Studenten in verschillende steden protesteren tegen het leenstelsel

Studenten in verschillende steden protesteren tegen het leenstelsel

Studenten willen dat de basisbeurs terugkomt en willen compensatie voor het leenstelsel. In Amsterdam, Utrecht, Wageningen, Zwolle, Nijmegen en Groningen gingen afgelopen maand studenten de straat op om actie te voeren tegen het leenstelsel. De actie genaamd #nietmijnschuld is afkomstig van de vakbond FNV Young & United en de Landelijke Studentenvakbond.

De basisbeurs is sinds september 2015 afgeschaft, het nieuwe idee was dat studenten maandelijks geld lenen om hun studie te financieren. Deze lening moet uiteindelijk terug worden betaald tegen een relatief lage rente. Het geleende bedrag moet de student na het afronden van de studie binnen 35 jaar terug betalen aan de overheid. In 2015 stemden de VVD, PvdA, GroenLinks en D66 voor de wet, hiermee hadden ze een akkoord bereikt. Het geld dat voor de invoering van het leenstelsel op de rekening van studenten zou staan verschuift nu dus naar de kas van hogescholen en universiteiten om het hoger onderwijs te verbeteren, maar uit onderzoek van de rekenkamer blijkt dat er onvoldoende budget is om het hoger onderwijs te verbeteren zoals dat gepland is op het moment dat het leenstelsel is afgeschaft.

Het doel van de invoering van het leenstelsel was om het hoger onderwijs te verbeteren, er moest via deze manier meer geld vrijkomen om te investeren in het hoger onderwijs. Het leenstelsel zou zorgen voor meer gelijkheid in de samenleving. Iemand die een hogere opleiding gedaan heeft verdiend gemiddeld anderhalf a twee keer zo veel dan iemand die geen hogere opleiding gedaan heeft, daarom heeft het kabinet destijds besloten om over te stappen op het leenstelsel. Uiteindelijk zou er in 2026 een bedrag vrij moeten komen van maximaal 1 miljard euro. Dit bedrag zou kunnen worden besteed aan intensievere begeleiding, meer contacturen en een extra beloning voor wetenschappers in het onderwijs aldus een persbericht vanuit de overheid in 2014.

De vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) en de Vereniging Hogescholen (VH) gaven aan dat zij in de eerste drie jaar tijd na invoering van het leenstelsel 860 miljoen euro extra geïnvesteerd hadden in het onderwijs. De algemene Rekenkamer heeft dit getoetst. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 280 miljoen euro daadwerkelijk geïnvesteerd is. Circa 250 miljoen euro voldeed niet aan de juiste criteria. Het overige bedrag van 330 miljoen euro is niet te achterhalen. Deze investering is dus niet volledig gerealiseerd en de kwaliteit van het onderwijs is dus onvoldoende verbeterd. Wel zitten studenten nu met een studieschuld van gemiddeld 13.700 euro in 2019 meldt het CBS. Een studieschuld heeft invloed op het bedrag wat je maandelijks kunt lenen voor bijvoorbeeld een hypotheek, het kan dus moeilijker worden voor jonge mensen om een huis te kopen blijkt uit een berekening van de Rabobank.

De overheid krijgt zijn inkomsten vanaf het moment dat de student (zonder basisbeurs) zijn diploma haalt, daardoor is er in de jaren 2015-2018 nog vrijwel geen budget vrij gekomen voor investeringen in beter onderwijs. Het aantal studenten dat afgestudeerd is en waarbij de opleiding gefinancierd is vanuit het leenstelsel stijgt dus gedurende de jaren alleen maar. Om die reden is het bedrag dat vrijkomt gedurende de jaren vanaf 2019 oplopend. In 2019 was het budget 192 miljoen euro, dit bedrag loopt jaarlijks op, maar in 2024 is er nog niet bijna het beloofde bedrag van 1 miljard euro beschikbaar. In 2024 is het budget 573 miljoen euro.

Logischerwijs loopt het bedrag dat de Hogeschool Utrecht (HU) jaarlijks binnenkrijgt om te investeren in verbetering van het onderwijs op. Bij gelijkblijvende studentenaantallen gaat het in 2019 om 6 miljoen euro en in 2024 om 24 miljoen euro budget om te investeren. Vanuit de HU is het voornemen om al een deel van de financiële middelen van 2023 en 2024 eerder in te zetten zodat studenten eerder effect zien van de investeringen in het hogere onderwijs. Volgens de kwaliteitsafspraken van de HU zetten ze het merendeel van het budget in om te investeren in personeel. Er komen meer docenten, docentonderzoekers, trainees en instructeurs per student beschikbaar. Via deze manier daalt de docent/student ratio: van 1 docent op 24 studenten in 2019 naar 1 docent op 22 studenten in 2024.  Dit betekent dus dat er door de jaren ruimte komt voor kleinere klassen, meer individuele aandacht van docent naar student en meer begeleiding. Sinds 2017 is er HU-breed jaarlijks een budget van 6 miljoen euro oplopend tot 24 miljoen euro in 2024. De HU investeert ook in gemeenschapsvorming en studentbetrokkenheid. Er is geïnvesteerd in voorzieningen zoals extra decanaat, het creëren van gelijke kansen voor studenten en het wegnemen van belemmeringen voor studenten met een beperking. Voor gemeenschapsvorming en studentbetrokkenheid is er vanuit de HU vanaf 2019 2 miljoen euro beschikbaar per jaar oplopend tot 4 miljoen euro in 2024. Om de innovatie in onderwijs en onderzoek mogelijk te maken is een digitale leeromgeving cruciaal. Dit is dan ook waar de HU veel geld in investeert. Voor deze innovatie stelt de HU vanaf 2020 structureel 1 miljoen euro per jaar beschikbaar voor de inzet van docenten voor implementatie van de digitale leeromgeving. Ook wordt er met het jaarlijkse bedrag van 1 miljoen euro medewerkers ingezet binnen de informatiemanagement en ICT voor de innovatie van de digitale leeromgeving.

Of politiek Den Haag daadwerkelijk aan de slag gaat met het verzoek om het leenstelsel af te schaffen is nog de vraag. Wel is duidelijk dat er al meer dan 50.000 mensen de petitie #nietmijnschuld ondertekend hebben, dus het draagvlak is er zeker.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *