De WMO is zwart op wit in de theorie, maar ook leefbaar in de praktijk?

De WMO is zwart op wit in de theorie, maar ook leefbaar in de praktijk?

DE WMO IS ZWART OP WIT IN DE THEORIE, MAAR OOK LEEFBAAR IN DE PRAKTIJK?

 

“De wet staat zwart op wit geschreven en in het dagelijks leven zijn deze wetten de rode draad van ons bestaan. De WMO staat duidelijk beschreven in de theorie, maar hoe leefbaar is deze in de praktijk?”

Gericht op toegang tot het recht en de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), heb ik een interview afgenomen met gemeente ambtenaar Betty van Zutphen. Volgens Betty van Zutphen, in de gemeente Meijerijstad bezig met de WMO, is die op papier duidelijk, maar gaan er in de praktijk veel dingen mis.’ En dan ga je in het interview uitleggen wat er dan allemaal misgaat.

 

De wet staat zwart op wit geschreven en in het dagelijks leven zijn deze wetten de rode draad van ons bestaan. De overheid en burgers zijn verplicht zich te houden aan dit pakket van leefregels. Een van de wetten waar wij ons op richten dit interview is het compensatiebeginsel. De belangrijkste vraag die ter discussie staat is de vertaling van de geschreven wetten naar de praktijk. De WMO staat duidelijk beschreven in de theorie, maar hoe leefbaar is deze in de praktijk? Betty van Zutphen antwoordt hierop: “De huidige verordening biedt niet altijd genoeg handvatten in de praktijk. De opdracht aan de gemeente is o.a. maatwerk te leveren, en dit blijkt in de praktijk een uitdaging te zijn.” Tijdens het interview geeft Betty van Zutphen aan dat de AVG wet (autoriteit persoonsgegevens wet) en de manier van registratie meerdere knelpunten met zich mee brengen. Alles moet tegenwoordig super nauwkeurig worden geregistreerd in de systemen. De WMO-registraties bevatten persoonlijke informatie waardoor gegevens via de AVG-wet beschermd worden. Dit brengt veel papieren rompslomp met zich mee. Ook is er een knelpunt rondom de wachtlijsten bij zorgaanbieders. De nieuwe rolverdeling en bijkomende takenpakketten brengen ook vragen met zich mee.

Betty van Zutphen verteld hoe zij denkt over het nieuwe zorgsysteem na de decentralisatie. Ze zegt: “In mijn optiek is het dichterbij brengen van zorg voor inwoners positief, cliënten (inwoners) weten ons goed te vinden en hebben een vaste contactpersoon die ze laagdrempelig kunnen benaderen.” De zorg is meer zichtbaar en er is veelvuldig contact tussen gemeente en zorgaanbieders. Dit zorgt ervoor dat er ook ingespeeld kan worden of behoeften die er zijn in een gemeente. De gemeente doet regelmatig een cliënt tevredenheidsonderzoek en daar scoort de WMO boven gemiddeld. De registratie en administratie kwam wel naar voren als een van de aandachtspunten. “Het zorgsysteem is niet verzwakt denk ik maar we zijn nog maar 5 jaar onderweg. Op het gebied van registratie moet er nog vooruitgang worden geboekt zodat burgers een betere toegang krijgen tot het recht. Er is ook veel discussie over inkoop en financiering (wat mag of moet) de kostprijs zijn voor specialistische zorg”, zegt Betty van Zutphen.  Er wordt gewerkt met lumpsum budgetten. De gemeenten moeten het doen met wat ze van de overheid krijgen en tegelijkertijd een bezuiniging doorvoeren. De gemeente is nog opzoek naar een betere samenwerking met het zorg en veiligheidshuis afdeling zorg en veiligheid gemeente, WMO, Zorgaanbieders GGZ, verslavingszorg en openbaar ministerie.

Er zijn eisen en richtlijnen gesteld waar een zorgvrager aan moet voldoen om doormiddel van een Wmo gecompenseerd te worden. Wanneer deze eisen en richtlijnen overeenkomen met de zorgvraag versterkt de gemeente een maatwerkvoorziening. De voorkeur van zorg zal de gemeente altijd geven aan de gecontracteerde aanbieders. Heeft een cliënt een voorkeur voor een hulpmiddel of voorziening middels PGB dan wordt er eerst gecheckt of iemand PGB vaardig is. Er wordt dan getoetst of iemand zelf zijn zorg kan inkopen of kan beoordelen welke zorg er nodig is. Er mogen geen schulden zijn, en bewindvoerder mag geen PGB budget beheren. “Heel vaak zijn cliënten zelf niet PGB vaardig maar iemand in het gezin wel. Ook kan het sociaal netwerk via PGB ingezet worden. De PGB biedt een cliënt de vrijheid om zijn/haar zorg te kiezen”, zegt Betty van Zutphen. Vaak zijn mantelzorgers betrokken bij de zorgkeuzen. Vaak zorgt de mantelzorger en het netwerk ervoor dat duurdere zorg langer uitgesteld kan worden. Om de mantelzorgers te ontlasten wordt er bijvoorbeeld dagbesteding voor ouderen met een diagnose van progressieve ziekte zoals Parkinson en dementie ingeschakeld. Logeren bij een zorginstelling van een cliënt (kortdurend verblijf) behoort ook tot de mogelijkheden, zodat mantelzorger even op vakantie of familiebezoek kan.

Voor alle maatwerkvoorzieningen, begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen, huishoudelijke hulp, vervoer en hulpmiddelen wordt een eigen bijdrage geheven. De eigen bijdrage was eerst inkomensafhankelijk. Dat zorgde ervoor dat veel mensen afzagen van hulp die ze wel nodig hadden. Denk hierbij aan een gezin met twee inkomens. De eigen bijdrage kon soms wel oplopen tot €300 per maand. Er is nu een abonnementen tarief ingesteld en deze heeft de drempel weggenomen. Dit heeft er o.a. wel weer voor gezorgd dat er een enorme toename in aanvragen voor huishoudelijke zorg heeft plaatsgevonden. De hoogte van de eigen bijdrage bestaat sinds 2019 uit een abonnementstarief ongeacht het aantal voorzieningen die iemand heeft. Het maandbedrag is €19 per maand. Zowel voor PGB als voor ZIN (zorg in natura). De eigen bijdrage wordt door het CAK verwerkt en gecorrespondeerd met de cliënt. Hier vulde Betty van Zutphen op aan: “De eigen bijdrage is door de overheid ingevoerd. Iedere gemeente kan de eigen bijdrage verlagen tot €19 per maand (Niet verhogen!)”. De tarieven voor specialistische zorg en huishoudelijke zorg zijn regionaal vastgesteld, op die bedragen wordt het PGB budget vastgesteld. De cliënt moet zelf zijn budget en looptijd in de gaten houden. Ook wijzingen moet de cliënt zelf doorgeven aan de SVB.

Echter zijn er ook voorzieningen die in algemeen gebruik zijn en waar geen vergoeding voor hoeft te worden verstrekt. Hier vallen de welzijnsorganisaties met hun activiteiten en vrijwilligers onder. Betty van Zutphen zegt; “Soms zijn deze activiteiten niet toereikend. Voorbeeld: aanvraag dagbesteding voor een dementerende mevrouw. Er wordt dan eerst gekeken naar de voorliggende dagbesteding die aangeboden wordt door welzijn organisaties. Is mevrouw niet meer genoeg zelfredzaam dan wordt er geïndiceerde dagbesteding ingezet.” Andere voorbeelden van algemeen gebruikelijk is; vluchtelingenwerk, hulp bij financiën en formulieren (budgetmaatje/formulierenbrigade). Algemeen maatschappelijk werk en ondersteuning van MEE zijn ook algemeen gebruikelijk. Deze organisaties zitten bij ons in het team en pakken veel vragen op. Mocht hun ondersteuning niet meer toereikend zijn dan kan specialistische zorg

Zorg professionals en ambtenaren moeten kennis hebben van de WMO en van de verordening van de gemeente waarvoor zij werken. Echter hebben deze professionals vaak geen juridische opleiding gevold. “Krijg je te maken met een conflict, dan raadpleeg je je collega’s van juridische zaken, om tot een oplossing te komen. Ik ben bij de gemeente gekomen met een 23-jarige ervaring vanuit de gehandicaptenzorg en ben niet specifiek opgeleid in de Wmo. Beroep en bezwaar doen wij zelf niet, dat doen collega’s van juridische zaken” zegt Betty van Zutphen. Bij vragen of twijfels rondom de Wmo kan er bij het adviesorgaan of zorgkantoor om raad worden gevraagd. Om problemen rondom de indictiestelling te voorkomen worden cliënten bij het melden van hun hulpvraag op de hoogte gebracht van de mogelijkheden; de voorliggende en collectieve voorzieningen. Soms is het niet de WMO waar mensen gecompenseerd hoeven te worden of moeten worden. Denk daarbij aan een WZL indicatie of vervoer voor behandeling in ziekenhuis (ZVW, zorgverzekering). Als dit in eerste instantie niet voldoende is dan kan er een WMO aanvraag worden gedaan die door de gemeente ook weer kan worden afgewezen. Hierop kan de cliënt dan weer bezwaar maken, maar dit komt in de praktijd weinig voor. “De gemeente probeert te voorkomen dat het tot een bezwaar komt. Is er verschil van inzicht of dreigt er een conflict dan wordt er een gesprek ingepland om tot een goede oplossing te komen,” zegt Betty van Zutphen.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *