Onder hoge druk werken als verpleegkundige tijdens een pandemie: “Ik zie collega’s om mij heen uitvallen”

Onder hoge druk werken als verpleegkundige tijdens een pandemie: “Ik zie collega’s om mij heen uitvallen”

Verpleegkundige Marjan kruijswijk. Foto: Elisa van der Vlist

Keihard werken en alsmaar blijven doorgaan. Zo omschrijft verpleegkundige Marjan Kruijswijk (62) haar dagen sinds de coronapandemie. Werken in het ziekenhuis gebeurt nog steeds onder hoge druk met personeelstekort. Kruijswijk is specialist verpleegkundige op de longafdeling in het UMC in Utrecht. “De ziekte verspreidt zich ook onder de zorgmedewerkers zelf. Het is doorgaan, doorgaan, doorgaan.”

Buiten voor het UMC-gebouw zit Kruijswijk in haar lange witte jas, op een bankje. In alle rust staart zij voor zich uit en geniet van de felle zon die in haar gezicht schijnt met een kopje koffie. Even een moment bijkomen. Het is voor haar best uitzonderlijk om hier even op deze manier te zitten. “Ik had een hele drukke ochtend en heb al veel patiënten gezien. Elke dag hebben wij een half uur pauze, maar dat schiet er vaak bij in. Dus dat ik hier nu zit, heb ik mezelf even toegeëigend. Ben ik toch nog even buiten geweest, lekker in het zonnetje.”

Verpleegkundige Kruijswijk is hard nodig op haar afdeling en werkt daar een aantal dagen in de week. Tijdens de eerste lockdown waren er periodes dat Kruijswijk zes dagen per week werkte door het personeelstekort. “Zeker in het begin kwam ik in veel stresssituaties terecht. Dan word je niet alleen fysiek maar ook in je hoofd heel moe.”

In het ziekenhuis loopt Kruijswijk sinds de corona uitbraak helemaal ingepakt rond. “Ik heb de hele dag een mondkapje, spatbril en een muts op en handschoenen aan. Mijn handen was ik vaak en hou afstand. Tot op de dag van vandaag doe ik dat nog steeds in het ziekenhuis.”

Dat personeelstekort is er volgens haar nu nog steeds. Dit komt omdat Kruijswijk collega’s om haar heen ziet uitvallen. “Veel verpleegkundigen zijn te overbelast, hebben daardoor ook zelf Covid opgelopen en zitten nu nog steeds thuis. Ik heb aardig wat vriendinnen die in de zorg zitten bij andere ziekenhuizen en van hen hoor ik het ook.”

Ondanks het besmettingsgevaar wilde Kruijswijk het afgelopen jaar al die tijd graag door blijven werken. “Wij zijn ervoor opgeleid en ik ga naar het ziekenhuis om te zorgen voor patiënten. Het is mijn doel om mensen te helpen. Anders moet je de zorg niet in.”

Het doktersgevoel zat er al vroeg in. “Al vanaf dat ik een klein meisje ben, wist ik dat ik zuster wilde worden. Toen was ik denk ik een jaar of tien. Ik vond het leuk om voor andere mensen iets te doen.”

Voor Kruijswijk is thuis zijn tot rust komen. Daar kan zij even haar batterij opladen. “Ik ben een fanatieke hardloper dus: schoenen aan en dan even een rondje. Ik speel heel graag piano en dat is ook een manier van tot rust komen. Verder sta ik graag in de keuken. De restaurants zijn dicht dus mijn man en ik staan uitgebreid in de keuken en eten altijd samen.”

Die liefde voor de zorg zit in de familie. Kruijswijks oudste dochter (25) is bijna klaar met haar opleiding om basisarts te worden. Zij werkte in het begin van de coronacrisis op de covid-afdeling als co-assistent in Maastricht. De regels waren erg streng en hierdoor konden Kruijswijk en haar dochter elkaar een half jaar niet zien. “We moesten extra voorzichtig doen en zijn extra beschermend naar elkaar.” Dat zij elkaar zo lang niet konden zien was wel vervelend, maar op dat moment lagen de prioriteiten elders; mensen helpen en beter maken. “We hebben heel goed voor elkaar gezorgd, veel gebeld en gefacetimed. In het moment dachten wij: schouders eronder zetten en laten zien dat wij het virus de baas worden. Nu mag ik mijn dochter gelukkig weer zien.”

“Maar nu een jaar later is het virus er nog steeds”, zegt Kruijswijk. Als er iets is wat Kruijswijk anders had aangepakt is het het vaccinatieprogramma. “Dat vind ik hartstikke slecht geregeld. Pas sinds vorige week is er een vaccinatieprogramma voor alle verpleegkundigen bij het UMC. Als eerst was iedereen op de Covid-afdeling, de ic’s en intensive care aan de beurt in januari. Pas vorige week, midden april, hebben andere verpleegkundigen op andere afdelingen een AstraZeneca-prik gekregen. Inclusief ikzelf op 62-jarige leeftijd.”

Zij vindt het nu veel prettiger werken. “Wij zijn heel vatbaar. Ik heb Covid gelukkig zelf niet gehad maar ik heb wel met Covid-positieve patiënten gewerkt. Dus de kans dat je iets oploopt, is natuurlijk heel snel.”

“Maar ik had al helemaal liever gezien dat de jongeren als eerst werden ingeënt. Zij hebben al een jaar geen college en sommigen zitten letterlijk opgesloten op hun kamer. Echt schandalig.” Kruijswijk ziet dat veel mensen naar vrijheid hunkeren en heeft hier begrip voor. Maar toch is zij bang dat het straks uit de hand loopt. “We zijn er nog niet. En je helpt ons, de verpleegkundigen, om ook nu het laatste stukje nog even voorzichtig te zijn. Als het ziekenhuis weer opnieuw overbelast raakt…”, zegt zij met een ernstige blik. “Dat kunnen wij echt niet opnieuw aan.”

Dan ringt de telefoon vanuit de zak in haar witte doktersjas. “Marjan Kruijswijk…”, antwoordt zij. Na wat overleg zegt zij: “Ik kom eraan.” De korte, uitzonderlijke pauze in het zonnetje is voorbij. En de plicht roept.

Over de auteur

Elisa van der Vlist

Gaat graag op pad om mooie verhalen te maken, nieuwe dingen te ontdekken en legt alles vast op de lens. Interesses: samenleving, cultuur & politiek Houdt van: schrijven, filmen en fotograferen

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *