokzijl is het zeker iets positiefs dat studenten van het mbo nu niet langer meer worden gezien als deelnemers, maar in de praktijk merkt hij er eigenlijk niet veel van. Het gaat niet specifiek om de kortingen waar mbo studenten niet voor in aanmerking kwamen, maar meer om de waardering, vertelt hij. Vaak wordt het geprezen als je gaat studeren aan het hbo, niet aan het mbo. Dat is raar, vindt Blokzijl. “Je hoeft niet altijd maar door te studeren om het beste te halen uit je leven. Dat is per definitie gewoon niet zo.”  

Het zou daarom niet eerlijk zijn om studenten van het mbo te bestempelen als laag opgeleid en ‘deelnemers’ van het onderwijs. Volgens Blokzijl moeten studenten van het mbo gewoon precies dezelfde waardering krijgen als studenten die studeren aan het hbo, omdat wij niet zonder kunnen. “Zonder mbo’ers red je het eigenlijk gewoon bijna niet in de samenleving”, aldus de JOB-voorzitter.   

Verwachtingen  

Een probleem van de lage waardering kan zijn dat er tegenwoordig te veel van iedere jongere verwacht wordt. Iedereen moet maar door blijven studeren en wanneer je dit niet doet word je raar aangekeken. Het Sociaal en Cultureel Plan Bureau meldt dat het aantal hoger opgeleiden de afgelopen tien jaar met een vijfde is gestegen. Vaker wordt van jongeren verwacht dat zij door gaan studeren wanneer zij klaar zijn met het mbo.  

Nu is het zo dat de doorstroommogelijkheden de laatste tijd zijn verbeterd en aangepast voor mbo studenten. Volgens Blokzijl suggereer je eigenlijk bijna door zo hard te hameren op een doorstroom dat het misschien wel beter is op het hbo dan op het mbo. De keuze ligt natuurlijk altijd bij de student, maar het lijkt er steeds meer op dat studenten wel moeten doorstromen naar het hbo na hun mbo-niveau 4 opleiding, dat is niet voor elke student weggelegd.  

Verschil mbo-hbo  

Eigenlijk zijn er niet eens zo heel veel verschillen tussen het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs. Dat is ook iets wat knaagt aan Blokzijl. Volgens hem is een verschil tussen die twee een vrij relatief begrip. “Als ik aan de verschillen denk, kijk ik meteen naar de theoretische leerweg van het hbo en de praktische beroepsopleiding van het mbo. Maar als we in de praktijk gaan kijken zijn er op het hbo ook genoeg praktijkgerichte opleidingen.”  

Dat mbo’ers niet dezelfde waardering krijgen als hbo studenten kan misschien liggen aan dat de kansen niet altijd helemaal overeenkomen. Ook kan de voorzitter van de JOB zich niet vinden in de lage waardering van mbo studenten ten opzichte van de hbo’ers. “De wereld is eigenlijk niet draaiende zonder praktijkgerichte opleidingen”, zegt hij.  

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.