Het aantal ganzen in Nederland neemt alsmaar toe. Maar wat trekt hen hier? Verslaggever Vester Schippers kruipt in de huid van de gans om hier antwoord op te krijgen.
Je ziet ze wel eens vliegen in een V-formatie, dan trekken ze weer richting het zuiden. Ja, mij niet gezien hoor! Ik blijf veel liever hier in dit kikkerlandje. Dit is eigenlijk best gek voor mijn soort. Ganzen zijn van origine trekvogels, maar wij grauwe ganzen trekken tegenwoordig nog maar nauwelijks. Het is hier een fijn klimaat, ook in de winters. En er is genoeg eten het hele jaar door, waardoor we niet weg hoeven te trekken, maar de winter lekker hier kunnen vertoeven.
De weilanden zijn hier groen en vol lekker mals gras. Het gras is hier goed; de boeren hebben de weilanden vol gezaaid met Engels raaigras. Dit gras zit vol met eiwitten en aan een paar snaveltjes heb je al snel genoeg. Dat is wel even wat anders dan al dat andere wilde gras dat we vroeger aten, daar zitten een stuk minder voedingsstoffen in. Het is een soort powergras; de bijen en de vlinders hebben niks aan dit Engelse gras, maar voor mij is het wel zo makkelijk.
Mijn grauwe familie en ik komen van oorsprong uit Nederland. Veel van mijn andere soortgenoten, zoals de kolgans en de brandgans, komen uit het verre Rusland. Zij vliegen eind maart weer naar de koude toendra’s van Siberië. Ik heb verhalen gehoord dat het in de zomer een walhalla is voor ons ganzen; er is daar erg veel eten en rust om te nestelen. De jonkies moeten alleen wel weer op tijd groot genoeg zijn om te kunnen vliegen, want als het in Siberië weer kouder wordt, wil je daar niet zijn. Zij komen dan vaak terug naar Nederland, waar ik ze weer zie en we gezellig kunnen bijkletsen. Hoewel ik de laatste tijd ook een aantal van mijn vrienden niet terug zie komen. Ik heb gehoord dat ze in Denemarken en Noord-Duitsland blijven plakken; hier is het in de winter tegenwoordig ook niet meer zo koud waardoor het leven daar goed te doen is.

Wij broeden liever wat dichter in de buurt. Rond mei -want in mei leggen alle vogeltjes een ei- zoeken we in groepjes rustige plekken op, zoals op de Waddeneilanden, in de duinen of op de Oostvaardersplassen. Het valt me wel op dat daar de laatste tijd een brandgans komt om te broeden. Hij zou vast ook geen zin meer hebben om ver te vliegen, en geef hem eens ongelijk.
Ikzelf ben uit het ei gekropen op de Oostvaardersplassen. Dat was een mooie tijd. Ik had heel veel leeftijdsgenootjes om mee te spelen. Iedere dag zwommen we met de crèche langs het riet, op zoek naar eten. We moesten dicht bij elkaar blijven als babygansjes want anders werden we gepakt door vossen, valken of zelfs honden. Daarom kwamen we het water niet snel uit.
Maar in het water waren we ook niet altijd even veilig. Op een nacht kwam er een rat uit het water om een van ons naar de diepte mee te sleuren. Zelf heb ik eens iets voelen knabbelen aan mijn pootjes toen we aan het zwemmen waren, ik schrok hier zo van dat ik gelijk hard weg zwom. Niet iedereen was zo snel. Twee van ons zijn er die dag verdwenen; ze werden door iets vreemds onder water getrokken. Later kwam ik erachter dat dit een snoek moet zijn geweest, die eet graag zo nu en dan een jonge gans.
De grauwe ganzen komen van oorsprong uit Nederland, maar een wijze oude gans vertelde mij eens dat wij hier niet altijd zijn geweest. Rond 1910 waren wij namelijk uitgestorven in de hele Benelux. Toen hebben de mensen een fokprogramma opgezet om ons terug te brengen, en dit hebben ze geweten ook. Wij kwamen hard terug en nu overwintert meer dan de helft van de gehele grauwe ganzenpopulatie op de Nederlandse weilanden.
Winterganzen
Je kunt je misschien wel voorstellen dat het dan gezellig druk is. Niet iedereen is daar zo blij mee. Wij zouden namelijk veel schade aanrichten. We eten het gras op van de boeren die dit eigenlijk voor hun koeien laten groeien, maar het ziet er gewoon zo lekker uit. Het gras is altijd groener bij de boeren zeggen wij ook wel. De schade die we aanrichten gaat, naast het gras dat we eten, ook om de poep die we achterlaten. We hebben erg voedingsrijke poep en dit valt zwaar voor de heide en de voedingsarme vennetjes, waar wij overnachten. De poep komt op een of andere manier in het water terecht waar, dan een proces optreedt genaamd eutrofiëring, de sloten en meren groeien door onze voedingsrijke poep vol met algen en die algen kunnen weer gifstoffen produceren. Dit is slecht voor de waterkwaliteit en voor het leven in het water.
Door de schade die we aanrichten staan we in een heel mooi lijstje, namelijk: Top 10 schadeveroorzakende dieren. Wij grauwe ganzen staan op een mooie eerste plek. Na ons volgt de brandgans en de kolgans. Samen richten wij jaarlijks voor 35 miljoen euro aan schade aan door de poep en ons gegraas. Helaas zit er ook een keerzijde aan de eerste plek, want hierdoor wordt er flink op ons gejaagd. Waar we vroeger bijzonder waren, is nu iedereen klaar met ons, terwijl we nog precies hetzelfde doen. Vooral tussen de maanden oktober en maart moeten we op onze hoede zijn. We hebben hierdoor altijd een van ons die zijn kop uitsteekt wanneer we aan het eten zijn. Hij houdt dan even de wacht. We wisselen elkaar constant af zodat we niet onze maaltijd overslaan.
Rondom Schiphol ben je het hele jaar je leven niet zeker. Zelfs als je rustig overvliegt schieten ze nog op je. Jaarlijks sterven daar meer dan 30.000 ganzen.
Nadat het jachtseizoen eindigt krijgen we last van nestbezoekers. Naast de marter en de vos komen ook mensen steeds vaker langs. Die prikken met een ijzeren naald in het ei of schudden het hard door elkaar. Ik weet niet precies wat hun doel daarmee is, maar de eieren komen vervolgens nooit meer uit, hoe hard wij het ook proberen. Ik had daar vorig jaar ook last van. Ik was net bezig met mijn eerste nest en we waren erg trots op ons ei, maar die is na een bezoekje van wat mensen niet meer uitgekomen.
De nijlgans, een verre neef van mij, heeft een eigen manier om dit te voorkomen. Zij zijn in de jaren 60, als siergans gekomen – ze zijn toen grootschalig ontsnapt- en kwamen met een hele vernieuwende techniek voor nestelen. Je moet begrijpen dat de nijlgans een pittig karakter heeft. Zo stelen ze nesten in boomholtes van uilen of andere vogels, daar leggen ze een ei in waarnaar niemand meer welkom is. Ze jagen de oorspronkelijke bewoners weg en zelfs in de omgeving van hun nest zorgen ze voor zo veel geweld dat andere vogels hun nestjes ook verlaten. Dit zorgt er wel voor dat roofdieren niet in de buurt durven te komen van hun ei, ook mensen weten ze zo goed op afstand te houden.
Wacht eens even, ik zie een groepje racefietsers aankomen in de verte. Die zijn altijd zo wispelturig. “Heey hooo!” schreeuwen de fietsers. Misschien moet ik maar weer eens gaan. Gak gak gak!
Data verantwoording:
De data is afkomstig uit meerdere dataverzamelingen van Sovon. Het aantal ganzen per jaar betreft een geschatte hoeveelheid, gebaseerd op steekproeven. Daarnaast zijn de tellingen verspreid over meerdere dagen uitgevoerd, waardoor het exacte aantal ganzen in Nederland niet met zekerheid vastgesteld kan worden.
Met dank aan Jonne Veldboom, vogelaar en bioloog.