FACTCHECK: Gelovigen doen meer aan vrijwilligerswerk

FACTCHECK: Gelovigen doen meer aan vrijwilligerswerk

Bron: Pexels

Kinderen worden steeds minder met geloof opgevoed, dat blijkt uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau. Theoloog Toke Elshof legt in een artikel van nu.nl uit dat hier ook negatieve gevolgen van zijn, zo stelt zij dat “…de gemeenschapszin gemiddeld genomen vaker groter is bij gelovigen. Die doen het meest aan vrijwilligerswerk en goede doelen.” Klopt deze stelling?

Het CBS deed onderzoek tussen 2012 en 2017 onder Nederlanders van 15 jaar en ouder. Minstens 62,6 procent van de onderzochten was een keer in de maand actief in het verenigingsleven en had 49,1 procent zich minimaal één keer in het jaar ingezet als vrijwilliger. Rooms-Katholieken en Protestanten waren het meest actief. Meer dan de helft had zich minstens een keer in het jaar ingezet als vrijwilliger. Toen dit onderzoek gehouden werd, behoorde iets meer dan de helft van de Nederlanders tot een kerkelijk gezindte of levensbeschouwelijke groepering. Klopt deze stelling nog steeds nu we voor het eerst minder gelovigen hebben?

Hoe het nu zit

Uit de meest recente cijfers van het CBS komt naar voren dat het nog steeds klopt. Ook daalt het aantal vrijwilligers. Er is een correlatie tussen het dalen van gelovigen en het aantal mensen die zich inzet voor vrijwilligerswerk. Bij de eerste meting in 2012 deed 50,5 procent van de Nederlanders minstens 1 keer per jaar vrijwilligerswerk. Dit is gedaald naar 43,8 procent in 2020. Van de 50,5 procent behoorde in 2012 iets meer dan de helft tot een levensbeschouwelijke groep. In 2020 behoort van de 43,8 procent iets minder dan de helft tot een levensbeschouwelijke groep.

Motieven

Waarom gelovigen meer vrijwilligerswerk doen legt hoogleraar godsdienstpsycholoog Joke van Saane uit “Het klopt dat er bij gelovigen een grote bereidheid is tot vrijwilligerswerk en een bijdrage aan de samenleving leveren. Dat komt door een paar dingen. Ten eerste is er in veel geloofsovertuigingen opgenomen dat mensen niet alleen voor zichzelf leven, maar in de eerste plaats op de ander gericht moeten zijn. Ten tweede zetten veel geloofsovertuigingen gemeenschapszin op de voorgrond. Geloven doe je niet alleen, maar altijd samen; gelovigen zijn dus ook gericht op die gemeenschap. Ten slotte is zorg voor een ander, voor kwetsbaren en zorgen voor de natuur allemaal ook ‘opdrachten’ binnen een geloof. Zo laat je zien dat je een goede gelovige bent, het hoort er gewoon bij.”

Johan Goud, hoogleraar filosofie en relegiewetenschap vertelt dat hij uit eigen ervaring merkt dat vooral bij kerkelijke gemeentes, in het bijzonder de protestanten “Daar zijn ze vaak afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. Het lid zijn van een kerkelijke gemeenschap traint je al in zekere zin daarvoor. Binnen die gemeentes overgedragen levenshouding is in sterke mate gemeenschapsgericht: waarden als naastenliefde, naar elkaar omzien, met elkaar delen, staan hoog aangeschreven. En de gelding daarvan blijft niet tot de eigen gemeenschap beperkt”, aldus Goud.

Conclusie

De normen en waarden en het bewustzijn van de omgeving zijn voor gelovigen redenen en motivatie om zich in te zetten voor vrijwilligerswerk. Ook is er veel vrijwilligerswerk binnen deze gemeenschappen. Ook zien we een correlatie tussen de afname van gelovigen en de daling van mensen die zich inzetten voor vrijwilligerswerk. De stelling van Toke Elshof is tot nu toe correct.

Over de auteur

Susanna Schellenbach Bueno

Student Journalist aan de Hogeschool Utrecht.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.