Kunst met een andere kijk: “Beter geen subsidie voor de sector”

Kunst met een andere kijk: “Beter geen subsidie voor de sector”

Foto: Flickr

Tekst: Stijn Zwaan

Eindredactie: Stijn Wielinga

WOERDEN – Al meer dan zeven jaar is Lex Polman (67) beeldend kunstenaar. Hoewel hij nog maar korte tijd fulltime kunst maakt, heeft hij de nodige ervaring in en kennis over de sector. Zijn belangrijkste inzicht: subsidies voor de kunstsector moeten anders. In een interview vertelt Polman over zijn visie.  

De roep om meer subsidies voor de sector is al eeuwenoud. Kunstenaars pleiten voor meer en betere financiering om hun bestaansrecht overeind te houden. Ook tijdens de pandemie hadden kunstenaren het zwaar te verduren. De volledige sector – van museumbezoek tot aan festivals – ging op slot. En dit wel meerdere keren over een periode van zo’n twee jaar. Om de schade zoveel mogelijk te compenseren, kwam de overheid met verschillende financiële steunpakketten voor de kunstsector.

Hoe hoog de steun ook is, volgens Polman kan je nooit iedereen tevreden maken. “Tja, de perfecte steun bestaat natuurlijk niet. Gelukkig hebben we in Nederland een systeem waar niemand echt onder het laagste niveau uitkomt. Er is altijd wel een sociaal vangnet. Natuurlijk kunnen er dingen veel beter, maar we hebben niet zo veel te klagen in vergelijking met andere landen waar minder geld is.”

Subsidiëren zou anders moeten vindt Polman. Het gaat hier niet om de hoogte ervan omhoog te gooien, maar om juist goed te kijken naar de kern van de sector: “Als ik denk aan de beeldende kunst en musea, mijn vak dus, moeten geldstromen dáár eens gaan veranderen”, benadrukt Polman. Hij ziet juist graag verandering in de financiering van musea. “Als ik met mijn kunst in een expositie sta van een museum, krijg ik daar niks voor betaald. Dat moet anders.”

“Voor een museum is de beeldende kunst onmisbaar. Zij huren in feite de kunst om hun museum mee te vullen. Dit laten ze vervolgens zien aan de bezoeker. En die kunstenaars krijgen niet betaald. Maar als jij in de garderobe van het museum werkt of koffie schenkt, krijg je wel betaald. De overheid moet daar eens naar kijken: hoe kun je structureel die geldstroom in en naar musea dusdanig verbeteren, zodat zij degenen die content leveren ook kunnen gaan financieren?”

Polman gelooft dat er slechts een handjevol kunstenaren daadwerkelijk hun brood kunnen verdienen met alleen hun kunstwerken. “Triest genoeg is het ook zo dat de meeste beeldende kunstenaars al vóór de pandemie niet konden leven van hun werk”, lacht hij. “Meestal hebben ze bijbaantjes zoals lesgeven of advies geven. Of ze hebben een goed verdienende partner of misschien wel een erfenis.”

“Ik denk dat steun toen zeker wel nodig was, al helemaal voor kunstenaars die hun inkomsten uit workshops en lesgeven krijgen. Met de opheffing van de coronamaatregelen zien we dat de bezoeken aan musea, theaters, bioscopen en noem het maar op, niet opkrabbelen. Alles mag nu weer, maar men heeft veel meer zin in vakanties en festivals. Het zit nog lang niet op het niveau van vroeger. Ik denk wel dat het terug kan keren naar het oude niveau, maar mensen moeten kiezen.”

“Als je kijkt naar exposities, loopt de financiering daar heel raar. De geldstroom stopt bij het museum. Iedereen koopt kaartjes maar de kunstenaar krijgt daar geen geld voor. Met name voor beeldende kunstenaars speelt dit. Kijk naar toneelopvoeringen of optredens. Daar zijn soms zelfs cao’s voor. Mensen krijgen daar wel betaald. Een orkest krijgt betaald en acteurs op het podium ook. Deze kunstenaars worden net als ik ingehuurd om hun kunst te leveren.”

Dat het anders moet weet Polman dus wel zeker. Dat zou liggen aan de overheid die goed moet kijken naar de kunstsector. Subsidies moeten eerder vervangen worden door andere verdienmodellen: “Op het moment dat je gaat subsidiëren, ga je als overheid eigenlijk eisen stellen.En aan kunstenaars zou je zo min mogelijk eisen moeten stellen. Zij willen vrij zijn om te creëren. Kunstenaars zullen zich blijven ontwikkelen.” Zelf neemt Polman dan ook genoegen met zijn inkomen, en vroeg ook tijdens de pandemie geen steun aan.

Over de auteur

Stijn Zwaan

Mijn naam is Stijn Zwaan, 21 jaar oud en student aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Met enthousiasme en postiviteit breng ik het allerliefst echte verhalen naar boven en geef ik mijn eigen kleur aan het journalistieke veld. Van begin tot eind ben ik op zoek naar de waarheid zowel objectief als subjectief en maak ik de cirkel rond.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.