Nederlandse gaswinning voor energietransitie in Duitsland

Nederlandse gaswinning voor energietransitie in Duitsland

Naar aanleiding van het willen sluiten van de gaswinning in Groningen, komt het nu als een tegenvaller dat Nederland wegens een contract toch nog gas aan Duitsland zal moeten leveren. Waar Nederland aarzelend van het aardgas af gaat ten behoeve van de energietransitie, stapt Duitsland juist op het aardgas ten behoeve de energietransitie. Ook in de rest van de EU zijn de meningen over gas met het oog op klimaat verdeeld. Hoe komt dat?

Waarom kiest Duitsland voor gas?
Met de energietransitie in Duitsland wil het land overschakelen op betaalbare, hernieuwbare energie. Daarvoor wil Duitsland alle kerncentrales uiterlijk dit jaar gesloten hebben. Dit zorgt er in de toekomst alleen wel voor dat Duitsland minder elektriciteit kan genereren. Niet handig aangezien de coalitie de afspraak heeft dat er in 2030 vijftien miljoen elektrische auto’s in gebruik moeten zijn. Daarnaast wil Duitsland meer groene brandstof gaan produceren zoals groene waterstof. Dit kost echter veel groene stroom. Omdat de verwachting is dat vraag naar stroom in de toekomst flink zal groeien, moet Duitsland snel opzoek naar hernieuwbare stroombronnen en dus flink veel zonne- en windenergie bij te bouwen. Hiervoor moet op zo’n grote schaal worden bijgebouwd worden dat het jaren zal duren voordat er genoeg gebouwd is om voldoende stroom op te kunnen wekken. Daarnaast speelt de leveringszekerheid een grote rol. Je kan er niet vanuit gaan dat het elke dag hard genoeg waait en er veel uren zon schijnt. Ook moet het mogelijk zijn om groene energie in grote hoeveelheid op te kunnen slaan, zodat er bij pieken in de stroomvraag altijd genoeg stroom paraat staat. Zolang dit niet het geval is, is er een back-up energiebron nodig om niet zonder stroom te komen zitten. En die energiebron is volgens de plannen van de coalitie: Aardgas. Zo staat in het Duitse coalitieakkoord geschreven: “Aardgas is onmisbaar voor een overgangsperiode”.

Hoe staat de rest van de EU tegenover gas?
Begin deze maand heeft de Europese Commissie besloten dat investeringen in kernenergie en gas tijdelijk en gebonden aan voorwaarden, een groen EU-label gaan krijgen. Gas en kernenergie zijn in principe geen groene of en hernieuwbare bronnen. Daarom klinkt er een tegengeluid vanuit sommige lidstaten en experts. Toch zijn deze twee energiebronnen volgens het dagelijks EU-bestuur nodig om de klimaatdoelen te kunnen halen. Je kunt namelijk niet van de een op de andere dag overstappen op uitsluitend groene, duurzame, hernieuwbare energie. Dat is een proces waar velen jaren overheen gaat en in die tussentijd is er nog altijd energie nodig. We willen het leven immers draaiende houden en thuis niet in de kou zitten. Gas en kernenergie zijn dan een relatief minder slecht alternatief dat hard nodig is bij de overstap van sterk vervuilende energiebronnen zoals steenkool. “Sommige delen van Europa zijn nog zwaar afhankelijk van steenkool, dus we moeten nu ingrijpen”, zo quote Nu.nl Mairead McGuinness, Eurocommissaris van financiële stabiliteit. De groene stempel voor gas zal tot in 2035 geldig zijn en kernenergie krijgt het groene EU-label zelfs tot in 2045.

In 2050 wil de Europese Unie namelijk volledig klimaatneutraal zijn, ook wel CO2-neutraal. Je spreek van CO2-neutraal handelen wanneer deze handelingen niet zorgen voor een toename van de wereldwijde CO2-uitstoot en dus geen invloed hebben op het klimaat. Om dat te realiseren zijn veel  privé-investeringen nodig. Daarvoor bestaat er een groene investeringsgids voor investeerders en beleggers die willen bijdragen aan het verminderen van de CO2-uitstoot door hun geld in duurzame projecten te steken. Deze gids dient ervoor zorgen dat er geen producten worden aangeboden die stiekem lang niet zo duurzaam zijn als de verkoper beweert. Het zich duurzamer voordoen dan daadwerkelijk het geval is heet ‘groenwassen’.

Het besluit van de Europese Commissie roep verdeeldheid op. Polen en Tsjechië zijn groot voorstander van tijdelijk groen bestempeld gas als vervanger voor het vervuilende steenkool waar zij grotendeels van afhankelijk zijn. Maar Nederland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk hebben hun bezwaren verkondigd. Zij vinden dat gas geen groene stempel moet krijgen als er spraken is van meer dan 100 gram kooldioxide per kilowattuur. Dat kernenergie een groen label krijgt vinden zij wel goed in tegenstelling tot Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk die zorgen hebben over het veilig verwijderen van kernafval. De Duitse overheid heeft hierover zelfs een brief geschreven aan de Europese Commissie.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.