{"id":1719,"date":"2025-11-20T14:19:54","date_gmt":"2025-11-20T13:19:54","guid":{"rendered":"https:\/\/svjmedia.nl\/upd8\/?p=1719"},"modified":"2025-11-20T14:27:34","modified_gmt":"2025-11-20T13:27:34","slug":"factcheck-een-verbod-op-religieuze-symbolen-zou-het-vertrouwen-en-de-onpartijdigheid-van-boas-versterken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/svjmedia.nl\/upd8\/1719\/factcheck-een-verbod-op-religieuze-symbolen-zou-het-vertrouwen-en-de-onpartijdigheid-van-boas-versterken\/","title":{"rendered":"Factcheck: Een verbod op religieuze symbolen zou het vertrouwen en de onpartijdigheid van boa\u2019s versterken"},"content":{"rendered":"
De claim<\/strong> Deze uitspraak gaat uit van de veronderstelling dat het zichtbaar dragen van religieuze symbolen, zoals een hoofddoek of keppel, het vertrouwen van burgers in de neutraliteit van Boa\u2019s zou kunnen be\u00efnvloeden. Een verbod zou dan het vertrouwen moeten herstellen of vergroten.<\/p>\n Aanleiding van het onderzoek<\/strong><\/p>\n Op 17 november publiceerde het AD<\/a> een artikel waarin de Raad van State adviseert om geen verbod op religieuze symbolen voor Boa\u2019s in te voeren. Het belangrijkste argument van de Raad is dat er geen wettelijke basis bestaat om zo\u2019n verbod af te dwingen.<\/p>\n Dit advies kwam naar aanleiding van een voorstel van demissionair minister Foort van Oosten, die een verbod wilde realiseren. Zijn voorganger David van Weel zou eerder hebben gezegd dat een verbod het vertrouwen en de onpartijdigheid van Boa\u2019s zou vergroten. Uit navraag bij het ministerie blijkt echter dat voor deze uitspraak geen concrete bronnen bestaat.<\/p>\n Context van het debat<\/strong><\/p>\n Het verbod op religieuze symbolen in publieke functies is geen nieuw thema. Het onderwerp keert regelmatig terug in de politieke discussie:<\/p>\n Wetenschappelijke en juridische inzichten<\/strong><\/p>\n In de masterscriptie van Madelonne de Klerk<\/a> (2020) wordt uitgelegd dat zowel voorstanders als tegenstanders van een verbod zich beroepen op het neutraliteitsbeginsel.<\/p>\n Voorstanders zien neutraliteit als een uiterlijke norm: zichtbare religieuze symbolen zouden vooroordelen kunnen wekken.<\/p>\n Tegenstanders hanteren een inclusieve interpretatie: neutraliteit gaat over professioneel handelen, niet over uiterlijk. Het toestaan van religieuze symbolen is volgens hen geen bedreiging voor het vertrouwen, zolang de wet correct wordt toegepast.<\/p>\n Het NJCM waarschuwt in een recente brief<\/a> (2025) dat een verbod juridisch problematisch is en kan leiden tot schending van religieuze vrijheid en discriminatie.<\/p>\n Het WODC-verkennend onderzoek<\/a> (Open Universiteit, 2023) toont breder aan dat religieuze identiteit en maatschappelijke percepties complex zijn, maar dat uiterlijke geloofsuitingen geen betrouwbare voorspeller zijn van iemand\u2019s handelen.<\/p>\n Het Evaluatieonderzoek<\/a> naar het gezichtsbedekkend kledingverbod (Verwey-Jonker Instituut) laat zien dat kledingrestricties in de praktijk vaak weinig effect hebben op vertrouwen of veiligheidsgevoel.<\/p>\n Standpunt van het Ministerie van Justitie<\/strong><\/p>\n Zowel het ministerie van Justitie als de woordvoerder van David van Weel hebben aangegeven dat er geen onderliggende bron gebruikt is voor de bewering dat een verbod het vertrouwen vergroot.<\/p>\n Standpunt van het College voor de Rechten van de Mens<\/strong><\/p>\n
\u201cEen verbod op religieuze symbolen zou het vertrouwen in de onpartijdigheid van Boa\u2019s versterken.\u201d \u2013 Voormalig minister van justitie en veiligheid David van Weel<\/p>\n\n