‘Als ik niet zou veranderen, zou deze ziekte mij vermoorden’

‘Als ik niet zou veranderen, zou deze ziekte mij vermoorden’

Tim (23) werd vier jaar geleden gediagnostiseerd met anorexia. ‘Ik schaamde me ervoor en had het gevoel dat de diagnose mij minder “mannelijk” zou laten lijken’, vertelt Tim. Nu, vier jaar later gaat het beter en vertelt hij zijn verhaal.

Hoewel je steeds meer berichten in de media ziet over body positivity, neemt het aantal mensen met een eetstoornis toe. Per jaar worden meer dan vijfduizend mensen hiermee gediagnostiseerd. Dat is één patiënt per huisarts, per jaar. 95 procent van hen zijn vrouwen. ‘Ik kán helemaal geen eetstoornis hebben, dat is iets waar alleen meiden last van hebben’, dacht Tim. De reis naar herstel is volgens hem nooit helemaal klaar. Tim: ‘De relatie die ik heb met eten is volgens mij de meest complexe relatie die ik ooit in mijn leven zal hebben.’

Hoe begon de eetstoornis?
‘Al sinds de middelbare school ben ik onzeker over mijn uiterlijk. Ik weet nog dat ik tijdens een introductiekamp van de middelbare school met de klas moest gaan zwemmen. Toen ik daar in de kleedkamer stond voelde ik me opeens verlamt. Uit het niets overviel me een golf van onzekerheid over mijn lichaam. Ik werd hyperbewust van alle imperfecties aan mijn uiterlijk, terwijl ik totaal geen overgewicht had of “mollig” te noemen was. Onzeker was ik altijd al, maar ik was er nooit letterlijk door verlamt. Daarna deed ik alsof ik me opeens niet lekker voelde zodat ik niet mee hoefde te doen en niemand mijn lichaam hoefde te zien. Het was rond het begin van de middelbare school sinds ik een gekke relatie kreeg met mijn zelfbeeld en eten. Anorexia is niet iets dat je zomaar “krijgt”, het sluipt er langzaam in. Dat insluipen duurde bij mij jaren. Het begon als gezonder willen leven en meer sporten. Daarna zei ik dat ik minder koolhydraten wilde eten. Uiteindelijk werd ik ook vegan. Niet om het milieu te redden of voor de vleesindustrie (waar ik trouwens wel om geef!), maar omdat ik dan een makkelijker excuus had om bepaald eten te laten staan. Ik installeerde een app op mijn telefoon die bijhield hoeveel calorieën er zaten in wat ik at. Ik weet nog dat ik in die app kon instellen wat mijn “calorie doel” per dag was en dat er toen in het rood iets stond van: “door dit doel aan te houden loop je het gevaar om ondergewicht te krijgen”, dat zag ik en het deed me helemaal niks. “Ik kan nooit ondergewicht krijgen want ik ben toch al zo dik”, dacht ik dan. Zo ging het van kwaad tot erger.’

Wat zei je omgeving tegen je toen het erger werd 
‘Ik dacht altijd dat ik niet goed was in liegen, maar als ik terugkijk op de afgelopen jaren deed ik het constant. Tegen mijn vrienden, familie, leraren… Op een gegeven moment zei ik tegen mijn ouders dat ik last had van misofonie.  Dat is een aandoening waarbij je niet tegen smakgeluiden kan. Dat was een excuus om altijd alleen in mijn kamer te eten. Ik verstopte dan wat er op mijn bord lag en probeerde het ongemerkt door de WC te spoelen of weg te gooien. Hierdoor werd de relatie met mijn ouders nog afstandelijker. Ook droeg ik altijd oversized kleding zodat niemand kon zien hoe mijn lichaam eruitzag. Ik heb mijn omgeving best lang voor de gek kunnen houden.’

Wanneer kwam je erachter dat je anorexia had? 
‘De keer toen ik het in het ziekenhuis belandde. Ik had toen een paar dagen niet of nauwelijks gegeten. Ik ging out omdat mijn lichaamstemperatuur te koud werd en ik het niet meer uit mezelf warm kon krijgen. Ik had onder andere een groot tekort aan vitamines in mijn lichaam. Hierna werd ik doorverwezen naar een anorexiakliniek. Eerst geloofde ik de diagnose niet. Ik dacht dat het helemaal niet kon. “Maar ik kan helemaal geen anorexia hebben want ik ben toch een jongen?”, zei ik tegen de dokter.’

Hoe was het in de kliniek? 
‘Toen ik in de kliniek zat was ik me er bewust van dat ik niet door kon gaan met leven op de manier hoe ik dat destijds deed. Maar ondanks dat voelde ik me daar nooit echt “klaar” om te herstellen. Herstellen zou betekenen dat ik afstand zou moeten doen van iets waar ik me jaren lang heel hevig aan vast klampte: het behouden van controle. Wetende dat als ik me hier nóg langer aan vast zou klampen, het me zou vermoorden. Het duurde heel lang voordat ik mijn begeleiders echt vertrouwde. Ik was heel koppig en dacht dat ik zelf alles beter wist. Wat het ook niet makkelijker maakte: ik was daar de enige jongen. Ik had in het begin moeite om binding te krijgen met de meisjes die daar zaten. Maar uiteindelijk heb ik daar wel mijn vriendin ontmoet. Zij heeft me er echt doorheen geholpen. Ik denk dat ik hier misschien niet zou zitten als ik haar niet ontmoet had. We halen heel veel steun uit elkaar.’

Bij de ziekte anorexia denken velen meteen aan alleen vrouwen die daar last van hebben. Kreeg je opmerkingen over het feit dat je een jongen bent die anorexia had? 
‘Toen ik net nieuw was in de kliniek werd ik bestempeld als die ene jongen, in het begin moesten de meiden én het personeel er wel even aan wennen. Maar na een tijdje werd ik goed in de groep opgenomen en werd het voor iedereen normaal dat er nu ook een jongen op de afdeling was. Volgens mij was ik zelf degene die er het meeste mee zat. Ik schaamde me er ontzettend voor en had het gevoel dat de diagnose mij minder mannelijk zou laten lijken. Ook had ik het niet vertelt aan mijn klas, die dachten bijna allemaal dat ik in een psychiatrische instelling zat. Achteraf kan ik daar wel om lachen. Ik had het alleen aan mijn beste vrienden vertelt, die reageerde gelukkig allemaal heel steunend.’

Hoe gaat het nu met je? 
‘Een stuk beter, het is een nu een half jaar geleden sinds ik ontslagen ben uit de kliniek. De relatie die ik heb met eten is denk ik erg anders dan bij mensen die geen eetstoornis hebben gehad. Nu eet ik soms iets zonder erbij na te denken. Dát is iets dat ik al jaren niet gedaan heb. Je moet begrijpen dat eten zonder na te denken over elke hap die je neemt, niet vanzelfsprekend is bij iemand met een eetstoornis. Althans, dat was zo bij mij, ik woog bij elke hap die ik nam af of dit het wel waard was. Wanneer ik nu iets heb opgegeten zonder te hebben nagedacht over de “gevolgen”, voel ik me vaak opgelucht en trots. Mijn vriendin en ik eten zoveel mogelijk maaltijden samen, we moedigen elkaar aan tijdens het eten. Ik merk dat ik nu zoveel meer ruimte in mijn hoofd heb voor andere dingen. Voorheen keek ik altijd met een half oog, of soms helemaal niet naar de toekomst. Toen ik in de kliniek zat werd ik ook geholpen met het op de rails krijgen van mijn leven. School had ik destijds helemaal laten vallen. Ik heb daar samen met iemand gekeken naar hoe ik mijn dagen invulling kon geven nadat ik uit de kliniek ontslagen zou worden. Uiteindelijk heb ik met hulp van een begeleider een hele leuke opleiding gevonden waar ik nu mee bezig ben, de Jeans school in Amsterdam. Ik hoop dat ik later kan gaan werken in mode-industrie.’

Wat zou je willen meegeven aan mensen met een eetstoornis die dit lezen?
‘Zorg goed voor jezelf. Een ding dat mij enorm heeft geholpen was om eens even goed te kijken naar wie je allemaal volgt op social media. Tot twee jaar geleden stond mijn feed vol met posts die me er steeds aan herinnerden dat ik mezelf zou moeten uithongeren om er ook “zo” uit te zien als de mensen die op de foto zag: enorm dun. Nu staat er een hele andere soort, inspirerende content op mijn tijdlijn: mensen die van een eetstoornis zijn hersteld of zich tegen vetfobie keren. Dat helpt echt.’

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *