Kalsbeek College viert Benelux Debatcompetitie: ‘de mondige leerling valt vaak snel door de mand’

Kalsbeek College viert Benelux Debatcompetitie: ‘de mondige leerling valt vaak snel door de mand’

Vanuit de aula van het Kalsbeek College probeerde de DebatUnie de dag in goede banen te leiden.

Tekst: Stijn Wielinga – Video: Lana van der Geest – Eindredactie: Syb van Ruiten

WOERDEN –  Zo’n 45 scholen uit het hele land kruisten vrijdag de degens op het gebied van debatteren. Het Kalsbeek College was namelijk gastschool voor de Benelux Debatcompetitiereeks. Deze toernooien worden georganiseerd door Stichting DebatUnie en Taalunie. Zij willen het debatonderwijs op het gebied van de Nederlandse taal extra stimuleren.

Tijdens deze debatdag ging Woerden Rondom in gesprek met Margreet Sikkens (MS) en Marc Klooster (MK). Margreet Sikkens is docente Nederlands en Marc Klooster is docent geschiedenis. Beiden zijn ze al negentien jaar uitvoerig betrokken bij de debatlessen van het Kalsbeek College.

Waarom vonden jullie het belangrijk om met debatlessen aan de slag te gaan?

MS: “Leesvaardigheid, presentatievaardigheden, zelfvertrouwen: diverse aspecten van je persoonlijkheid ontwikkel je ermee.”

MK: “We willen Plus-leerlingen bedienen. Dat zijn in de meeste gevallen leerlingen die wat ruimte over hebben: die gewoon goed presteren en goede cijfers halen, die wel wat kunnen missen en dit als extra erbij kunnen doen.”

Jullie zeggen: “je merkte aan leerlingen dat ze meer uit zichzelf konden/willen halen.” Hoe merkten jullie dat?

MS: “Je ziet een bepaalde mondigheid bij andere leerlingen die je ook bij je eigen leerlingen wil zien. Deze omgeving is over het algemeen vrij bescheiden van aard in het uiten daarvan, van hun ideeën. Je wil van die mondigheid wat meer meegeven, meer peper.”

MK: “Je ziet ook dat onze lessen meer zijn geworden tot een les waarin je een vraag stelt en dan een antwoord verwacht. Het kritische denken, wat bij 21st Century Skills zo belangrijk is, kunnen ze best. Ik hecht verder zelf niet zoveel waarde aan de term. Als je ze een goede vraag stelt, kunnen ze ook een goed antwoord geven. In mijn les vraag ik vaak (en ik denk Margreet ook): Wat staat hier? Wat lees je hier? Leg het uit! En als ze dat zelf onder woorden moeten brengen, levert dat in mijn opinie meer op dan dat ik alles voorkauw.”

Jullie werken in de bovenbouw echt aan de debatvaardigheden. Kritisch luisteren, scherp analyseren, krachtig presenteren, enzovoort. In welke zin helpt dat de leerlingen?

MS: “Anticiperen is ook heel belangrijk. Ken je het 360 graden-debat? Tijdens het debat gaat er een zoomer. Dan moet je midden in je presentatie van standpunt omdraaien.”

MK: “Dat is echt waanzinnig interessant. Een leerling bij ons die dat heel goed kon, is nu in de gemeenteraad van Den Haag beland. We zien dat deze leerlingen na hun middelbareschooltijd ook nog steeds in heel veel dingen uitblinken. Ze worden voorzitter van debatteams, worden studentennotarissen, et cetera. Dat valt mij op. Ik heb ook nog veel contact met ze via LinkedIn. Dat zijn leerlingen die dus na hun middelbareschooltijd nog van zich laten horen.”

Zien jullie ook dat leerlingen beter worden in formuleren bij toetsvragen?

MS: “Als je snel teksten tot je moet nemen en argumenten moet zoeken voor een stelling, moet je wel snel de kern eruit halen.”

MK: “Wat ik erg interessant vind, is dat logica erg belangrijk is. Leerlingen die goed zijn in Wiskunde B of D maar ook in Nederlands, zijn meestal ook de beste debaters. Ze kunnen heel snel analyseren, anticiperen, kennis verzamelen en dat ook nog eens goed onder woorden brengen. Het is soms fascinerend om te zien hoe goed ze dat kunnen.”

Hoe proberen jullie de leerlingen al die verschillende vaardigheden bij te brengen. Is dat impliciet leren of heel expliciet?

MS: “We geven directe feedback.”

MK: “Het is heel expliciet eigenlijk. We sparen niemand.”

MS: “We sparen niemand, nee. De sfeer in de groep is ook veilig, zodat je dingen tegen elkaar mag zeggen.”

MK: “Ze mogen eerst feedback geven op elkaar en dan draaien de blikken naar ons. Meestal is eigenlijk alles bijna gezegd.”

Merken jullie dat leerlingen ook sneller denken en reageren?

MK: “Bij sommigen zie je wel echt vooruitgang.”

MS: “Als je kijkt naar leerlingen van twintig jaar geleden: die konden niet zo snel denken als de leerlingen van nu. ”

MK: “Ze weten nu sneller waar een jury op let. En uiteindelijk leer je ze een trucje aan: de jury let hierop, dus denk daaraan.”

Melden zich alleen mondige leerlingen aan?

MS: “Ook wel bescheiden leerlingen, die midden in een analyse zitten maar aan het eind wel goed kunnen verwoorden en samenvatten wat er gezegd is.”

MK: “De mondige leerling valt vaak snel door de mand als hij merkt: “Verdomd, ik moet er wat voor doen”. De argumentatie moet ergens op gebaseerd zijn, dat valt de mondige leerling nog wel eens tegen. Ze kunnen mondig zijn op het schoolplein, maar in het debat moet het op basis van kennis en inhoud.”

Over de auteur

Stijn Wielinga

Stijn Wielinga is een 23-jarige student aan de Utrechtse School voor Journalistiek en verslaggever bij de online regiosite WoerdenRondom. De Leidenaar studeerde eerder ICT aan de Hogeschool Leiden en Finance & Control aan de Haagse Hogeschool. Nu volgt de breed geïnteresseerde student eindelijk zijn hart door de journalistiek in te gaan.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.