Sinds Detlev (die liever alleen met voornaam genoemd wil worden) zijn eerste pand kraakte is er veel veranderd. Hij heeft de stad zien transformeren gedurende zijn carrière van ruim twintig jaar kraken. “In het begin was mijn enige motief dat ik ergens wilde wonen. De hospita’s van destijds waren niet geschikt voor mij, en er stonden veel panden leeg waar niemand iets mee wilde doen. Langzamerhand zag je wat er gebeurde met de stad; de mooie oude panden moesten plaatsmaken voor iets moderns. Daarna ben ik echt actie gaan ondernemen, ik ging allemaal panden kraken om deze van de sloop te weerhouden.” Detlev heeft veel panden gekraakt in en rondom Utrecht. Het stadsgezicht, waaraan nu zoveel waarde wordt gehecht, bestaat mede dankzij de kraakbeweging waar Detlev, vanaf de jaren ’70 tot de jaren ’90, deel van uitmaakte. Wat heeft het kraken van Detlev betekend voor de stad? En is dit nu nog terug te zien?
Bij binnenkomst worden er weinig woorden gewisseld. Detlev maakt niet de indruk dat hij graag wil praten, maar na enkele minuten komen de verhalen toch op gang. Hij heeft zelfs zijn oude camera weer aan de praat gekregen; deze gebruikte hij destijds om hun kraakacties vast te leggen. “Ik heb hem echt al twintig jaar niet meer gebruikt.” Hij laat een filmpje zien dat doet denken aan een satirisch praatprogramma, gemaakt in het ACU in ’93 ter ere van de duizendste kraak in Utrecht, door krakers voor krakers. De filmpjes zelf heeft hij nooit eerder teruggekeken: “Dit is ook voor mij de eerste keer dat ik dit zie.” Al snel straalt Detlev als het bandje begint te spelen. Er zitten drie krakers bij elkaar een kraakactie aan het na bespreken, elk uit een andere kraakgeneratie. Er zit een oudere, langharige, politieke kraker met veel ervaring en een actiekraker die zegt: “Ja, ik heb maar wat benzine meegenomen, want ja, je weet maar nooit,” waarop de oudste kraker verontwaardigd reageert: “Ja, dat doe je toch niet, dan krijg je iedereen tegen je.” De derde kraker zegt: “Ach, wat maakt mij de publieke opinie nou uit? Daar krijg ik geen huis mee.” Detlev moet lachen. De duizendste kraakactie was helaas geen succes, binnen enkele uren was het pand al ontruimd.

Detlev kijkt voor het eerst in dertig jaar naar zijn oude filmpje, met rechts onderin het beeld de camera waarmee het ooit werd opgenomen.
Hoe was jouw eerste keer dat je een pand kraakte?
“Ik was achttien jaar. Samen met een groep vrienden waren we op zoek naar een woning. Na je achttiende verjaardag woonde je niet meer bij je ouders; anders was je een mietje. We hadden van een groep oudere jongens gehoord hoe zij kraakten, en dit leek ons ook leuk. Wij gingen het toen ook maar proberen. We liepen naar het huis Sandwijck, dat net buiten De Bilt ligt, richting Utrecht. Via een kapot raampje klommen wij het grote pand binnen. Direct in de hal kwamen we andere krakers tegen die tegelijkertijd het pand probeerden te kraken. Zij waren van het JAC, een organisatie die jongeren hielp onderdak te krijgen, en hadden dit pand op het oog als politieke kraak. Wij wilden er gewoon in wonen. We hebben daar twee dagen gezeten om uit te maken wie het pand mocht kraken. Uiteindelijk zijn wij weggegaan.” Dit pand wordt nog altijd bewoont door antikrakers. Detlev heeft nauw contact met de bewoners en is blij dat het pand er nog staat.
Mariaplaats
“Met de kraakbond hadden we in ’76 twee grote projecten om te kraken: het ACU (voormalig pand van de Auto Centrale Utrecht) en een leegstaand warenhuis op de hoek van de Mariaplaats en de Zadelstraat. Ik mocht in het grote warenhuis een kamer hebben, daar hebben we een aantal maanden gezeten. Tot plots de politie kwam. Dat werd een enorme veldslag. De trappen naar boven hadden we helemaal volgegooid met het stalen bureaumeubilair dat nog in het warenhuis aanwezig was. De trappen waren enorm lang en wij zaten natuurlijk allemaal boven in het gebouw. Het duurde uren voordat de politie zich een weg naar boven had gebaand. Ik zat buiten op het dak; er is een betonnen richel buiten op het pand. Als je bij de Mariaplaats bent, moet je maar omhoogkijken naar het pand, dan zie je hoe hoog dat wel niet is.” De krakers hebben het daarna niet meer gekraakt, maar de panden zijn behouden gebleven.
Tivoli
“Er was weinig tot niks te beleven ’s avonds in de stad. Uitgaansgelegenheden hadden we nauwelijks. De paar plekken die er waren, waren niet geschikt voor ons. Ik hoorde vaak dat als je bij een van die weinige plekken zoals Woolloomooloo naar binnen ging, je in elkaar werd geslagen als kraker. Daar konden we niet heen. Er was destijds een groep die panden kraakte voor een avond, en er dan een prachtig feest hield. De kraakbond waar ik destijds goed mee in contact stond, kreeg het idee om dit ook in Utrecht te doen. Er was net een nieuw hoofdkwartier voor de kraakbond, gevestigd op de hoek van de Kromme Nieuwegracht. Het keek uit op het Lepelenburg waar het noodgebouw van Tivoli stond.” Tivoli was net opgegaan in Vredenburg, dus het pand van het oude Tivoli stond leeg. Het was een houten noodgebouw, met een boom middenin die nog door Wilhelmina was geplant.
“Er waren alleen bewakers aanwezig, maar we waren met zo’n grote groep dat dat niet voor problemen zou zorgen. Er lag voor het hoofdkwartier een grote boomstam klaar; met een man of honderd tilden wij die op en stormden op het oude Tivoli af. We ramden naar binnen, wat natuurlijk een enorme klap gaf. De bewakers sprongen door de ramen heen, en we hebben ze die avond niet meer gezien. De stroom werd aangesloten, de garderobe werd in gebruik genomen, de zalen gingen open, de bar ging open, en er werden kratten bier naar binnen getild. Ook een grote geluidsinstallatie werd aangesloten, en toen kon het feest beginnen. Het was een prachtige avond. Aan het einde van de avond gingen we weer weg.” Zo is het pand meerdere keren gekraakt geweest. Op sommige avonden kwamen er zelfs grote namen langs, zoals Normaal, Het Klein Orkest en Het Goede Doel.” Enkele maanden na de eerste kraak van het houten Tivoli-gebouw ging dit in vlammen op, samen met de grote oude boom. Het is nooit verklaard hoe dat kon gebeuren.
“Snel daarna gingen we naar het NV-huis aan de Oudegracht (nummer 245, voormalig klooster). Na meerdere kraakpogingen lukte het ons om met een grote groep het pand over te nemen. In eerste instantie hadden we alleen de kleine zaal; ook moest het aanleggen van stroom nog handmatig gebeuren. De grote zaal braken we in de loop der tijd ook open, waardoor er nog grotere concerten konden worden gegeven.” In de jaren die volgden zijn er veel grote artiesten langs geweest voor concerten. Een greep van de artiesten die daar kwamen: A Flock of Seagulls, The Cure, Pearl Jam en de Red Hot Chili Peppers. Het huidige Tivoli bevindt zich in een ander gebouw; het is gefuseerd met Vredenburg. Tivoli Vredenburg is de nieuwe naam, waar tegenwoordig popmuziek en klassieke muziek onder hetzelfde dak klinken.
Wat heeft het kraken jou geleerd?
“Het is een levensstijl, proletarisch wonen. Ik vind het belachelijk hoe de waarde van huizen wordt bepaald; een huis is niks. Het is gewoon een hoop stenen om wat lucht heen, en je betaalt je blauw. Door het kraken ben ik waarde gaan zien in waardeloos geachte dingen. Ik heb in ongelofelijke krotten gewoond. Daar heb ik gezien dat wanneer je er iets aan energie in stopt, het best iets moois kan worden. Als kraker kun je meer bereiken dan je in eerste instantie denkt; als je je verenigt en organiseert, ben je een blok waar de overheid niet omheen kan.”
Detlev heeft vele panden gekraakt, in de Bilt is de gehele Dorpstraat nog intact. Ook meerdere panden in Utrecht, zoals de arbeidswoningen bij het zwarte water, en panden op de hoek van de Biltstraat en de Kruisstraat zijn behouden gebleven dankzij het werk van Detlev en zijn vrienden.