Interview

De crisis in het hoofd: “Ik vermeed mijn vrienden omdat ik dacht dat niemand mij begreep”

Liv Hendriks (24) vertelt hoe haar psychische klachten haar relaties jarenlang hebben beïnvloed. Door gevoelens van minderwaardigheid en verlatingsangst raakte ze geïsoleerd en worstelde ze met het vertrouwen in anderen.

Liv Hendriks, 24jaar, loopt inmiddels 8 jaar bij de psycholoog en heeft het naar eigen zeggen voor elkaar gekregen haar psychische klachten na jaren ‘onder controle’ te krijgen, Hoewel ze aangeeft dat ‘een terugval’ altijd op de loer ligt. Tijdens ons gesprek voor dit verhaal in een klein café in Rotterdam speelt Liv zenuwachtig met haar kopje thee. “Soms denk ik dat ik anderen gewoon te veel last bezorg. Dat gevoel zorgt ervoor dat ik me wat afsluit,” zegt ze met een wat trillerige stem.  Hendriks haalt diep adem en neemt een slokje water. “Laten we beginnen”, zegt ze. 

Liv Hendriks. Beeld: Valentijn Schoots
Liv Hendriks. Beeld: Valentijn Schoots

Hendriks kreeg te maken met psychische klachten als jongvolwassen en heeft veel moeite gehad met het aangaan en behouden van relaties. “Ik deed vroeger wel vaak alsof het gewoon goed ging en ik hard aan het werk was, waardoor er minder ruimte was voor relaties en vriendschappen. Dit was een leugen. Ik kon het gewoon niet opbrengen”.

Liv vertelt hoe ze zich voelde in die periode. “Ik had het gevoel dat ik niet goed genoeg was voor vriendschappen. Als iemand me vroeg om af te spreken, verzon ik een excuus. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat ik bang was dat ik het op een of andere manier zou verpesten.” Ze kijkt even naar buiten en voegt toe: “Het meest pijnlijke is dat ik hierdoor veel goede vrienden ben kwijtgeraakt.”

Volgens een rapport van het Trimbos-instituut (2022) ervaren jongvolwassenen met psychische klachten vaker uitdagingen in het onderhouden van sociale en romantische relaties. “Een verstoord zelfbeeld, wat vaak gepaard gaat met gevoelens van minderwaardigheid, is een van de meest voorkomende oorzaken van relatieproblemen bij jongvolwassenen met psychische klachten.” Aldus het instituut. Onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, 2021) toont aan dat sociale media een belangrijke rol spelen bij het versterken van gevoelens van minderwaardigheid onder jongeren.

“Als ik Instagram opende, leek het alsof iedereen om me heen een perfect leven had. Mensen waren altijd op vakantie, gingen naar feestjes of deelden foto’s van hun geweldige banen. Ik voelde me daar totaal niet mee verbonden. Het was alsof ik steeds werd geconfronteerd met alles wat ik niet had. Dat gevoel vrat aan me. Ik begon te denken dat ik niet genoeg was, alsof ik altijd achterliep op iedereen.” Twee jaar geleden besloot ze Instagram van haar telefoon te verwijderen. ‘In het begin voelde het raar, alsof ik niet meer wist wat er gaande was in de wereld. Maar na een tijdje merkte ik hoe rustgevend het was. Ik hoefde me niet meer te vergelijken met anderen en dat gaf me een soort ruimte in mijn hoofd, hoe raar dat misschien ook klinkt.” Hendriks benadrukt echter dat dit niet al haar klachten verhielp. “Ik bleef nog steeds worstelen met mijn zelfbeeld en verlatingsangst. Maar het maakte het wel een stukje makkelijker om naar mezelf en mijn gemoedstoestand te kijken, zonder al die ruis van buitenaf.”

Huilende stilte

“Uit een rapport van de GGD (2022) blijkt dat 58% van de jongvolwassenen met psychische klachten zich ‘sociaal eenzaam’ voelt. Dit wordt vaak veroorzaakt doordat jongeren met deze klachten zich terugtrekken uit sociale interacties, sociale isolatie genoemd, aldus het Trimbos-instituut (2022). “Ik heb tijden gehad dat ik gewoon met niemand praatte, niet met vrienden en zelfs niet met mijn ouders. Het voelde voor mij alsof dat toch geen zin had. Zeker als het ging om de klachten die ik had, daarover praten was echt een no-go. Ik denk dat ik me niet begrepen voelde door hun, ook niet door mezelf trouwens.” Hendriks glimlacht. “Wanneer mijn ouders daarover probeerden te praten, sloot ik me gewoon op in mijn kamer. Mijn vader stond dan soms aan de andere kant van de deur en vroeg aan mij of ik uit mijn kamer wilde komen. Ik hoorde hem wel, maar ik kon het niet opbrengen om te reageren.”

Uiteindelijk vond Hendriks de moed om over haar klachten te praten, maar ze voelde zich niet gehoord. “Ik heb een aantal keer mijn klachten proberen uit te leggen aan mensen, mijn tante bijvoorbeeld. Maar ik kreeg vaak te horen dat ik gewoon lekker moest gaan sporten, alsof dat alles zou oplossen. Dat hielp mij natuurlijk voor geen meter. Ik wist dat ze het goed bedoelde, maar het voelde alsof mijn echte problemen werden weggewuifd. Hoe kun je iets uitleggen aan iemand die het niet wíl begrijpen? Dacht ik dan. 

“Er werd ook vaak gezegd dat ik het met mijn ouders moest bespreken,” vervolgt ze. “Maar dat deed ik niet. Mijn ouders waren al zwaar in paniek dat ik niet zoals mijn broer en zus was. Zij hadden hun leven op orde. En daar stond ik dan, met mijn klachten. Het voelde alsof ik niet aan hun verwachtingen kon voldoen.” Ze blijft even stil en haalt diep adem. “Dus ontwikkelde ik een gewoonte om al mijn problemen bij hun weg te houden. Ik wilde hen niet nog meer teleurstellen. Maar dat heeft onze band erg beïnvloed. Tot op de dag van vandaag zijn we niet echt open naar elkaar over dat soort onderwerpen. Als ze me vragen hoe het met me gaat, zeg ik vaak gewoon: ‘Goed.’ Terwijl dat helemaal niet altijd zo is. Soms komen mijn klachten even terug, en dan neem ik uit een soort reflex meteen afstand van mijn ouders. Dat is niet omdat ik dat wil, maar omdat onze band dat gewoon niet trekt.”

In het geval van Henriks leidde de sociale isolatie ook tot een drang naar relaties die haar gevoel van leegte opvulde. “Ik had vanaf mijn zeventiende bijna altijd een vriendje. In de periodes dat ik single was had ik het zo moeilijk met het invullen van bepaalde leegtes in mezelf. Ik zag dan bijvoorbeeld iemand op Instagram lachend op een foto staan met een biertje en dan dacht ik meteen: ik moet een vriendje om ook geluk en blijdschap te voelen. Dat is een heel gek gevoel, ik kon bepaalde emoties die mensen gewoon in zichzelf kunnen vinden alleen vinden in een romantische relatie, althans dat dacht ik dan.”

Verbindingsverlies 

Hendriks kreeg te maken met verlatingsangst, een constante angst dat mensen haar zouden verlaten, dit zorgde ervoor dat ze moeite had om relaties te behouden. “Het klinkt misschien een beetje dubbel, maar ondanks dat ik heel veel relaties consequent op afstand hield, kon ik óók niet fysiek alleen zijn. Als ik een vriendje had en hij wilde iets doen met zijn vrienden, mocht dat van mij niet. Ik kreeg meteen het gevoel dat ik niet belangrijk genoeg was. Dan begon ik te huilen, soms uren achter elkaar, tot hij thuisbleef. Het was niet eens omdat ik boos was, maar omdat ik doodsbang was om verlaten te worden. Alleen zijn voelde alsof ik geen waarde meer had. Ik hield mezelf voor dat als iemand écht van me hield, hij altijd voor mij zou kiezen.Het ging zelfs zo ver dat ik mijn vriendjes constant in twijfel trok. Wat als hij iemand anders leuker vond? Wat als hij me zat was?”

“Ik kon het niet verdragen als iemand niet reageerde óf niet reageerde zoals ik hoopte. Dan stuurde ik eindeloos lang berichten, net zolang tot ik een reactie kreeg. Ik herinner me nog een keer dat een vriendje een weekendje weg wilde met zijn vrienden. Ik schreeuwde dat hij moest kiezen: zij of ik. Hij ging toch. Ik ben toen de hele nacht wakker gebleven, piekerend over wat hij zou doen, met wie hij zou zijn. Ik kon letterlijk niet slapen van de angst. Uiteindelijk belde ik hem om drie uur ’s nachts. Toen hij niet opnam, heb ik hem twintig keer achter elkaar gebeld. De volgende dag was hij boos, maar ik was ervan overtuigd dat ik gelijk had. Ik dacht: als hij écht om me gaf, had hij opgenomen en was hij ‘in the first place’ gewoon bij mij gebleven.” Hendriks stopt even met praten. “Tja”, vervolgd ze. “Ik dacht ook oprecht: ‘als hij het al niet op kan brengen om zijn vrienden af te zeggen voor mij dan ga ik gewoon weg’. En dat deed ik dan soms ook echt. Dan maakte ik het gewoon uit.”

Er zijn meerdere maatschappelijke trends aan te wijzen als oorzaak voor het hoge percentage jongvolwassenen met psychische klachten. Denk aan de opkomst van sociale media met het gevoel van FOMO (fear of missing out) als gevolg, verwoord in de essay ‘schermgeluk en schermverdriet’ van Unicef uit 2023. Of de nasleep van de coronapandemie. Veel jongeren zijn minder gaan bewegen, ongezonder gaan eten en hadden vaker last van klachten als depressie, angsten en eenzaamheid, stelt het RIVM. Hoe zorgen we ervoor dat de nieuwe generatie jongvolwassen nog gezonde familiebanden, romantische relaties en vriendschappen kan opbouwen en behouden? Het is een algemeen gegeven: voorkomen is beter dan genezen. Hendriks vindt dat psychische klachten al op jonge leeftijd bespreekbaar moeten worden gemaakt. “Kinderen moeten leren dat het oké is om over je gevoelens te praten,” zegt ze. “Als je daar vroeg mee begint, wordt het iets normaals in plaats van iets waar je je voor schaamt.” Ze legt ook de nadruk op de rol van ouders: “Het zou helpen als ouders niet alleen vragen hoe het op school gaat, maar ook écht willen weten hoe je je voelt. Bij mij thuis gebeurde dat nooit. Ik voelde me vaak genegeerd. Dat blijft hangen.”