Omscholing baanwielrenner naar wegwielrenner

Omscholing baanwielrenner naar wegwielrenner

Dutch Fabio Jakobsen of Deceuninck - Quick-Step wins the second stage of the Tour De Wallonie cycling race, 120 km from from Zolder to Zolder, on Wednesday 21 July 2021. The stage should have taken place in the region of Liege, but due to the severe floods of last week in the area, it was decided to move the race to the racing circuit of Zolder. BELGA PHOTO BRUNO FAHY **NETHERLANDS ONLY**

Afgelopen week verscheen er op de NOS een artikel en interview met baanwielrenner Matthijs Büchli. Hierin vertelt hij dat hij heeft besloten zich te laten omscholen tot wegwielrenner. Bij de vraag of het realistisch is lachte hij een beetje en antwoorde hij: “Weet ik niet, maar daarom vind ik het zo leuk. Geen idee. Ik ga voor het hoogste haalbare.” Maar hij zegt ook duidelijk in het interview dat hij dit niet zou hebben gedaan als hij er niet in had geloofd. Waarop hij vervolgens zegt: “Ik denk dat ik met de overwinning mee moet kunnen doen, over een jaar of twee jaar en misschien al komend seizoen”. Ik ga fact checken of hij inderdaad mee kan gaan doen voor de overwinning binnen twee jaar.

 Verschillen baan- en wegwielrenners

Bij het baanwielrennen heb je verschillende disciplines: de sprint, individuele achtervolging, ploegenachtervolging, tijdrit, puntenkoers, keirin, ploegensprint, koppelkoers, scratch, zesdaagse en omnium. Büchli is meervoudig wereldkampioen, onder andere op de keirin. Ook heeft hij op dit onderdeel een zilveren medailles gewonnen tijdens de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. Op de teamsprint heeft hij Olympische goud behaald samen met zijn ploeggenoten: Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en met Roy van den Berg.

In mijn gesprek met Han Kock vertelt hij: “baanwielrennen bestaat uit twee verschillende sporten: baansprinten en de duuronderdelen. Het sprinten is wat Büchli doet, wat Harrie Lavreysen doet. Dat zijn de korte explosieve onderdelen. Dat zijn de zware gebouwde gasten: de bodybuilders, zoals Lavreysen en Hoogland. Daarnaast heb je de duur onderdelen, wat Kirsten Wild bijvoorbeeld doet. Duur onderdelen als puntenkoers, koppelkoers zijn wel goed te combineren met wegwedstrijden. Dat ligt in elkaars verlengde. Maar wat Büchli doet is sprinten op de baan naar wegwielrennen, dat is echt een mega stap. Dat komt eigenlijk nooit voor.”

Wegwedstrijden in het wielrennen zien er erg anders uit dan baanwedstrijden. Een wegwedstrijd bij de mannen is gemiddeld zo’n ongeveer 200 kilometer. Bij het wegwielrennen heb je ook verschillende disciplines: de wegwedstrijd, de tijdrit en de ploegentijdrit. De parcoursen van deze wedstrijden zijn ook verschillend. Je hebt bergetappes en sprintetappes. Büchli wil meegaan doen in de massasprint.

Voorgangers

In 2009 maakte Theo Bos ook al de stap naar het wegwielrennen. Theo Bos kan je vergelijken met Harrie Lavreysen. Nu is Lavreysen de koning van het baanwielrennen, maar jaren geleden was Theo Bos dit. Die ging toen nog naar de Rabobankploeg, wat nu Jumbo Visma is geworden. Hij heeft erg wel een paar jaar over gedaan om duur vermogen op te doen. Normaal op de baan deed hij zijn kunstje in twee rondjes en nu moest hij zijn kunstje doen na 190 km. En dat heeft ook best wel wat tijd gekost. En hij heeft redelijke overwinningen geboekt. Zijn droom was een touretappe te winnen, maar dit is nooit gelukt. Hij is nooit in de Tour de France terecht gekomen. Hij was een redelijke wegwielrenner. Er zijn verschillende wielrenners die het baanwielrennen met het wegwielrennen combineren. Andere bekende namen zijn: Filippo Ganna en Elia Viviani. Beide Ganna en Viviani, maar ook de Nederlandse Kirsten Wild, doen in het baanwielrennen de duuronderdelen. “Baanwielrennen bestaat eigenlijk uit twee sporten: de sprintonderdelen en de duuronderdelen. Duuronderdelen als de puntenkoers en de koppelkoers zijn wel goed te combineren met wegwedstrijden”, aldus Han Kock verslaggever van het NOS-journaal.

Gewicht

In het artikel van het NOS-journaal komt het gewicht ook nog ter sprake. Matthijs Büchli is zelf rond de 81 kg. Andere baansprinters wegen meer: Jeffrey Hoogland is zelfs 97 kg, Roy van den Berg is 88 kg. Sprinters in het wegwielrennen zijn lichter. Dylan Groenewegen is 70 kg. Fabio Jakobsen is wel wat zwaarder, maar weegt alsnog minder dan de baansprinters.

Conclusie

De combinatie baanwielrenner en wegwielrenner zie je vaker in de wielersport. Maar de combinatie zie je altijd bij de wielrenners die de duuronderdelen fietsen. De combinatie of overstap van een sprinter naar wegwielrenner is een minder logische stap. Het gebeurt eigenlijk nooit. Er is één voorbeeld dat Han Kock zich kan herinneren: Theo Bos. Zijn overstap was een redelijk succes, maar zijn droom: een touretappe winnen is nooit gelukt. Hij heeft zelfs nooit in de Tour de France gereden. De vraag: kan Matthijs Büchli over twee jaar een overwinning boeken? Dat is lastig te beantwoorden. Büchli zit bij de ploeg BEAT. Dit is een kleinere ploeg, en rijden op een lager niveau. Hij moet deze winter gebruiken om duurvermogen op te bouwen, meer krachttraining doen. En juist niet meer zijn explosiviteittrainingen doen. Als dit lukt gaat hij zeker overwinningen boeken, maar zulke grote overwinningen als een touretappe wordt lastig.

Over de auteur

Bente Meijer

Ik ben Bente Meijer en ik studeer journalistiek in Utrecht. Wij houden jullie elke week op de hoogte van het laatste nieuws.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *