
In Nederland sterven jaarlijks gemiddeld 43 vrouwen door partnergeweld, zo blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het opzettelijk doden van een vrouw omdat ze vrouw is, bekend als femicide, wordt volgens de Verenigde Naties in de meeste gevallen gepleegd door een partner of ex-partner. Terwijl andere Europese landen als Zweden, met haar nationale strategie om geweld tegen vrouwen te voorkomen, of Spanje, dat de ‘staatsstrategie ter bestrijding van geweld tegen vrouwen’ geïntroduceerd heeft, blijft Nederland achter. Hoe ziet het leven eruit voor iemand die gevangen zit in een gewelddadige relatie? Regine Oedayrajsingh Varma, die jaren lang slachtoffer was van fysiek, mentaal en seksueel geweld weet dat als geen ander.
Regine ontmoette haar ex-partner in een kwetsbare periode van haar leven. Haar ouders zaten midden in een scheiding, en ze voelde zich onzichtbaar in haar eigen gezin. “Er gebeurde veel thuis. Veel ruzie en het werd vaak heel verbaal. Mijn ouders waren bijna alleen maar met zichzelf bezig, waardoor ik niet echt gezien of gehoord werd. Ik zocht de aandacht die ik thuis miste op andere plekken. Ik was meer buiten, met vrienden en vriendinnen hangen. Mijn school ging bergafwaarts, ik was echt even de kluts kwijt. En daar was hij. Ik kreeg van hem aandacht die ik nergens anders kreeg.”

Uit onderzoek van het Verwey Jonker instituut blijkt dat femicide bijna altijd plaatsvind volgens het zelfde patroon, waarbij verschillende fases worden doorlopen. Aan het begin van de relatie wordt het slachtoffer ingepalmd met overdreven liefdesuitingen, maar start ook het opstellen van ‘regels’ van de relatie, meestal gericht op jaloezie en controle. “In de eerste drie maanden was het echt ‘lovebombing’. Hij gaf me alle aandacht en wilde altijd bij mij zijn, elke seconde van de dag. Ik dacht: wauw, ik heb hem gevonden. Het was alsof ik in een droom leefde. Hij gaf me kriebels in mijn buik, vlinders. Ik was hotel de botel verliefd.” Maar in deze fase begonnen al subtiele tekenen van controle zichtbaar te worden: “In die eerste maanden stelde hij heel veel vragen over mijn verleden. Ik was een open boek, want ik kende geen gevaar. Maar later gebruikte hij die verhalen tegen me.”
Naarmate de relatie vordert stelt de partner steeds meer ongeschreven regels op om zo het slachtoffer de isoleren en de bewegingsvrijheid te beperken, aldus het Verwey Jonker instituut. “Hij begon mij te isoleren van mijn vriendinnen. Dat zijn allemaal hoeren, zo noemde hij het, daar mag je niet mee omgaan. In de eerste drie maanden begon dat eigenlijk een beetje. Ik dacht: ‘dat zal wel niks ergs zijn’, hij is gewoon jaloers.”
Het eerste fysieke geweld volgde snel daarop na een ruzie over jaloezie. “We hadden die dag heel veel discussie. Hij bleef maar vragen stellen. Hoe vaak ik met jongens had gedanst, waarom ik überhaupt met hen had gepraat.” Een vermoeden dat het slachtoffer een affaire heeft is volgens het onderzoek van het Verwey Jonker instituut een belangrijke trigger die fungeert als kantelpunt: de kans op geweld neemt toe. “De volgende ochtend, na de ruzie de dag ervoor, werd ik wakker met een klap in mijn gezicht. Dat was de eerste keer. Mijn eerste reactie was vluchten, terwijl ik gewoon thuis was, hij sliep bij mij. Ik ben opgestaan, heb me aangekleed en ben gewoon naar buiten gelopen. Ik zei: ‘ik moet hier weg’. Hij liep me achterna en begon heel de tijd zijn excuus aan te bieden.”
“De volgende ochtend, na de ruzie de dag ervoor, werd ik wakker met een klap in mijn gezicht.”
Na de ‘trigger’ fase, volgt de fase van escalatie. “We waren ergens bij een camping, bij zijn vrienden en er was iets gebeurd, weer een ruzie. We stonden ergens in het bos, helemaal afgelegen. En toen zei hij: ‘Ik ga je nu wurgen en dan begraaf ik je ergens. Niemand vindt jou terug’. Je vreest echt voor je leven. Ik wist dat ik niks kon doen, want het was afgelegen, niemand zou me horen. Hij liet me gaan.
Een ander schrijnend moment vond plaats na een andere ruzie. “Die avond, dat was echt een hel van een avond. Hij werd fysiek en bleef maar op me inslaan, stoten. Hij deed de deur op slot en schreeuwde ‘jij bent dood vandaag!’, toen pakte hij een schroevendraaier. Dit was het, dacht ik. Dit was mijn leven. Je hoort vaak, als je de dood in ogen kijkt, dat je dan door een tunnelvisie gaat. ik kwam echt in die tunnel terecht. Het is alsof je hersenen iets… Ik weet niet wat het met je doet, maar ik kwam echt letterlijk in een tunnel terecht. Net als in de film. Iedereen kwam voorbij die me ooit lief is geweest. Mijn ouders, mijn broertje, mijn vrienden, iedereen die in lief had. Toen dacht ik: nu ga ik dood. Uiteindelijk heeft hij besloten mij niet te vermoorden, maar mij te verkrachten. Dat was het moment dat ik het laatste stukje eigenwaarde dat ik nog had verloor. Ik keek in de spiegel en dacht: wie ben jij? Waar ben je? Het meisje dat ik was voordat ik hem ontmoette, is helemaal weg.”
“Hij deed de deur op slot en schreeuwde ‘jij bent dood vandaag!'”

Regine voordat ze haar ex-partner ontmoette

Regine anderhalve maand nadat ze haar ex-partner ontvluchtte
Na vijf jaar van intieme terreur vond Regine de kracht om een grens te trekken. “Ik was er helemaal klaar mee. Mijn huis was een puinhoop en hij zat te gamen. Ik zei tegen hem: “Je moet nu oprotten. Ik wil niet meer met jou zijn. Dit was een riskante zet.” Ze pakte zijn spullen in: “Ik had alles in vuilniszakken gedaan. Ik zei: ‘Nu rot je op uit mijn huis.’” Tot haar verbazing gehoorzaamde hij: “Hij keek me verbaasd aan, pakte zijn spullen en ging weg.” Echter bleef Regine lastiggevallen worden door hem. Uiteindelijk ontvluchtte ze de stad: “Ik ben naar Amsterdam gegaan. Daar voelde ik me vrij. Ik kon weer ademen.
“17 jaar later, in 2015, stortte ik in. Mijn lichaam ging op slot. Mijn eerste paniekaanval kwam zomaar.” Haar trauma manifesteerde zich in lichamelijke symptomen zoals trillingen, hyperventilatie en een brok in haar keel: “Ik voelde een constante zwaarte over mijn lichaam. Alsof ik elke dag opnieuw door dezelfde pijn moest. Ik durfde mijn mening niet te geven, bang voor de consequenties. Want ooit gaf ik mijn mening, en wat kreeg ik terug? Klappen.”
Regine zocht hulp bij een psycholoog, maar had het gevoel daar niet veel baat bij te hebben. Ze vond verlichting in alternatieve geneeswijzen, zoals chakra-healing en energetische massages. Haar herstel vroeg om geduld: “Ik moest diep gaan in mijn pijn. Mijn pijn was niet meer in die relatie, maar bij mezelf: waarom liet ik dit toe?” Regine koos uiteindelijk voor verzoening. “Ik heb hem vergeven, niet voor hem, maar voor mezelf. Als ik dat niet had gedaan, had ik altijd met een wrok geleefd. Mijn man steunt me. Hij zegt: ‘Kijk naar wat je hebt bereikt.’” Toch blijft ze waakzaam: “Ik ben altijd op mijn hoede, maar ik omarm dat nu als een deel van wie ik ben.”
Ze besloot haar ervaringen te gebruiken om anderen te helpen en volgde een opleiding tot ervaringsdeskundige. Nu werkt ze ook als ervaringsdeskundige om bewustwording te creëren over huiselijk geweld: wat het is, wat het met je doet, en hoe we het bespreekbaar kunnen maken. “Ik wil vrouwen empoweren, hen laten zien dat ze er mogen zijn. Daarnaast kijk ik naar waarom plegers doen wat ze doen, want vaak zijn zij zelf ook slachtoffers van huiselijk geweld. Als ik hiermee femicide kan helpen voorkomen, geeft dat me voldoening.”
Waarom ga je niet gewoon bij hem weg?
Dataverantwoording
De data voor dit onderzoek is afkomstig van Eurostat, een officiële statistische instantie van de Europese Unie. Eurostat verzamelt jaarlijks gegevens over moorden en doodslag op basis van politierapporten en gerechtelijke documenten, wat zorgt voor betrouwbaarheid. De cijfers zijn specifiek uitgesplitst naar geslacht en worden weergegeven per 100.000 inwoners, zodat landen met verschillende bevolkingsgroottes eerlijk kunnen worden vergeleken. Voor dit onderzoek zijn alleen de gegevens van vrouwelijke slachtoffers gebruikt, omdat het project zich richt op femicide: moorden die worden gepleegd vanwege gendergerelateerd geweld.