Fact-check: Neurofeedback alternatief voor AD(H)D medicatie

Fact-check: Neurofeedback alternatief voor AD(H)D medicatie

Steeds vaker verschijnen in de media berichten over de vele negatieve bijwerkingen van AD(H)D medicatie. Ondertussen neemt het aantal bedrijfjes dat in Nederland *neurofeedback aanbiedt tegen allerlei soorten kwalen, waaronder AD(H)D klachten, fors toe. Een van die bedrijfjes is Brainmed. Op hun website valt te lezen: “Neurofeedback bij ADHD & ADD biedt een alternatief voor medicatie.” Maar klopt dit wel?

Brainmed schrijft dat deze behandelingen zelfs thuis uitgevoerd kunnen worden. Daarbij leert de partner/verzorger zonder enige voorkennis, de neurofeedback-training uitvoeren. Ondanks de vele uitsluitend positieve reviews over Brainmed, klinkt er vanuit de wetenschap kritiek op neurofeedback als alternatief voor medicatie. Toch zweren talloze mensen er baat bij te hebben en bieden verschillende afgestudeerde psychologen zelf neurofeedback aan. Wie voor deze behandeling kiest, betaalt al snel enkele duizenden euro’s. Sommige verzekeringsmaatschappijen vergoeden een klein deel onder het kopje ‘alternatieve geneeswijzen’, maar lang niet allemaal.

Brainmed baseert zijn bewering op basis van onderstaande, op hun website terug te vinden, citaten:

Na de zes wetenschappelijke onderzoeken waarnaar gerefereerd wordt te hebben doorgenomen, bleken bovenstaande conclusies van Brainmed daar inderdaad op aan te sluiten. Kanttekening: Bij Funch et al. 2003 was er slechts een positieve ontwikkeling gemeten ten opzichte van passieve controlegroepen en niet van actieve groepen. Daarnaast deden ze geen directe vergelijking, aldus klinisch neuropsycholoog Tieme Janssen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wetenschappelijke discussie
Ook uit andere onderzoeken blijken positieve effecten van neurofeedback. Tegelijkertijd stellen veel onderzoeken het tegenovergestelde vast. Zo kwam Tieme Janssen in zijn proefschrift in 2016 tot de conclusie dat neurofeedback niet effectief is bij ADHD. Ook professor Oosterlaan, pediatrisch neuropsycholoog aan de Vrije Universiteit Amsterdam ziet in de wetenschap duidelijk bewijs dat neurofeedback geen meerwaarde biedt en gedragstherapie en/of medicatie bij ADHD effectiever zijn. Volgens Robert Vermeiren, hoogleraar kinderpsychiatrie bij Curium in Leiden is er beperkte evidentie voor werkzaamheid en vooral uit niet-gerandomiseerd onderzoek. Hij sluit niet uit dat het wel zou kunnen, maar vindt dat vooralsnog nog niet voldoende aangetoond.

Toch publiceerde Universiteit Utrecht in begin 2018 de resultaten van een internationaal onderzoek waarin neurofeedback gezien werd als een ‘Veelbelovende behandeling met voordelen op lange termijn’. Psycholoog Martijn Arns was één van de onderzoekers. Hij is overtuigd van de positieve effecten van neurofeedback, zolang goed toegepast door deskundigen. Volgens hem kent neurofeedback namelijk vele toepassingen, waarvan de meeste weinig uithalen. Het succes van de behandeling hangt volgens hem samen met de kwaliteit van de therapeut. “Het wordt veel uitgevoerd door mensen die niet goed zijn geschoold. Er is veel kwakzalverij in deze branche en dat vertroebelt enorm”. Zo laat hij weten in een interview met Pointer. Daar zegt hij ook dat minstens de helft van de bedrijven die neurofeedback aanbieden, niet te vertrouwen is. Volgens hem is een rode vlag wanneer gezegd wordt dat de software zo slim is, dat je niets van hersens hoeft te weten. Ook geldt: hoe meer aandoeningen een behandelaar zegt te kunnen aanpakken met neurofeedback, des te slechter.

Volgens Mirjam Kouijzer, werkzaam bij een ggz-instelling in Tilburg en in 2011 gepromoveerd op neurofeedback bij autisme, is er vooralsnog geen hard wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van neurofeedback doordat de studies die gedaan zijn oud of van onvoldoende kwaliteit zijn. Ouders die zeggen dat hun kind wél is geholpen door neurofeedback, wijt zij aan het placebo-effect. Zo is het maar de vraag of de positieve effecten echt liggen aan de neurofeedback in plaats van het contact met een therapeut. Veel warmte en empathie, helpt mensen namelijk ook. Daarbij investeren ouders fors in de behandelingen, waardoor zij positieve vooruitgang kunnen zien puur omdat ze dit verwachten te zien. Ook kan een kind zich naar de verwachting van ouders gaan gedragen. En tot slot ontwikkelen kinderen sowieso nog volop, waardoor niet te zeggen is of deze ontwikkeling daadwerkelijk aan de neurofeedback ligt. Tieme Janssen sluit zich hier bij aan en ook de nieuwe GGZ-standaardrichtlijn over neurofeedback luidt: 
“Wegens beperkt bewijs voor werkzaamheid op ADHD symptomen, heterogene resultaten en mogelijke conflicterende belangen, wordt het gebruik van neurofeedback niet aanbevolen.”

Wie moet je geloven?
Verschillende wetenschappelijke onderzoeken komen uit op verschillende tot tegenstrijdige conclusies. “Daarom hebben wetenschappers een check-list uitgebracht voor onderzoek naar neurofeedback” verteld Tieme Janssen. Aan de hand van onderstaande afbeelding die daarin weergeven staat, verklaart hij deze verschillen. “Deze cirkel bestaat uit verschillende puzzelstukjes die allemaal bijdragen aan het totale effect van neurofeedback.” Zo kunnen de positieve effecten die in een onderzoek gemeten worden naast neurofeedback (groen), ook komen door natuurlijke ontwikkeling (oranje) of door de herhaling (paars). Neurofeedback bestaat immers uit een herhaling van vele behandelingen waarbij er stil gezeten wordt. Deze herhaling kan ook de reden zijn dat een kind met AD(H)D bijvoorbeeld beter leert stil zitten. Ook het placebo-effect van een medische behandeling waarbij je ervaart je hersenen te trainen (donkerblauw) kan bijdrage aan een positieve ontwikkeling, evenals het therapeutische effect door het contact met de behandelaar (lichtblauw).


(I.v.m. auteursrecht is een door eigen redactie exact
nagemaakte grafiek van Ros et al. 2020 weergeven)

“Hoe strenger de controlegroep, hoe meer van die kleuren, anders dan groen, je wegneemt in je onderzoek.” Een voorbeeld van een recent onderzoek dat meerdere puzzelstukjes heeft weggelaten is volgens Tieme Janssen Arnold et al. 2021, een placebo gecontroleerd onderzoek. De effecten van neurofeedback (groen) werden vergeleken met de effecten van nep-neurofeedback (blauw). “Zij vinden helemaal geen voordeel ten opzichte van de controlegroep”. Dit onderzoek is van de NF collaberty groep, zo verteld hij. “Daar zitten allerlei onderzoekers met verschillende visies bij elkaar, waaronder Martijn arts, ik noem hem een optimist”. Tieme Janssen spreekt van ‘optimisten’, ‘pessimisten’ en ‘neutralen’ als het gaat om de overtuiging van wetenschappers in de effectiviteit van neurofeedback. “Een optimist zal sneller geneigd zijn onderzoeken serieus te nemen waar meerdere puzzelstukjes in zitten.”

Tot slot blijft volgens Tieme Janssen een belangrijke regel in de wetenschap: Één onderzoek is géén onderzoek. Iets moet heel vaak aangetoond worden, voordat het aangenomen kan worden.

Oordeel:
Ondanks sommige positieve losse eindjes, is er vooralsnog onvoldoende hard wetenschappelijk bewijs om vast te kunnen stellen dat neurofeedback bij AD(H)D daadwerkelijk zorgt voor klachtenvermindering. Zoals dit – ondanks dat het bij een aanzienlijk deel van de adhd patiënten, niet aanslaat of meer bijwerkingen oplevert – wel is aangetoond bij AD(H)D medicatie.

——————————————————————————————————————

*Definitie Neurofeedback: Een therapie waarbij via een EEG (soort hersenscan) wordt gekeken waar eventuele concentratieproblemen zitten in de hersenen. Daarna volgen meerdere behandelingen om je brein te trainen doormiddel van ‘feedback’: Je kijkt een film waarbij het geluid en beeld uit gaan zodra de hersenactiviteit ongewenst is. Gewenste hersenactiviteit wordt beloond door de film weer aan te laten gaan.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.