Bibliotheek Hoeksche Waard organiseert de babbelbox, waarbij mensen beter Nederlands kunnen leren

Bibliotheek Hoeksche Waard organiseert de babbelbox, waarbij mensen beter Nederlands kunnen leren

Bibliotheek Hoeksche Waard organiseert elke maandagavond en woensdagmorgen de babbelbox, waarbij mensen die nog niet zo goed Nederlands spreken, in gesprek gaan met vrijwilligers. Ze spreken dan over alledaagse onderwerpen, zoals tandverzorging, huizen of gezond eten. Ik mocht er op maandagavond een keertje bij zijn.

Vooraf kreeg ik een zoom-link toegestuurd, waar ik om tien voor acht op klikte. Ik werd glimlachend verwelkomd door Carla Beverwijk van de bibliotheek Hoeksche Waard en een aantal van haar vrijwilligers. Elke week geeft een gast een presentatie, en ditmaal was dit mijn taak. Ik koos ervoor om het over Nederlandse eetgewoontes te hebben, want dit is een alledaags onderwerp waar de mensen die de Nederlandse taal beter willen leren, taalvragers genoemd, wellicht nog niet zo veel over wisten. Eetgewoontes zijn dingen waar we allemaal mee te maken krijgen en toch over mee kunnen praten.

Beverwijk heeft dit mooie initiatief opgezet, omdat ze van een aantal mensen uit het buitenland, die nu in Nederland wonen, hoorde dat ze door de pandemie achteruitgingen met hun Nederlands. ‘Ze zeiden, “We gaan zo achteruit met de Nederlandse taal, we spreken geen Nederlanders meer. We willen zo graag,” dus toen heb ik de Hoeksche Waard Babbelbox opgezet,’ vertelt ze.

Om acht uur druppelden de eerste taalvragers binnen via de Zoom Link. Beverwijk heeft voor Zoom gekozen, omdat dat het meest eenvoudig is. ‘Je hoeft er alleen op te klikken en je zit er gelijk bij,’ vertelt ze. Enthousiast werden de taalvragers verwelkomd en er werd vrolijk iets terug gezegd. Mijn presentatie ging dus over de Nederlandse eetgewoontes, klassiek Nederlandse gerechten. Ik heb het over de Haring, de kroket, poffertjes, pannenkoeken en stamppot gehad.

Na de presentatie werd de groep opgedeeld in kleinere groepjes. ‘Omdat het zo intiem is, durven mensen ook te praten,’ legt Beverwijk uit. Ik mocht langs elk groepje om te kijken hoe het ging. Er zat enorm veel variatie in de mensen die meededen, van een stel van middelbare leeftijd die het samen deed, tot een jonge vrouw die elk net zo enthousiast meededen. Opvallend was dat iedereen, zowel de vrijwilligers als de taalvragers, zodanig hun best deed om te praten.

Een taalvrager die er voor mij vooral uitsprong, was een jonge moeder wiens zoontje van zes een stuk beter Nederlands sprak dan zijn moeder. Haar zoontje kwam tussendoor even langs om zijn rapport te laten zien aan de mensen op het scherm. Ik vond het zo enorm ontroerend dat zijn moeder zo haar best deed om mee te kunnen spreken en ook was het enorm bewonderingswaardig hoe ze gewoon door bleef gaan met spreken, ondanks dat haar jonge zoontje de taal beter onder de knie had. Logisch natuurlijk, kinderen leren taal immers sneller, maar toch vond ik het bijzonder.

Achteraf werd er met de vrijwilligers nog even nabesproken. De vrijwilligers doen het graag. ‘Ik doe het bijvoorbeeld omdat ik in de ziektewet zit en ik kan nu eigenlijk niets. Ik heb ook een burn-out gehad en dat voelt heel naar. Ik doe dit omdat ik dan toch nog iets nuttigs kan doen,’ vertelt een vrijwilligster, ‘ik vind dit een unieke kans, je hebt toch het gevoel dat je iets goeds kan doen.’ Andere vrijwilligers doen het ook uit een liefde voor de taal zelf. ‘Ik doe dit omdat ik ten eerste heel erg van taal houd, en ik vind het gewoon geweldig hoe die mensen die hier als vluchteling komen, zich zo inzetten om Nederlands te leren,’ vertelt Mevrouw Leclercq, die ook vrijwilligster bij de babbelbox is, ‘Ik vind het dan fijn om ze te helpen.’

In de nabije toekomst wil Beverwijk ook met de taalvragers gaan lezen. Ze willen dan nieuwsartikelen behandelen met de taalvragers. ‘We hebben er al veel aanmeldingen voor,’ aldus Beverwijk.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *