Pesten tekent voor het leven

Pesten tekent voor het leven

Dagelijks gaan meer dan 350.000 kinderen en jongeren gebukt onder ernstige pesterijen, blijkt uit onderzoek van Hogeschool Rotterdam. Lara (24), niet haar echte naam, heeft ondervonden hoe erg pesten je leven beïnvloedt. ‘Vanaf het moment dat ik gepest werd, is mijn leven nooit meer zorgeloos geweest’ 

‘24 Jaar en nog steeds elke nacht nachtmerries, dat is niet normaal. In je veertiende levensjaar lopen met een depressie, dat hoort niet te kunnen. 18 Jaar oud en al twee zelfmoordpogingen op je naam hebben, dat is ongewoon. Toch is dit allemaal wel het geval geweest bij mij. Pesten laat littekens achter, letterlijk en figuurlijk.’ 

Na zonneschijn kwam regen 

 ‘’Mijn tijd op de basisschool was geweldig. Ik haalde goede cijfers en lag goed in de klas. Ik had veel vrienden en vriendinnen, ik had zelfs een vriendje. Ik kom uit een goed gezin, dus had ook thuis geen reden om ongelukkig te zijn. Mijn leven was simpel gezegd zorgeloos. In groep 8 waren veel vrienden van mij soms best bang om naar de middelbare school te gaan. Ik had er juist veel zin in. Ik hoefde ook niet per se met al mijn vrienden naar dezelfde school. Ik had wel zin in iets nieuws. Er was geen reden om onzeker of bang te zijn, want destijds kende mijn leven nog geen tegenslagen en negativiteit 

 

Al mijn mooie verwachtingen over de middelbareschooltijd moest ik al snel bijstellen. Ik viel niet zo goed in de klas als ik verwacht had. De reden daarvan weet ik niet zeker, maar ik denk dat het onder andere te maken had met mijn uiterlijk. Ik kwam al vroeg in de puberteit. In groep 7 kreeg ik bijvoorbeeld al puistjes. Ik vond het zelf vervelend, maar mijn vrienden op de basisschool zeiden er eigenlijk nooit iets van. In de eerste klas was ik dan ook de enige met acne. Ook had ik een blokbeugel, mijn tanden stonden zo schots en scheef als het maar kon. Als klap op de vuurpijl had ik ook nog eens bril. Ik voldeed niet bepaald aan het schoonheidsideaal. Op de basisschool was ik er wel ervan bewust dat ik er anders uit zag, maar, dat maakte mij niet uit. Ik wist dat de rest mij leuk vond om wie ik was. Dit bleek niet te gelden op de middelbare school. Niemand ging met mij omdat ik zo leuk en sociaal was. Ik stond bekend als het meisje met de puisten, bril en beugel. Ik was anders dan de rest. 

 

In de eerste week kwam ik toch nog in een vriendengroep terecht, omdat ik in de klas zat met een oud hockeyvriendinnetje. Alleen een echte vriendinnengroep kon ik het niet noemen. Ik werd veel buitengesloten en ze probeerde mij als het ware uit de groep te duwen. Er werden gemene grapjes gemaakt over mijn uiterlijk waardoor ik heel onzeker werd. Ik was dan wel een buitenbeentje, maar ik kwam op voor mezelf en besloot niet bij zo’n groep te willen horen. Deze keuze heeft ervoor gezorgd dat ik er alleen voor stond. Dit maakten mijn klasgenoten mij maar al te graag duidelijk. Ik kreeg vaak opmerkingen naar mijn hoofd dat niemand mij ooit leuk zou vinden.  

 

Ik voelde mij destijds extreem eenzaam en ongewild. Ik kon met niemand mijn verdriet delen. Ik wilde mijn ouders er niet mee belasten en de vrienden van mijn basisschool waren druk bezig met hun nieuwe sociale leven. Dus deed ik alsof ik de tijd van mijn leven had. Als ik geen vrienden zou hebben zou dat betekenen dat ik niet leuk zou zijn. Dat is totaal niet cool op die leeftijd. 

 

Langzaam werd mijn eigenwaarde de grond in getrapt. Wat mij nog erg is bijgebleven is dat mensen bijnamen voor mij verzonnen. Iedereen zei dan bijvoorbeeld het woord ‘vulkaan’ en na dat woord moest iedereen altijd keihard lachen. Eerst snapte ik het niet en lachte ik naïef mee. Totdat wij als klas tijdens drama mensen moesten imiteren. Iemand beeldde mij uit als een vies persoon met puisten, scheven tanden en een bril. De hele klas begon te schreeuwen: ‘VULKAAN, VULKAAN!’ Toen begreep ik het. Het woord vulkaan refereerde aan mijn puisten. Iedereen maakte mij het hele jaar al belachelijk, recht in mijn gezicht. Ik brak. Ik hield het niet meer. Ik liep het lokaal uit en begon keihard te huilen. Geen persoon die mij kwam troosten. Ik was helemaal alleen.   

 

Trauma 

 Het pesten ging van kwaad tot erger. Het begon allemaal met buitensluiten en iemand met woorden opbreken. Uiteindelijk ging dit ook over tot fysieke mishandeling.  

 

In het derde jaar ging het dan ook flink mis. Ik was 15 jaar oud, fietste terug van bijles en dit deed volgens de route die ik normaal altijd reed. Ik fietste altijd de route via het bos, omdat ik hier rustig van werd. Ik voelde mij in het bos op een of andere manier minder alleen omdat iedereen die daar was alleen fietste. Ik was samen alleen. Ik fietste vredig naar huis totdat ik opeens staande werd gehouden door twee jongens uit de klas. Ik schrok heel erg, waardoor ik maar deed wat ze zeiden. De grote mond die ik vroeger altijd had was ik verloren in de afgelopen jaren? 

 

Ik werd meegenomen naar een plek in de bosjes waar destijds veel mensen van school gingen chillen. Iedereen was dronken, dat merkte ik meteen. Ik ging maar op een stoel zitten tussen tien dronken jongeren. De twee jongens die mij als het ware van mijn fiets hadden getrokken gaven hun vriend een high five. Ik was blijkbaar onderdeel van een drank spel. Ik bleek een dare-opdracht te zijn. Zij moesten mij meenemen naar hun hang plek. Als dat zou lukken kregen zij tien euro en zo niet moesten zij hun drankje in één keer opdrinken. Ik voelde mij vernederd, angstig en wederom eenzaam.  

 

Na daar een kwartier te hebben gezeten wilde ik weg lopen. Toen ik opstond werd ik meteen tegengehouden en werd er tegen mij geschreeuwd dat ik moest blijven zitten. Ik werd hardhandig op de stoel gedrukt en met schoenveters vastgeknoopt aan een campingstoel. Ik kon nergens heen. Er werden nare dingen tegen mij geschreeuwd en ik werd uitgelachen. Ik zat daar twee uur, stil, niks zeggend af te wachten wanneer ik werd los gemaakt. De mensen waren zo dronken dat ze mij vergeten waren. Na twee uur was het een meisje opgevallen dat ik er nog steeds zat. Ik zag in haar ogen dat ze het met mij te doen had en zij heeft mij toen vrijgelaten.  

 

 

Eenmaal los rende ik terug naar mijn fiets. Ik wou zo snel mogelijk weg, naar huis. Ik kwam in tranen binnen gerend bij mijn ouders. Ze vroegen wat er was, maar ik rende meteen door naar de badkamer. Ik deed de deur op slot en bleef daar drie uur lang zitten. Dit waren de donkerste uren uit mijn leven. De pijn moest weg. Het leven had voor mij geen zin meer. Ik zetten het bad aan, met het idee om daar mijn leven te eindigen. Gelukkig hebben mijn ouders op tijd de deur opengebroken en mij de knuffel gegeven die ik nodig had. Die avond heb ik hen alles verteld. Na drie jaar wisten zij eindelijk daadwerkelijk hoe mijn leven was.  

 

Littekens 

Door mijn verhaal te vertellen aan mijn ouders, was ik niet meer alleen. Daarnaast ben ik van school verwisseld en heb sindsdien een psycholoog die ik nu nog steeds maandelijks een bezoekje breng. Ik bleek een depressie te hebben en heb een angststoornis ontwikkeld, waardoor ik nu nog steeds slecht in slaap kom. Ik heb nachten gehad waarin ik niet sliep omdat ik bang was om terug te gaan naar die situatie. Uiteindelijk ben ik twee jaar later toch met mijn psycholoog teruggegaan naar het bos waar het allemaal gebeurde. Dit was onderdeel van mijn regressietherapie. Doordat ik letterlijk terugging naar de oorzaak van mijn trauma, heb ik dit lopend door het bos diepgaand kunnen verwerken. Ik heb hierdoor een deel van mijn verleden kunnen afsluiten. Ik zeg een deel omdat ik het natuurlijk nooit helemaal zal kunnen vergeten, maar de grote angstgevoelens bij het bos zijn weg. Het besef dat ik niet meer bang hoefde te zijn voor een voorval als ooit in het bos had plaats gevonden drong langzaam tot mij door. Ik was veilig. Sindsdien slaap ik ook stukken beter. 

 

Om mijn mentale pijn fysiek te voelen en mezelf zo te verdoven, heb ik mijzelf ook veel gesneden.  Ik word elke dag geconfronteerd met mijn armen vol littekens en de nachtmerries die ik soms nog steeds heb over de ontvoering. Ik ben beschadigd voor de rest van mijn leven, maar het gaat beter. Na de vierde klas ging mijn beugel eruit, ik droeg lenzen, mijn acne was weg en ik klom uit mijn depressie. Ik zat steeds beter in mijn vel en werd steeds zelfverzekerder. Ik doe nu een master Architecture, Building and Planning, dat gaat super goed. Daarnaast heb ik een super lieve vriendengroep en hele leuke vriend aan de haak geslagen. Ik en mijn littekens komen er wel.’’ 

 

Lara’s echte naam is bekend bij de redactie. 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *